Memorandum (officiële brief) op voorbedrukt briefpapier.
Origineel
Memorandum (officiële brief) op voorbedrukt briefpapier. 3 juli 1942. N.V. Vereenigde Amsterdamsche Melkinrichtingen (VAMI). Den Heer Directeur van het Marktwezen, Centrale Markthallen, Amsterdam. MEMORANDUM
VAN DE N.V. VEREENIGDE AMSTERDAMSCHE MELKINRICHTINGEN
HOOFDKANTOOR: PRINSENGRACHT 739-745
GEM. GIRO V. 60 POSTGIRO 14512
~~TELEFOON 40581-40582~~
TELEFOON 33432 (3 lijnen)
AAN den Heer Directeur van het Marktwezen
Centrale Markthallen
J.v.Galenstr. 14
AMSTERDAM W.
F./G./Sch.
AMSTERDAM C., 3 Juli 1942.
Weledele Heer,
Nevengaand zenden wij U de lijsten, bevattende een opgave van de standplaatsen welke onze bezorgers, voor bediening van Jodenklanten eventueel zouden kunnen innemen, benevens den tijd dat zij daar aanwezig zullen zijn. Van de bezorgers 171 en 178, lijst Prinsengracht 739-745, zullen wij U deze alsnog telefonisch verstrekken.
Hoogachtend,
N.V. VEREENIGDE AMSTERDAMSCHE MELKINRICHTINGEN
[handtekening]
№ 38/2/1 M. 1942 9/7 [stempel]
b.u.v. 33587 [handgeschreven] * Taalgebruik: Het document hanteert de formele zakelijke toon van die tijd ("Weledele Heer", "Nevengaand").
* Inhoud: De VAMI (een van de grootste melkleveranciers in Amsterdam destijds) informeert de gemeente over de specifieke locaties en tijden waarop hun melkbezorgers halt houden om Joodse klanten te bedienen.
* Administratieve sporen: Er zijn diverse stempels en handgeschreven nummers aanwezig die duiden op archivering bij de gemeentelijke dienst van het Marktwezen. De doorgestreepte telefoonnummers op het briefpapier laten een wijziging in de bereikbaarheid van het bedrijf zien. Dit document is een direct gevolg van de anti-Joodse maatregelen tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In 1941 en 1942 werden de bewegingsvrijheid en de mogelijkheden voor Joden om inkopen te doen steeds verder beperkt. Joden mochten op een gegeven moment alleen nog tussen 15:00 en 17:00 uur winkelen.
De "Directeur van het Marktwezen" was verantwoordelijk voor het toezicht op de openbare weg en marktactiviteiten. De brief laat zien hoe de bureaucratie van de bezetter en de meewerkende Nederlandse instanties de segregatie tot in detail reguleerden: zelfs de plekken waar een melkboer mocht stilstaan om aan Joodse burgers te leveren, moesten worden geregistreerd en gecontroleerd.
De datum, 3 juli 1942, is wrang en betekenisvol: dit was slechts enkele dagen voordat de grootschalige deportaties van Joden uit Amsterdam naar kamp Westerbork en verder naar de vernietigingskampen in het oosten begonnen (de eerste grote razzia voor de 'Arbeitseinsatz' vond plaats op 14 juli 1942). Terwijl de logistiek voor de dagelijkse melkvoorziening aan "Jodenklanten" hier nog werd vastgelegd, was de organisatie van hun deportatie reeds in volle gang.