Ambtelijke brief / Voordracht
Origineel
Ambtelijke brief / Voordracht 5 januari 1942 De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst of een verwante gemeentelijke afdeling) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam [Handgeschreven in potlood:] verzonden 7/1
[Rechtsboven:] HG.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
39/1/1 M. 1 5 Januari 1942.
Bedanking standplaats-
vergunning.
Bij mijn dienst is bericht ingekomen, dat de onderstaan-
de vergunninghouder niet langer van zijn standplaatsvergunning
gebruik wenscht te maken, weshalve ik de eer heb U voor te stellen
de op hem betrekking hebbende beschikking, welke ik U bijgaand doe
toekomen, gerekend te zijn ingegaan 2 Januari 1942 te doen intrek-
ken.
De Directeur,
H.v.d.Horst, Wilhelminastraat 207 hs no.764 L.M.1939. Dit document is een formele administratieve voordracht waarin de intrekking van een vergunning voor een standplaats (bijvoorbeeld voor een marktkraam of straathandel) wordt geregeld. De heer H. v.d. Horst heeft zelf aangegeven ("bedanking") dat hij de vergunning niet langer wenst te gebruiken. De directeur van de betreffende dienst verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om de vergunning (beschikking no. 764 L.M. 1939) officieel in te trekken met ingang van 2 januari 1942. De handgeschreven aantekening bovenaan geeft aan dat de brief op 7 januari is verzonden. Het document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (januari 1942). De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd een cruciale post binnen het gemeentebestuur vanwege de toenemende voedselschaarste en de complexe regels rondom distributie en markthandel. Het adres Wilhelminastraat 207 hs bevindt zich in Amsterdam Oud-West. De afkorting "L.M." in het vergunningsnummer staat waarschijnlijk voor "Levensmiddelen". Tijdens de oorlogsjaren vonden er veel wijzigingen plaats in de standplaatsvergunningen, deels door schaarste aan goederen en deels door de uitsluiting van bepaalde groepen burgers van het economisch verkeer door de bezetter.
Samenvatting
Dit document is een formele administratieve voordracht waarin de intrekking van een vergunning voor een standplaats (bijvoorbeeld voor een marktkraam of straathandel) wordt geregeld. De heer H. v.d. Horst heeft zelf aangegeven ("bedanking") dat hij de vergunning niet langer wenst te gebruiken. De directeur van de betreffende dienst verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om de vergunning (beschikking no. 764 L.M. 1939) officieel in te trekken met ingang van 2 januari 1942. De handgeschreven aantekening bovenaan geeft aan dat de brief op 7 januari is verzonden.
Historische Context
Het document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (januari 1942). De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd een cruciale post binnen het gemeentebestuur vanwege de toenemende voedselschaarste en de complexe regels rondom distributie en markthandel. Het adres Wilhelminastraat 207 hs bevindt zich in Amsterdam Oud-West. De afkorting "L.M." in het vergunningsnummer staat waarschijnlijk voor "Levensmiddelen". Tijdens de oorlogsjaren vonden er veel wijzigingen plaats in de standplaatsvergunningen, deels door schaarste aan goederen en deels door de uitsluiting van bepaalde groepen burgers van het economisch verkeer door de bezetter.