Handgeschreven verzoekschrift (brief).
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift (brief). 17 april 1942. Marinus Proost, kleinhandelaar in vis. Amsterdam 17 April 1942 afw
Mijne Heeren
Ondergeteekende Marinus Proost
kleinhandelaar in alle soorten
versche en gerookte en gestoom
visch Vergunninghouder
No 39 Serie 139 wonende
Utrechtsch dw
straat 88 II
Ventende in het centrum
Verzoekt bij deze beleefd
doch dringend in aanmerking
te komen voor een toe-
wijzing van alle soorten ver-
sche en gerookte gestoomde
visch garnalen en mosselen
met hoogachting
M. Proost
[Stempels en aantekeningen onderaan:]
46A/77/11 (doorgehaald in rood)
Nº 46A/77/2
M. 1942
23/4/42 [paraaf] * Inhoud: Marinus Proost, een visverkoper die met een kar langs de deuren gaat ("ventende"), vraagt de autoriteiten om een toewijzing van diverse soorten viswaren (vers, gerookt, gestoomd, garnalen en mosselen).
* Persoon: De afzender is een kleine zelfstandige die over een officiële vergunning beschikt (No 39, Serie 139). Hij is gevestigd in de Utrechtsedwarsstraat in Amsterdam.
* Toon: De brief is geschreven in de formele, onderdanige stijl die gebruikelijk was voor verzoekschriften aan de overheid ("beleefd doch dringend", "Mijne Heeren").
* Administratieve afhandeling: De toevoeging "afw" rechtsboven duidt er zeer waarschijnlijk op dat het verzoek is afgewezen. De stempels en het nummer in rood potlood wijzen op een strakke bureaucratische registratie tijdens de bezettingsjaren. Dit document stamt uit april 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de schaarste aan voedsel groot en werden steeds meer goederen onderworpen aan distributie en toewijzing door de overheid.
Voor een kleine handelaar ("venter") zoals Marinus Proost was het verkrijgen van voorraad niet langer een kwestie van vrije inkoop op de markt, maar van officiële toewijzing door distributieorganen. Zonder zo'n toewijzing kon hij zijn beroep niet uitoefenen en had hij geen inkomen. De afwijzing van zijn verzoek (zoals de afkorting "afw" suggereert) betekende in die tijd vaak een direct risico voor het levensonderhoud van de ondernemer. De locatie (het centrum van Amsterdam) was in 1942 bovendien een gebied dat zwaar getroffen werd door de anti-Joodse maatregelen, wat de lokale economie en de straathandel onder grote druk zette. M. Proost