Archiefdocument
Origineel
23 oktober 1942 Onbekend (waarschijnlijk een gemeentelijk ambtenaar of een lagere politie-instantie). Den Heer Hoofd-Commissaris van Politie, Marnixstraat 148, Amsterdam. A'dam, 23/10 1942
Den Heer Hoofd-Comm. v. Politie.
Marnixstraat 148.
In bijlage dezes heb ik de eer
u een afschrift te doen toekomen
van een op 9 Oct. jl. bij
mijn dienst ingekomen brief
met beleefd verzoek de behandeling
daarvan, voor zoover het het
met rood aangehaalde betreft, te
willen overnemen.
Zooals u bekend is, is
krachtens art. 11 van de Verordening op
winkelsluiting de sluiting der
groentenwinkels en aardappelen en
groenten op Woensdagmiddag dwingend
voorgeschreven. Voor den visschhandel
bestaat een dergelijk verbod echter niet
en voor zoover mij bekend, bestaan
daartegen bij het Dep. v. Bin. Zaken
vooralsnog geen bezwaren.
[Paraaf/datumstempel:] 26/10/42
[Registratienummer in rood:] 25/49/2
Z.O.Z. Dit handgeschreven document is een ambtelijke geleidebrief waarin een dossier wordt overgedragen aan de Amsterdamse Hoofdcommissaris van Politie. De kern van de zaak is een onduidelijkheid of geschil over de Winkelsluitingsverordening.
In de tekst wordt gewezen op artikel 11 van deze verordening, die bepaalt dat groente- en aardappelzaken verplicht op woensdagmiddag gesloten moeten zijn. De schrijver merkt echter op dat deze verplichting niet geldt voor de vishandel en dat het Departement van Binnenlandse Zaken geen bezwaren heeft tegen dit onderscheid. De politie wordt gevraagd de verdere behandeling van deze specifieke kwestie (het "met rood aangehaalde" deel in de bijlage) op zich te nemen.
De afkorting "Z.O.Z." (Zie Ommezijde) onderaan de pagina suggereert dat er op de achterkant van het originele blad nog meer informatie of een notitie van de ontvanger staat. Het document dateert uit oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de regulering van de voedselvoorziening en de detailhandel uiterst streng. De Winkelsluitingsverordening was niet alleen bedoeld voor de openbare orde, maar ook om toezicht te houden op de distributie van schaarse goederen en om energie (zoals verlichting) te besparen.
Het feit dat er specifiek onderscheid wordt gemaakt tussen vishandels en groentewinkels is typerend voor de complexe bureaucratie van die tijd, waarbij voor verschillende voedselgroepen afwijkende regels konden gelden. De Marnixstraat 148 was (en is deels nog steeds) het adres van het hoofdbureau van de Amsterdamse politie, wat de formele hiërarchie van dit schrijven bevestigt.