Officieel rapport/ambtelijke rapportage van de Directie Marktwezen.
Origineel
Officieel rapport/ambtelijke rapportage van de Directie Marktwezen. 26 en 27 februari 1942. Nº 27/6/1 M. 1942
Directie Marktwezen.
Artikel 39 lid 1
Regl: op de Markten
Op Donderdag, 26 Februari 1942 heeft de marktkoopman, B. D. de la Alaussaye, wonende Cabralstraat 30 III alhier, de openbare orde op de markt Ten Katestraat, ernstig verstoord.
Genoemde persoon had een meningsverschil met zijn verloofde en heeft haar op de markt geslagen en mishandeld. Diendegevolg was een groote oploop ontstaan; het publiek nam een dreigende houding tegen hem aan. Met zachte drang heb ik het publiek weten te weerhouden de bedreigingen in daden om te zetten.
Zijn verloofde, Mej. de Groot, wonende J. v. Galenstraat 303 huis, is eenige uren daarna bij mij op het marktkantoor gekomen en heeft mij zeer kalm het navolgende verklaard:
"Ik heb aan mijn verloofde, de la Alaussaye, een groote som geld gegeven om samen zaken te doen op de markt. Hij is erg lastig, zoodat ik niet langer met hem kan omgaan. Hij wil mijn geld niet teruggeven en nu heeft hij vandaag mijn handel ook nog van den stal weggenomen. Ik ben door hem opgelicht; hij en zijn ouders schijnen met oplichting hun bestaan te vinden. Zijn moeder heeft een radiotoestel dat van diefstal afkomstig was uit de zaak van Valkenburg, even voordat er door de recherche een huiszoeking is gedaan, naar elders vervoerd. Zij hebben een kennis, die advocaat is en hun in dergelijke gevallen, raad en advies geeft."
Ik heb Mej. de Groot over deze verklaring ernstig onderhouden en haar gezegd, dat indien zij de waarheid had gesproken, zij dan verplicht is van deze gebeurtenis aangifte te doen op het politiebureau Adm. de Ruijterweg, terwijl zij tevens de volgens haar vermeende oplichting kan aangeven.
Opmerking verdient dat bedoelde de la Alaussaye blijkens schrijven dd 5 Jan. l.l. Nº 27/6/12 wegens ordeverstoring op de markt, twee weken is gestraft. Wegens overtreding Art. 345 N.P.W. en Art. 188 W.v. Strafrecht heb ik Dec. 1941 hem geverbaliseerd. Hij is meegedeeld dat hij reeds eerder zijn verloofde op de markt heeft mishandeld, hetgeen ik echter niet heb geconstateerd en waarvan zijn verloofde mij niet in kennis heeft gesteld.
Ik verzoek dringend den Burgemeester voor te stellen om genoemden B. D. de la Alaussaye, geboren 28 Juni 1910 te Utrecht, komende Cabralstraat 30 III alhier, gedurende een langen tijd het recht te ontnemen voor een plaats op de markt.
Amsterdam, 27 Februari 1942
[w.g.] Houssaye
[Aantekeningen onderaan in rood/blauw]:
14 dagen
voorstel Bm. 3 maanden.
9/3/42 RB
Ontslag mag afgehaald worden op politie.
(27/6/2 -> 2 weken wegens verstoren van de orde m.i.v. 11/3) Dit document schetst een gewelddadig incident op de Ten Katemarkt in Amsterdam-West. De kern van de zaak is de publieke mishandeling van een vrouw door haar verloofde, de marktkoopman B.D. de la Alaussaye. De situatie escaleerde dusdanig dat de marktinspecteur moest ingrijpen om te voorkomen dat het aanwezige publiek de man zou lynchen ("bedreigingen in daden om te zetten").
De verklaring van de verloofde (Mej. de Groot) geeft een inkijkje in een complexe persoonlijke en criminele situatie. Ze beschuldigt De la Alaussaye niet alleen van mishandeling en diefstal van haar handelsvoorraad, maar claimt ook dat de hele familie leeft van oplichting en heling (waaronder een gestolen radio).
Juridisch gezien is de man een recidivist; hij was in de twee maanden voorafgaand aan dit incident al vaker beboet of gestraft voor ordeverstoring en andere strafrechtelijke vergrijpen. De inspecteur adviseert dan ook een zware maatregel: het intrekken van de marktvergunning. Uit de kantlijnen blijkt dat er uiteindelijk een straf van twee weken werd opgelegd, ingaande op 11 maart 1942. Het document dateert uit februari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de bezettingscontext niet direct wordt genoemd (het betreft hier 'reguliere' criminaliteit en markttoezicht), is de tijdsgeest voelbaar in de strikte handhaving van de openbare orde. De Ten Katemarkt was (en is) een vitale plek voor de voedselvoorziening en handel in de stad; rust en orde waren daar essentieel, zeker in oorlogstijd.
De verwijzing naar de zaak "Valkenburg" met betrekking tot de gestolen radio suggereert een specifieke lokale diefstal die destijds bij de recherche bekend was. De la Alaussaye zelf was een relatief jonge man (31 jaar) uit Utrecht, woonachtig in de Amsterdamse Cabralstraat. De afhandeling van dergelijke dossiers verliep via de Directie Marktwezen in samenwerking met het politiebureau aan de Admiraal de Ruijterweg en uiteindelijk de Burgemeester (destijds de door de Duitsers aangestelde Edward Voûte).