Getypte zakelijke brief met handgeschreven kanttekeningen en stempels.
Origineel
Getypte zakelijke brief met handgeschreven kanttekeningen en stempels. 29 April 1942. Th. J. A. Seymonsbergen (Handelaar). Den Heer de Haan, Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam. [Briefhoofd]
TH. J. A. SEYMONSBERGEN
TELEGRAMADRES „WOOLSEY“
V CODE 1929
GEM. GIRO S. 8140
AMSTERDAM, 29 April 193 42
Albert Cuypstraat 142 ''' achter
Aan den Heer de Haan,
Inspecteur van het Marktwezen.
Jan van Galenstraat 14,
A m s t e r d a m.
[Handgeschreven aantekeningen rechtsboven]
mi. hulp vanmiddag!
houdt corr.
[Stempel/kenmerk links]
Nº 46A/1071/M. 1942 30/4
Geachte Heer,
Onlangs ontving ik van het marktwezen bericht, dat men van plan was alle voor Amsterdam bestemde visch op de vischafslag aan de de Ruyterkade aan te voeren en deze visch onder de daarvoor in aanmerking komende handelaren te verdeelen. My werd een formulier ingezonden hetwelk ik terstond behoorlyk ingevuld en onderteekend aan het Marktwezen heb geretourneerd en verwachtte ik derhalve, ook by de verdeeling ingeschakeld te worden, zoodat het my ten zeerste verbaasde toen ik aan Mr. Stam vroeg wanneer ik aan de beurt was ten antwoord kreeg, dat ik niet in aanmerking kom omdat ik op geen eene lyst sta. Waar ik reeds geruimen tyd in gerookte visch handel en [handgeschreven boven de regel: men] mij vroeg voor welke soort ik in aanmerking wenschte te komen heb ik dit opgegeven, doch heeft het indienen van dit verzoek geen nut als er geen nota van genomen wordt.
Minder op zyn plaats vind ik het echter my buiten te sluiten zonder my daarvan in kennis te stellen, althans de reden op te geven.
U zult begrypen dat ik niet van de wind kan leven en verplicht ben voor myn gezin te zorgen, doch is dit onmogelyk indien ik geen visch kryg. Waar de verdeeling echter deze week voor het eerst heeft plaatsgevonden, neem ik aan dat de administratie nog niet geheel in orde is, temeer waar dit een enorm werk is en vertrouw alsnog op de lysten
[Einde zichtbare tekst op de pagina] In deze brief beklaagt de heer Seymonsbergen zich over het feit dat hij is uitgesloten van de nieuwe centrale distributie van vis in Amsterdam. De visafslag aan de De Ruyterkade was op dat moment het centrale punt waar de aanvoer werd gecontroleerd en verdeeld. De schrijver benadrukt dat hij alle administratieve stappen heeft doorlopen (het invullen van formulieren), maar dat hij volgens een zekere "Mr. Stam" niet op de officiële lijst staat.
De toon van de brief is een mengeling van zakelijke verontwaardiging en persoonlijke noodgreep. De zin "U zult begrypen dat ik niet van de wind kan leven" onderstreept de precaire economische positie van kleine handelaren tijdens de bezettingsjaren, waarbij uitsluiting van distributielijsten direct de broodwinning bedreigde. De schrijver eindigt met een diplomatische handreiking door de fout toe te schrijven aan de complexiteit van de administratie. Het document dateert uit april 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de distributie van schaarse goederen, waaronder voedsel zoals vis, steeds strenger gereguleerd door de overheid en gemeentelijke instanties (zoals het Marktwezen). De centralisatie van de visafvoer naar de De Ruyterkade was een maatregel om de zwarte handel in te dammen en de controle op de voedselvoorziening te maximaliseren.
De afzender is gevestigd aan de Albert Cuypstraat, het hart van de Amsterdamse markthandel. De brief geeft een inkijkje in de bureaucratische strijd die burgers moesten voeren om hun recht op toewijzing van handelswaar te behouden in een tijd van toenemende schaarste en overheidsingrijpen. A. Seymonsbergen Marktwezen