Handgeschreven brief (fragment/pagina).
Origineel
Handgeschreven brief (fragment/pagina). het mij derhalve niet mogelyk
was gerookte aal en gepelde
garnalen, doch uitsluitend
sprot, filet, schar, filet etc. te
verkopen, meen ik toch bij deze
vischverdeeling te mogen worden
ingeschakeld, te meer waar
dit op het invulformulier stond
vermeld.
Gedurende 1 maand heb
ik reeds niets verdiend
en ben ik niet verantwoord
tegenover mijn gezin om
maar af te wachten terwijl
ik niet weet of ik "überhaupt"
voor gerookte visch in aanmer-
king kom, weshalve ik Wed.
vriendelijk verzoek mij hier-
omtrent nader in te lichten.
Mocht ik bij Wed. niet aan
het juiste adres zijn, gelieve U
mijn schrijven aan de betr.
persoon door te geven.
Th. J. A. Seymonsbergen hoogachtend
Alb. Cuypstr. 142 III (handtekening)
Amsterdam. De schrijver van de brief, Th. J. A. Seymonsbergen, beklaagt zich over zijn uitsluiting van de huidige "vischverdeeling" (visdistributie). Hij voert aan dat hij voorheen weliswaar geen gerookte paling of gepelde garnalen verkocht, maar wel andere visproducten zoals sprot, filet en schar. Hij verwijst naar een eerder ingevuld formulier waaruit zijn recht op toewijzing zou moeten blijken.
De toon van de brief is dringend doch beleefd. De schrijver benadrukt zijn precaire financiële situatie: hij heeft al een maand geen inkomsten gegenereerd, wat hij tegenover zijn gezin niet langer verantwoord vindt. Hij gebruikt de term "überhaupt" om zijn onzekerheid over de toekomstige toewijzing van gerookte vis te onderstrepen. Hij adresseert de brief aan "Wed." (Weledelgeborene), een formele aanspreektitel voor een ambtenaar of instantie. De terminologie in de brief ("vischverdeeling", "invulformulier") en de spelling (zoals 'visch' met -ch en de 'y' in plaats van 'ij') wijzen sterk op de periode van de Tweede Wereldoorlog of de directe nasleep daarvan in Nederland. Tijdens de bezetting was er sprake van een strikt distributiesysteem waarbij handelaren afhankelijk waren van officiële toewijzingen om hun beroep uit te kunnen oefenen.
De locatie van de afzender, de Albert Cuypstraat in Amsterdam, is historisch gezien een centrum van handel en marktactiviteiten. Het is zeer waarschijnlijk dat Seymonsbergen een marktkoopman of kleinhadelshandaar was die door de rantsoenering en regulering van de voedselvoorziening in de problemen was gekomen. De brief is een typisch voorbeeld van de vele rekesten die burgers in die tijd richtten tot distributie-instanties om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. A. Seymonsbergen