Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 77
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

4 maart 1942

Origineel

4 maart 1942 [Marges linksboven:]
Restitutie
Joodsche
standplaatsgeld
aan Joodsche stand-
plaatshouders.

[Midden boven in rood potlood:]
39/250/4

[Rechtsboven:]
5/B/42 108 A'dam, 4/3 1942
W. h. M.

[Hoofdtekst:]
Onder terugzending van tot de met Uw kantbrieven dd. 23 Febr. jl. om advies ontvangen stukken No 5/36 L.M. en 5/52 L.M. 1942 heb ik de eer U te berichten, dat de beide adressanten ter zake van de hun door verleende standplaatsvergunning verschuldigde standplaatsgeld ~~belasting~~ voor het eerste halfjaar van 1942 hebben voldaan.

Sedert hebben zij, ingevolge den, U bekenden, Overheidsmaatregel t.a.v. de Joodsche standplaatshouders, niet meer van hun standplaats gebruik mogen maken; de hun verleende vergunning is tot nu toe echter niet door den Bm. ingetrokken, terwijl thans voorbereidingen worden getroffen om de aan Joden verleende standplaatsen over te plaatsen naar een bepaald "Joodsch" kwartier (vide hieromtrent den brief van den Bm. aan den H.C. v. Politie dd. 19/2 No 223 L.M.).

In verband hiermede bestaat er m.m.m. vooralsnog geen aanleiding om op de onderhavige verzoeken in te gaan. Indien adressanten een standplaats als bovenbedoeld niet zouden aanvaarden, kan hun verzoek alsnog in overweging worden genomen.

[Handtekening/Paraaf:]
DH (of D.H.) Dit document is een ambtelijk advies over het al dan niet terugbetalen van marktgeld (standplaatsgeld) aan twee Joodse ondernemers in Amsterdam. De kernpunten zijn:

  1. Betaling: De betrokkenen hebben keurig hun belasting/gelden voor het eerste halfjaar van 1942 betaald.
  2. Uitsluiting: Direct na betaling zijn zij door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter uitgesloten van hun reguliere standplaatsen.
  3. Bureaucratische blokkade: De ambtenaar adviseert de restitutie (terugbetaling) vooralsnog af te wijzen. De reden is dat de vergunning formeel nog niet is ingetrokken door de Burgemeester (Bm.).
  4. Segregatie: Er wordt verwezen naar plannen om Joodse marktkooplieden te concentreren in een specifiek "Joodsch kwartier". Pas als de ondernemers een plek in dat getto zouden weigeren, zou men de terugbetaling van het reeds betaalde geld voor hun oude plek willen overwegen. Het document dateert van maart 1942, een cruciale fase in de Holocaust in Nederland. In deze periode werden Joden stelselmatig uit het economische leven verdrongen. De "Overheidsmaatregel" waarover gesproken wordt, verwijst naar de verordeningen die Joden verboden om op openbare markten te staan, tenzij op specifiek aangewezen plekken binnen de Joodse wijken die door de bezetter waren ingesteld.

De tekst illustreert de kille, ambtelijke precisie waarmee de onteigening en segregatie van de Joodse bevolking werd afgehandeld: hoewel de mensen hun werk niet meer mochten uitoefenen, hield de gemeente vast aan het reeds geïnde geld, in afwachting van verdere isolatie in het "Joodsch kwartier". De genoemde "H.C. v. Politie" is de Hoofdcommissaris van Politie, wat aangeeft dat deze economische uitsluiting nauw verbonden was met politie-dwang.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies over het al dan niet terugbetalen van marktgeld (standplaatsgeld) aan twee Joodse ondernemers in Amsterdam. De kernpunten zijn:

  1. Betaling: De betrokkenen hebben keurig hun belasting/gelden voor het eerste halfjaar van 1942 betaald.
  2. Uitsluiting: Direct na betaling zijn zij door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter uitgesloten van hun reguliere standplaatsen.
  3. Bureaucratische blokkade: De ambtenaar adviseert de restitutie (terugbetaling) vooralsnog af te wijzen. De reden is dat de vergunning formeel nog niet is ingetrokken door de Burgemeester (Bm.).
  4. Segregatie: Er wordt verwezen naar plannen om Joodse marktkooplieden te concentreren in een specifiek "Joodsch kwartier". Pas als de ondernemers een plek in dat getto zouden weigeren, zou men de terugbetaling van het reeds betaalde geld voor hun oude plek willen overwegen.

Historische Context

Het document dateert van maart 1942, een cruciale fase in de Holocaust in Nederland. In deze periode werden Joden stelselmatig uit het economische leven verdrongen. De "Overheidsmaatregel" waarover gesproken wordt, verwijst naar de verordeningen die Joden verboden om op openbare markten te staan, tenzij op specifiek aangewezen plekken binnen de Joodse wijken die door de bezetter waren ingesteld.

De tekst illustreert de kille, ambtelijke precisie waarmee de onteigening en segregatie van de Joodse bevolking werd afgehandeld: hoewel de mensen hun werk niet meer mochten uitoefenen, hield de gemeente vast aan het reeds geïnde geld, in afwachting van verdere isolatie in het "Joodsch kwartier". De genoemde "H.C. v. Politie" is de Hoofdcommissaris van Politie, wat aangeeft dat deze economische uitsluiting nauw verbonden was met politie-dwang.

Locaties

Amsterdam (A'dam)

Kooplieden in dit dossier 23

A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
G. J. Roseboom Uilenburg 764 '39
K. Rozeboom Uilenburg 764 '39
G. Zwaaf-Pront. Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
R. Hooft Uilenburg van de vier grootouders van zijn echtgenoote zijn meer dan twee van Joodschen bloede.
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
J. Zwaaf-Front Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41

Gerelateerde Documenten 6