Ambtelijke brief (doorslag of kopie).
Origineel
Ambtelijke brief (doorslag of kopie). 4 september 1942. De Directeur (waarschijnlijk van de Centrale Markt te Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Handgeschreven in rood potlood:] H Muller
[Rechtsboven getypt:] HB.
[Handgeschreven in rood potlood:] Verzonden 4/9
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
37/4/25 M. 2. 4 September 1942.
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen geworden: een contract in duplo ten name van fa. J. de Geus & Co's betreffende huur van pakhuisafdeeling No. M.3. van pier M op de Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken de onderteekening van dit contract door den heer Burgemeester te willen bevorderen. Daarna gelieve U het mij te doen terugzenden, teneinde voor registratie te kunnen zorgdragen.
De Directeur, Dit document is een formele ambtelijke correspondentie betreffende de verhuur van bedrijfsruimte op een centrale markt. De kern van de brief is de verzending van een huurcontract in tweevoud (in duplo) voor firma J. de Geus & Co. Het betreft specifiek een pakhuisruimte (No. M.3) op 'Pier M'.
De toon is uiterst hoffelijk en volgt de strikte ambtelijke etiquette van die tijd ("heb ik de eer U te doen geworden", "ik moge U beleefd verzoeken"). De brief geeft inzicht in de administratieve hiërarchie: de directeur van de markt bereidt het contract voor, de wethouder fungeert als schakel naar de burgemeester, die de uiteindelijke tekenbevoegdheid heeft voor gemeentelijke contracten. Het document dateert uit september 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening een kritieke aangelegenheid, waardoor de rol van de 'Wethouder voor de Levensmiddelen' (in Amsterdam destijds een belangrijke post) zeer invloedrijk was.
De 'Centrale Markt' verwijst hoogstwaarschijnlijk naar de Centrale Markthallen in Amsterdam-West, die in de jaren '30 waren geopend. De aanwezigheid van 'pieren' en specifieke pakhuisnummers is karakteristiek voor de architectuur van dit complex. De firma J. de Geus & Co was vermoedelijk een groothandel in levensmiddelen die opereerde vanaf dit terrein. In 1942 stond de markt onder streng toezicht van zowel de Nederlandse autoriteiten als de bezetter om de distributie en rantsoenering te controleren. De burgemeester van Amsterdam was in deze periode de door de bezetter benoemde Edward Voûte. J. de Geus