Archief 745
Inventaris 745-380
Pagina 172
Dossier 83
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtsbrief/Correspondentie.

17 september 1942. Van: De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, gezien de context van dergelijke archiefstukken).

Origineel

Ambtsbrief/Correspondentie. 17 september 1942. De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, gezien de context van dergelijke archiefstukken). [Handgeschreven in paars]: Verzonden 17/9 Insp

[Geadresseerde]:
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

[Kenmerk en datum]:
46A/4/67 M.          1.          17 September 1942.

[Onderwerp]:
verstrekking gerookte
aal aan Gemeente-bedrijven.

[Inhoud]:
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 9 dezer om advies ontvangen stuk No.767 L.M.1942, heb ik de eer U onder verwij-zing naar mijn brieven d.d. 25 Augustus j.l.( No.46A/4/53 M.) en 1 September j.l.(No.46A/4/61M.) te berichten, dat mijn dienst met de voorziening van gerookte aal aan de zoogenaamde " Rüstungs-bedrijven" keenerlei bemoeiing heeft.

Deze aangelegenheid is behandeld door de Nederlandsche Vissche-rij Centrale te 's-Gravenhage.

[Ondertekening]:
De Directeur, Dit document is een ambtelijke reactie van een directeur (mogelijk van de Dienst der Publieke Werken of een soortgelijke Amsterdamse instantie) aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de brief is een afwijzing van verantwoordelijkheid. De directeur stelt dat zijn dienst niets te maken heeft met de levering van gerookte aal aan zogenaamde "Rüstungs-bedrijven" (bedrijven die werkten voor de Duitse oorlogsindustrie). Hij verwijst hiervoor naar eerdere correspondentie en wijst de wethouder op de "Nederlandsche Visscherij Centrale" in Den Haag als de relevante instantie voor deze kwestie. De toon is zakelijk, formeel en strikt bureaucratisch, wat typerend is voor de bestuurlijke communicatie in die tijd. De datum van de brief, 17 september 1942, plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van schaarste en strikte distributie van levensmiddelen.

Het gebruik van de Duitse term "Rüstungs-bedrijven" is veelzeggend; dit waren Nederlandse bedrijven die door de bezetter waren aangemerkt als essentieel voor de Duitse oorlogsvoering (bewapening en logistiek). Deze bedrijven kregen vaak preferentiële behandeling of extra rantsoenen voor hun personeel om de productie op peil te houden.

De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) was een in 1940 door de bezetter ingesteld orgaan dat de volledige controle kreeg over de visserijsector, de handel en de prijzen van vis, vaak met de bedoeling om een aanzienlijk deel van de vangst naar Duitsland te exporteren of aan strategische sectoren toe te wijzen. De brief illustreert hoe lokale overheden moesten manoeuvreren binnen het complexe web van distributie en de eisen van de bezetter.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke reactie van een directeur (mogelijk van de Dienst der Publieke Werken of een soortgelijke Amsterdamse instantie) aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de brief is een afwijzing van verantwoordelijkheid. De directeur stelt dat zijn dienst niets te maken heeft met de levering van gerookte aal aan zogenaamde "Rüstungs-bedrijven" (bedrijven die werkten voor de Duitse oorlogsindustrie). Hij verwijst hiervoor naar eerdere correspondentie en wijst de wethouder op de "Nederlandsche Visscherij Centrale" in Den Haag als de relevante instantie voor deze kwestie. De toon is zakelijk, formeel en strikt bureaucratisch, wat typerend is voor de bestuurlijke communicatie in die tijd.

Historische Context

De datum van de brief, 17 september 1942, plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van schaarste en strikte distributie van levensmiddelen.

Het gebruik van de Duitse term "Rüstungs-bedrijven" is veelzeggend; dit waren Nederlandse bedrijven die door de bezetter waren aangemerkt als essentieel voor de Duitse oorlogsvoering (bewapening en logistiek). Deze bedrijven kregen vaak preferentiële behandeling of extra rantsoenen voor hun personeel om de productie op peil te houden.

De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) was een in 1940 door de bezetter ingesteld orgaan dat de volledige controle kreeg over de visserijsector, de handel en de prijzen van vis, vaak met de bedoeling om een aanzienlijk deel van de vangst naar Duitsland te exporteren of aan strategische sectoren toe te wijzen. De brief illustreert hoe lokale overheden moesten manoeuvreren binnen het complexe web van distributie en de eisen van de bezetter.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Brandt Waterlooplein kooper (winkelier)
A. Brandt Waterlooplein kooper (winkelier)
A.Th.Waalberg, Kinkerstr. 60/62 Waterlooplein kooper winkelier
A.Th.Waalberg, Kinkerstr.60/62 Waterlooplein kooper winkelier
B. Soort Waterlooplein ongeknipt
B. Soort Waterlooplein ƒ 0,11 p.kg
B extra Waterlooplein ƒ 0,15 p.kg
Weduwe Roemer Waterlooplein kooper (winkelier)
Weduwe Roemer Waterlooplein kooper (winkelier)
Brasem (blei), meun, sneep en winde boven ½ kg Barbeel en kroeskarper Waterlooplein 0,41
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,30
C.Mooijer & Zonen
E.J.F. Weise Waterlooplein kooper winkelier
E.J.F. Weise Waterlooplein kooper winkelier
E. Schalm Waterlooplein kooper winkelier
E. Schalm Waterlooplein kooper winkelier
Gebr.Böhne
Gebr.Smit
Gestripte kabeljauw Waterlooplein 0,65
M. Sicma Waterlooplein 0,75
M. Sicma Waterlooplein 0,40
M. Sicma Waterlooplein 0,55
Gestripte wijting Waterlooplein 0,65
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6