Archiefdocument
Origineel
[Rechtsboven:] 2.
[Hoofdtekst:]
-geldigheidsduur der vergunningen. / gemiddeld 5,63 dag tegen 6,15 dag
in 1940 /
Ook dit jaar werden weer eenige (5) standplaatsen aangehoffen,
die grooter waren dan de in de vergunning genoemde maten,
zoodat daarvan f 5,10 (v.j. f 7,45) kon worden nageïnd.
5 Kooplieden stonden uitgestald zonder de door hen aan-
gevraagde vergunning te hebben afgehaald; na te zijn gewaar-
schuwd en door het hoofdkantoor te zijn opgeroepen, hebben zij
zich van hun plicht gekweten.
Op 4 plaatsen werden standplaatsen aangehoffen zonder dat
daarvoor vergunningen waren aangevraagd. De desbetreffende
personen hebben zich met het raadhuis in verbinding gesteld,
zoodat aan twee van hen nog een vergunning werd verleend;
de andere twee waren bloemenwinkeliers die niet in het
bezit waren van een vent- en/of standplaats-vergunning, en
wien uit dien hoofde een vergunning voor een Kerstboom
standplaats werd geweigerd. Deze bepaling sluit in dat een
bloemenwinkelier geen Kerstboomen kan verkoopen, hetgeen
m.i. een onjuiste stand van zaken is. Een Kerstboom is nu
eenmaal geen artikel dat zich in een bloemenwinkel
makkelijk laat verhandelen, daarvoor is ruimte noodig, die
alleen op straat te vinden is, echter, niet vlak voor de
speciale Kerst-etalage, zoodat deze aan het oog onttrokken
wordt, ook al heeft de winkelier daar misschien juist een
precario vergunning, maar evenals alle gewone Kerstboom-
standplaatsen, aan den rand van het trottoir of op den rijweg, voor
zoover hiertegen in het belang der openbare orde althans geen bezwaar
bestaat.
[Kantlijn links in rode inkt:]
Tegen m.i. een onjuiste stand van zaken wordt ook door de Gemeente gehomologeerd.
M.i. m.o. dient het niet in overweging met de betaalde bel. regels punt bij hf.
--- De tekst is een ambtelijk verslag over de controle op straathandel. De schrijver rapporteert over drie zaken:
1. Maatafwijkingen: Vergunninghouders die meer ruimte innamen dan toegestaan, waarvoor een naheffing is opgelegd.
2. Vergunningsplicht: Kooplieden die al waren begonnen met de verkoop voordat ze hun papieren fysiek hadden opgehaald.
3. De Kerstbomenkwestie: Dit is de kern van het document. Er bestaat een conflict tussen de algemene verordening en de praktijk. Bloemisten mochten blijkbaar geen kerstbomen buiten verkopen als ze geen algemene 'ventvergunning' hadden. De schrijver pleit voor een uitzondering: kerstbomen zijn te groot voor de winkel en het blokkeren van de eigen etalage met bomen is commercieel onlogisch. Hij stelt voor om bloemisten toe te staan bomen op de rand van het trottoir of de rijweg te verkopen (onder precario-belasting), mits de openbare orde niet in het geding is.
--- Dit document stamt uit een periode waarin de gemeentelijke overheid de openbare ruimte strikt reguleerde via een vergunningenstelsel. De verwijzing naar "1940" en de archaïsche spelling ("zoodat", "kooplieden", "nageïnd") plaatst het in de vroege oorlogsjaren of vlak daarvoor. De term precario verwijst naar de precariobelasting: een vergoeding die aan de gemeente betaald moet worden voor het hebben van voorwerpen op of boven gemeentegrond (zoals een terras, een luifel of in dit geval kerstbomen op de stoep). De discussie toont de frictie aan tussen starre bureaucreatie en de praktische behoeften van lokale middenstanders tijdens de drukke kerstperiode.