Brief (verzoekschrift).
Origineel
Brief (verzoekschrift). 15 maart 1942. Joop Schenkenberg, Conradstraat 18 B I, Amsterdam. Commissie toewijzing visch (p/a de heren K. Lammers en M. Goosjes), Amsterdam. [Aantekening linksboven, doorgehaald:]
~~Enkele Toewijzing.~~
[Aantekening linksboven:]
zoetwatervisch + gerookt?
[Hoofdtekst:]
A/dam 15 Maart. 1942
Aan de commissie toewijzing
visch enz. den Heeren
K Lammers. M. Goosjes enz.
Amsterdam.
[Stempel:]
Nº 46A/70/10 M. 1942
Mijne Heeren,
Hiermede verzoek ik Uwe commissie beleefd
in aanmerking te mogen komen voor toewijzing
visch, daar ik in het bezit ben ventvergunning
voor alle soorten visch, vaste marktplaats heb
ook visch gebakken heb op markt, wat den
Heer Dorus Otto als bona fide handelaar ook
weet en den Heer inspecteur Marktwezen
hoop ik deze zomer ook mijn brood te verdienen.
Als bona fide handelaar sta ik bekend en
had ik in de afgelopen zomer dik mijn brood
kunnen verdienen op andere wegen aal enz,
maar daar ik voorstander ben van eerlijke
handel, was ik genoodzaakt visch schoon te maken
bij een troep andere schooiers, dus hoop ik dat
Uwe commissie mijn verzoek zal steunen en
toelichten.
Uw geeerd antwoord tegemoet ziende,
verblijf ik
Hoogachtend,
Joop Schenkenberg
Conradstraat 18 B I
Amsterdam. In deze brief verzoekt Joop Schenkenberg de commissie om een officiële toewijzing voor de handel in vis. De schrijver probeert zijn betrouwbaarheid en vakmanschap te onderstrepen door te wijzen op zijn bestaande ventvergunning en zijn ervaring met zowel de verkoop als het bakken van vis op de markt. Hij voert Dorus Otto (een bekende Amsterdamse vishandelaar) en de inspecteur van het Marktwezen op als getuigen van zijn goede naam.
Opvallend is de morele toon van het verzoek: Schenkenberg beweert dat hij de verleiding van de "andere wegen" (de zwarte markt voor paling/aal) heeft weerstaan uit principe voor de "eerlijke handel". Hij schetst een beeld van sociale achteruitgang door te vermelden dat hij, om toch eerlijk aan de kost te komen, genoodzaakt was vis schoon te maken met "een troep andere schooiers". Dit soort retoriek werd in verzoekschriften tijdens de bezettingsjaren vaak gebruikt om de gunst van distributie-instanties te winnen. Het document dateert van maart 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de schaarste in Nederland groot en werden vrijwel alle levensmiddelen streng gedistribueerd. Om vis te mogen inkopen en verkopen, had een handelaar officiële toewijzingen nodig van distributiecommissies. De Duitse bezetter en de Nederlandse overheid probeerden hiermee de zwarte handel in te dammen.
De Conradstraat, waar de afzender woonde, lag in de Czaar Peterbuurt in Amsterdam-Oost, een echte volksbuurt waar veel marktkooplieden en kleine zelfstandigen woonden. De brief biedt een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine ondernemers die klem kwamen te zitten tussen de strikte distributieregels en de verleidingen van de zwarte markt. K. Lammers M. Goosjes Marktwezen