Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam. [Linksboven, blauw stempel/inkt]: No 39/65/79
[Middenboven, groot blauw stempel]: M. 1942 u/r
[Rechtsboven, handgeschreven initialen/krabbel]: [onleesbaar, mogelijk 'Pw' en 'H. Mijell']
Afschrift
No. 223 L. M. 194 2.
[Wapenschild van Amsterdam]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan
Jechiël Rimini,
geboren 5 Juni 1886, wonende Lijnbaansgracht 391 hs., bij beschik-
king d.d. 22 Januari 1940, No.764 L.M.-1939- verleende vergunning
tot het innemen van een vaste standplaats ten verkoop van haring,
zuurwaren en gerookte visch op den openbaren weg, aan den waterkant
van de Stadhouderskade op den vleugel van de brug over de Buiten-
singelgracht, vóór de Ferd. Bolstraat, tegenover de Heinekens Brouwe-
rij, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trek-
ken.
[Rechtsmidden, paars datumstempel]: 12 MEI 1942
Amsterdam, 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Linksonder in de marge]: K 350 Dit document is een administratief bewijsstuk van de systematische uitsluiting van Joodse burgers uit het economische leven tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de reden voor de intrekking niet expliciet in de tekst wordt genoemd, wijzen de naam van de betrokkene (Jechiël Rimini) en de datum (mei 1942) onmiskenbaar op de anti-Joodse maatregelen.
Kernpunten:
* Systematiek: De vergunning, die oorspronkelijk in januari 1940 was verleend, wordt met terugwerkende kracht tot januari 1942 ingetrokken. Dit duidt op een administratieve "opschoning".
* Locatie: De standplaats was gelegen op een zeer prominente plek in Amsterdam (tegenover de Heineken Brouwerij), wat aangeeft dat dit een vitale bron van inkomsten was voor de betrokkene.
* Ondertekening: Het besluit is genomen onder de verantwoordelijkheid van Edward Voûte, de door de bezetter benoemde burgemeester van Amsterdam. In 1942 bereikte de juridische en economische isolatie van Joden in Nederland een dieptepunt. Na de registratieplicht van Joodse ondernemingen (Verordening 154/1941) volgden talloze maatregelen om Joden hun middelen van bestaan te ontnemen.
Jechiël Rimini, de man in dit document, staat in de archieven van het Joods Monument vermeld. Hij werd op 5 juni 1886 geboren in Amsterdam en woonde inderdaad op de Lijnbaansgracht 391. De intrekking van zijn vergunning in mei 1942 was een voorbode van de deportaties die kort daarna op grote schaal zouden beginnen. Uit historische bronnen blijkt dat Jechiël Rimini op 4 juni 1943 is vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Dit document vormt daarmee een papieren spoor van de diefstal van zijn levensonderhoud, voorafgaand aan de diefstal van zijn leven.