Archief 745
Inventaris 745-374
Pagina 338
Dossier 24
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notitie op de achterzijde van een gedrukt formulier (doorschijnend is de tekst "HOOFDBUREAU VAN POLITIE" leesbaar).

11 september 1942.

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notitie op de achterzijde van een gedrukt formulier (doorschijnend is de tekst "HOOFDBUREAU VAN POLITIE" leesbaar). 11 september 1942. Centrale tekst:
"bekendmaking"
retour zenden naar
politie voor mede-
deeling, dat G. v. Hilten
niet in C. d. R. doch te
Alb. Cuypstraat een vaste
plaats heeft, alwaar ophanging
van bekendmaking niet
uitvoerbaar is.
11-9-42
[handtekening, mogelijk Dettmer]

Linksboven (diagonaal):
Bekendmaking
kunnen wij niet
ophangen aan vaste
plaats v. Hilten, zijnde
verder aankloppen bij
bekenden tegenover hem
[initialen/krabbel]

Rechts (verticaal):
Ik kan voorkomen
ter kennisneming
(kan ons alleen bekendmaking
sturen op den dag
dat dit vereischt is)
[onzekere lezing van de laatste regels] Het document is een interne administratieve notitie van de politie, gedateerd tijdens de Duitse bezetting in 1942. Het betreft het proces van het officieel overhandigen of aanplakken van een "bekendmaking" (een officiële kennisgeving of bevel) aan een zekere G. van Hilten.

De kern van de notitie is een logistiek probleem: de politie kan de bekendmaking niet aanplakken op de plek waar Van Hilten wordt verwacht (aangeduid met de afkorting C.d.R., mogelijk een kantoor of instelling). Men heeft ontdekt dat Van Hilten een "vaste plaats" heeft aan de Albert Cuypstraat. In de context van Amsterdam duidt een "vaste plaats" op de Albert Cuypstraat vrijwel zeker op een marktkoopman met een vaste standplaats.

De rapporteur merkt op dat het fysiek "ophangen" van een officieel document op een marktkraam niet uitvoerbaar is. Er wordt gesuggereerd om via bekenden van de persoon informatie in te winnen. Het document illustreert de bureaucratische nauwgezetheid waarmee de politie zelfs voor alledaagse of kleine zaken rapport uitbracht over het niet kunnen uitvoeren van een opdracht. In september 1942 was de Tweede Wereldoorlog in volle gang en stond de Nederlandse politie onder direct toezicht van de Duitse bezetter. Administratieve handelingen zoals het bezorgen van bekendmakingen waren onderdeel van de verscherpte controle op de bevolking. De Albert Cuypmarkt was in die tijd een centrale plek in het Amsterdamse leven. Sinds 1941 waren Joodse marktkooplieden door de bezetter verbannen naar specifieke "Joodse markten". Hoewel uit dit document niet direct blijkt of G. van Hilten Joods was, valt deze ambtelijke correspondentie binnen het kader van de intensieve regulering en registratie van burgers tijdens de bezettingsjaren. G. van Hilten Hoofdbureau Politie

Samenvatting

Het document is een interne administratieve notitie van de politie, gedateerd tijdens de Duitse bezetting in 1942. Het betreft het proces van het officieel overhandigen of aanplakken van een "bekendmaking" (een officiële kennisgeving of bevel) aan een zekere G. van Hilten.

De kern van de notitie is een logistiek probleem: de politie kan de bekendmaking niet aanplakken op de plek waar Van Hilten wordt verwacht (aangeduid met de afkorting C.d.R., mogelijk een kantoor of instelling). Men heeft ontdekt dat Van Hilten een "vaste plaats" heeft aan de Albert Cuypstraat. In de context van Amsterdam duidt een "vaste plaats" op de Albert Cuypstraat vrijwel zeker op een marktkoopman met een vaste standplaats.

De rapporteur merkt op dat het fysiek "ophangen" van een officieel document op een marktkraam niet uitvoerbaar is. Er wordt gesuggereerd om via bekenden van de persoon informatie in te winnen. Het document illustreert de bureaucratische nauwgezetheid waarmee de politie zelfs voor alledaagse of kleine zaken rapport uitbracht over het niet kunnen uitvoeren van een opdracht.

Historische Context

In september 1942 was de Tweede Wereldoorlog in volle gang en stond de Nederlandse politie onder direct toezicht van de Duitse bezetter. Administratieve handelingen zoals het bezorgen van bekendmakingen waren onderdeel van de verscherpte controle op de bevolking. De Albert Cuypmarkt was in die tijd een centrale plek in het Amsterdamse leven. Sinds 1941 waren Joodse marktkooplieden door de bezetter verbannen naar specifieke "Joodse markten". Hoewel uit dit document niet direct blijkt of G. van Hilten Joods was, valt deze ambtelijke correspondentie binnen het kader van de intensieve regulering en registratie van burgers tijdens de bezettingsjaren.

Genoemde Personen 1

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Hoofdbureau Politie

Gerelateerde Documenten 6