Getypte brief op officieel briefpapier (zonder voorgedrukt briefhoofd).
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier (zonder voorgedrukt briefhoofd). 22 mei 1942. Waarschijnlijk een directeur van een overheidsinstantie (mogelijk de Inspectie van het Marktwezen), aangeduid met de paraaf "vD/B.". De Directeur der Nederlandsche Visscherijcentrale, Den Haag. (Bovenaan handgeschreven in blauw potlood: laten)
vD/B.
46A/4/30 M.
22 Mei 1942.
den heer Directeur der
Nederlandsche Visscherijcentrale,
Julv. Stolbergplein 3-4,
Den Haag.
In aansluiting op het telefonisch gesprek van heden-
middag met Uwen Secretaris, heb ik de eer U onderstaand de
namen en adressen te doen toekomen van de leden der door U inge-
stelde Verdeelingscommissie. Ik verzoek U mij te willen bevesti-
gen, dat U zich met de samenstelling dezer Commissie in zijn
huidigen vorm vereenigt.
Van mijn Dienst treden op als Voorzitter en Secretaris
der Commissie de heeren A.H. de Haer, Inspecteur van het Markt-
wezen en H.A. van Duinhoven, Bureauchef.
De Directeur,
Namen en adressen der leden:
K. Lammers, Kleine Kattenburgerstraat 79, Amsterdam.
M. Gootjes, Ferdinand Bolstraat 34 III, Amsterdam.
Th. B. Sliphorst, Kattenburgerkade 26 B, Amsterdam.
C. van Zanten, Van Hogendorpstraat 223 I, Amsterdam.
M. H. Böhne, Maasstraat 96, Amsterdam.
J. Rienstra, Leidscheplein 10, Amsterdam.
Th. J. H. Frommé, Admiraal de Ruyterweg 41, Amsterdam.
C. Mooyer(Puul), Volendam.
J. Tuyp(Tien), Volendam.
C. Koning, Volendam. De brief is een administratieve bevestiging van de samenstelling van een nieuw ingestelde "Verdeelingscommissie". De voorzitter (A.H. de Haer) en secretaris (H.A. van Duinhoven) zijn ambtenaren van de dienst die de brief verstuurt. De overige tien leden zijn burgers uit Amsterdam en Volendam. Opvallend is het gebruik van bijnamen tussen haakjes bij de Volendamse leden ("Puul" en "Tien"), wat gebruikelijk was in die gemeenschap om onderscheid te maken tussen personen met veelvoorkomende achternamen.
De lijst bevat bekende adressen in Amsterdamse volksbuurten (Kattenburg) en chiquere wijken (Zuid), wat suggereert dat de commissieleden een dwarsdoorsnede van de sector of verschillende belangen vertegenwoordigden. Het document dateert uit mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een zogenaamde "ordende" instantie, opgericht om de visserijsector onder strikt toezicht te plaatsen. In een tijd van toenemende schaarste en distributiemaatregelen was een "Verdeelingscommissie" cruciaal voor het toewijzen van visquota, brandstof of materialen aan handelaren en vissers.
De betrokkenheid van de Inspecteur van het Marktwezen wijst op de nauwe verwevenheid tussen de visserijsector en de algemene voedselvoorziening en prijsbeheersing tijdens de oorlogsjaren. Dergelijke commissies stonden vaak onder grote druk van zowel de bezetter (die een deel van de vangst opeiste) als de Nederlandse bevolking die afhankelijk was van de voedselvoorziening.