Archiefdocument
Origineel
12 mei 1942. [Marginale notitie in de linker marge:] geb. 31-7-'02
Rapport
Hedenmiddag 12 Mei 1942 hoorde de
ondergeteekende H. D. v. Duinhoven, bureau-
chef b/h het Commissariaat Kl. Lammers,
die mij zakelijk verklaarde als volgt:
Hedenmorgen was ik erbij tegen-
woordig, dat Simon Marinus het lid
der Verdeelingscom. M. Gootjes en ook de
andere leden der commissie betitelde
met „zwervers“, terwijl hij Gootjes uitschold
voor „pooier“.
A'dam, 12/5 1942
Th Duinhoven [handtekening]
Het lid der Commissie:
Kl Lammers [handtekening]
[Stempel linksonder:] № 46A/146/2 M. 1942 1. Inhoud: Het document is een officieel verslag van een incident van mondelinge belediging. Kl. Lammers, zelf een commissielid, legt een verklaring af bij zijn superieur (bureauchef Van Duinhoven). Hij getuigt dat Simon Marinus die ochtend M. Gootjes en andere leden van de Verdeelingscommissie heeft uitgescholden voor "zwervers" en Gootjes specifiek voor "pooier".
2. Taal en Vorm: Het rapport is opgesteld in de typische ambtelijke stijl van de jaren '40 ("Hedenmiddag", "ondergeteekende", "zakelijk verklaarde"). De beledigingen zijn tussen aanhalingstekens geplaatst om de letterlijke bewoordingen van de beschuldigde vast te leggen.
3. Administratieve Verwerking: De aantekening van de geboortedatum in de marge en het officiële nummer met stempel duiden op een zorgvuldige archivering. Dit rapport vormde waarschijnlijk de basis voor een verdere juridische procedure wegens belediging van een ambtenaar/functionaris in functie. 1. Bezettingstijd: De datum 12 mei 1942 valt midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
2. Schaarste en Frustratie: De "Verdeelingscommissie" was verantwoordelijk voor de distributie van schaarse goederen (voedsel, brandstof) via bonkaarten. Leden van dergelijke commissies stonden dagelijks in contact met een gefrustreerde bevolking die te maken had met toenemende tekorten. De beledigingen in dit rapport zijn een directe uiting van de maatschappelijke spanningen en de vijandigheid jegens instanties die de schaarse middelen moesten toewijzen.
3. Handhaving: In de bezettingstijd werd er streng opgetreden tegen het beledigen van personen met een publieke taak. Een dergelijke aangifte kon leiden tot serieuze consequenties voor de dader, variërend van een geldboete tot detentie. M. Gootjes