Afschrift van een officiële vergunning (leges-formulier).
Origineel
Afschrift van een officiële vergunning (leges-formulier). Oktober 1942 (vergunning verleend op 27 oktober 1942 voor de periode 12 oktober t/m 8 november 1942). AFSCHRIFT.
No. 961 Bel. T. Pr.
Nº 26/16/2 M. 1942 27/10
239
GEBRUIK OF GENOT VAN OPENBAREN GEMEENTEGROND EN OPENBAAR GEMEENTEWATER.
[Wapenschild Amsterdam]
[Handgeschreven aantekeningen: min/jm 27/10 en "den"]
De Burgemeester van Amsterdam
Gezien een verzoekschrift van J.H. Helms, Brouwersgracht 242, alhier, Centrum, waarin ten behoeve van het filiaal van W. van Amerongen G.A. en N.V. gevestigd in perceel Dapperstraat 30, vergunning wordt verzocht tot het plaatsen en het gedurende het tijdvak 12 October tot en met 8 November 1942 hebben van een gebouwtje, dienende als noodwinkel, op den openbaren weg voor laatstgemeld perceel;
Overwegende, dat het gebouwtje een oppervlakte van 15 m² van den openbaren weg inneemt;
Gelet op art. 36 juncto art. 5 der Algemeene Politieverordening;
Geeft J.H. Helms voornoemd te kennen:
1º. dat hem vergunning wordt verleend tot het plaatsen en het gedurende het tijdvak 12 October tot en met 8 November 1942 hebben van een gebouwtje, dienende als noodwinkel op den openbaren weg voor perceel Dapperstraat 30, zulks onder de volgende voorwaarden:
a. het plaatsen van het gebouwtje moet geschieden in overleg met en ten genoegen van de afdeeling Bestratingen van den Dienst der Publieke Werken, Raadhuis, kamer 105;
b. het gebouwtje moet voldoen aan behoorlijke eischen, ook wat het uiterlijk aanzien betreft, en moet in behoorlijken staat worden onderhouden, ten genoegen van den dienst der Publieke Werken;
c. ter beveiliging van het verkeer gedurende den tijd, dat de verduisteringsmaatregelen van toepassing zijn, moet het gebouwtje ter weerszijden voorzien zijn van een donkerblauw licht uitstralende lantaarn, waarvan het licht niet naar boven uitstraalt, en moet aan de buitenzijde ten minste 1,15 m. boven het straatvlak een witte band ter breedte van ten minste 0,10 m. worden aangebracht;
d. op, aan of tegen het gebouwtje mogen geen reclames, van welken aard ook, worden aangebracht;
e. de deuren en ramen van het gebouwtje mogen niet naar buiten draaiend worden gemaakt;
f. vooraf moet een waarborgsom, groot F. 100,- aan het Gemeente-Girokantoor op rekening 11044 van den dienst der Publieke Werken worden overgemaakt; deze zal eerst worden terugbetaald, als het gebouwtje ten genoegen van den [tekst breekt af]
[Linksonder:] 600-4-'41 Het document is een typegeschreven afschrift van een verleende vergunning voor de tijdelijke inname van openbare ruimte. De tekst is zakelijk en juridisch van aard, verwijzend naar de Algemene Politieverordening (APV). Opvallend is de gedetailleerde omschrijving van veiligheidseisen onder punt 'c', die direct verwijzen naar de oorlogsomstandigheden (verduistering). De vergunning heeft een korte looptijd van minder dan een maand, wat duidt op een zeer tijdelijke overbruggingssituatie voor de winkel van Van Amerongen aan de Dapperstraat. De gestelde voorwaarden tonen aan dat de gemeente Amsterdam, ondanks de bezetting, strikte controle hield op de esthetiek en veiligheid van het straatbeeld (geen reclame, specifieke markeringen). Dit document stamt uit oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Dapperstraat in Amsterdam-Oost was een levendige winkelstraat. De term "noodwinkel" suggereert dat het reguliere winkelpand mogelijk beschadigd was of door omstandigheden niet bruikbaar.
De "verduisteringsmaatregelen" genoemd in voorwaarde 'c' waren cruciaal tijdens de bezetting: steden moesten 's nachts volledig donker zijn om geallieerde bommenwerpers geen oriëntatiepunten te geven. Daarom werden blauwe lichten (die minder ver reiken en vanaf grote hoogte slecht zichtbaar zijn) en witte banden (voor de zichtbaarheid voor voetgangers en verkeer op straatniveau) verplicht gesteld op obstakels op de openbare weg. Het formuliernummer "600-4-'41" duidt op een voorgedrukt model dat in april 1941 in gebruik is genomen.