Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 30 september 1942. R. van Leer. [Bovenaan de pagina, links en rechts:]
№ 20/69/1 M. 1942 [stempel/druk]
458 [handgeschreven]
[Hoofdtekst:]
A’dam 30 September ’42
Mijnheer [met rechts daarnaast onleesbare paraaf/notitie]
Aangezien ik door langdurig ziek
zijn (volgens inliggend dokters attest)
niet in staat ben mijn vaste stand-
plaats op de markt Waterlooplein te
bezoeken, zoo vraag ik U beleefd, om
mij hiervan eenigen tijd uitstel te
verleenen, tot ik weer in zoo verre
hersteld ben, om bovengenoemde plaats
weer te kunnen innemen.
Een gunstig antwoord van U tegemoet
ziende
Hoogachtend
R. van Leer
Korte Keizersstr: 8 II Amsterdam (C)
[Onderaan de pagina, linksonder:]
Th. Ring [?]
advies
5-10-’42
de Haan [?] Het betreft een formeel schrijven van een marktkoopman, R. van Leer, aan de gemeentelijke instantie die verantwoordelijk is voor de marktwezen-administratie in Amsterdam (vermoedelijk de Marktmeester of de afdeling Marktwezen). De schrijver verzoekt om tijdelijke ontheffing van de verplichting om zijn vaste standplaats op het Waterlooplein te bezetten. De reden hiervoor is langdurige ziekte, waarvoor hij een doktersverklaring heeft bijgevoegd.
De brief is geschreven in een net, formeel handschrift op gelinieerd papier. Onderaan de brief is een ambtelijke notitie toegevoegd, gedateerd op 5 oktober 1942, waarin een advies wordt geformuleerd (waarschijnlijk over het al dan niet inwilligen van het verzoek). De locatie van de standplaats, het Waterlooplein, was destijds een zeer belangrijke handelsplek, vooral bekend om zijn grote aandeel aan Joodse handelaren. Dit document is historisch zeer beladen vanwege de datum (september 1942) en de identiteit van de afzender. In deze periode van de Duitse bezetting van Nederland was de systematische vervolging en deportatie van Joodse burgers in volle gang; de eerste treinen naar Auschwitz vertrokken al in juli 1942.
Het Waterlooplein bevond zich in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. Voor Joodse marktkooplieden was het behoud van hun standplaats cruciaal voor hun levensonderhoud, ook al werden hun bewegingsvrijheid en economische rechten door de bezetter steeds verder ingeperkt. De achternaam "Van Leer" en het adres in de Korte Keizersstraat (vlakbij de Jodenbreestraat) wijzen erop dat de afzender zeer waarschijnlijk van Joodse afkomst was.
Het document illustreert de wrange realiteit van die tijd: terwijl op de achtergrond de grootste misdaad in de geschiedenis plaatsvond, ging de bureaucratische gang van zaken (zoals het aanvragen van uitstel voor marktverplichtingen wegens ziekte) simpelweg door. Voor veel Joodse Amsterdammers was een dergelijk verzoek om "uitstel" wellicht ook een manier om een vorm van legale status of aanwezigheid in de stad vast te houden in een steeds dreigender wordende omgeving.