Doorslag/kopie van een getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Doorslag/kopie van een getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 11 mei 1942. N.V. Marcanti (Mij. tot exploitatie van het café-, restaurant- en cantinebedrijf), Amsterdam. Directie van de A.V.I.M. (Algemeene Vereeniging van Instellingen voor Melkvoorziening), Walenburgerweg 53, Rotterdam. (Handgeschreven potloodnotitie linksboven:)
Mel Moane [?]
Bela dele [?]
(Getypt linksboven:)
XXXX
81624
(Getypt rechtsboven:)
11 Mei 1942
Copie
(Getypt middenlinks:)
AANTEEKENEN
Aan de Directie der
A.V.I.M.,
Walenburgerweg 53,
Rotterdam.
(Handgeschreven notitie in rode inkt over de tekst heen:)
v. Julo [?] is M. Postuma:
advies geeft geen antwoord
en bij later persoonlijk verzoek
heeft men f 25.- na wat verkoop
cel die door stomme medewerking
zou zijn verkocht heeft opgebracht
Volgens M. Postuma zou M. Brenting
of Holthuys in 1940 hun commissaris
aldaar werd. onderzoek later
ingesteld. 12-7-46 [Paraaf]
(Hoofdtekst:)
Mijne Heeren,
De Heer van der Kluft van de Nederlandsche Veiling te Amsterdam deelde ons eenigen tijd geleden mede, dat de telefooncel, die wij opgeslagen hadden in de Zuidvruchtenveiling op de Centrale Markt te Amsterdam, en die abuisievelijk aan Uw adres verzonden is door het Amsterdamsch Expeditie Kantoor Recter & v.d. Veere, Binnenkant 28, alhier, niettegenstaande onze herhaalde verzoeken aan den Heer van der Kluft, om ons de telefooncel terug te doen bezorgen, door U verkocht is.
Daar wij van het Gemeentelijk Abattoir te Amsterdam gepacht hebben het koffiehuis, staande op de Veemarkt alhier, en wij die telefooncel daar moesten plaatsen, zijn wij nu genoodzaakt de daar aanwezige telefooncel te koopen voor een bedrag van f. 350.--
Wij doen U thans het beleefd verzoek dit bedrag, driehonderd en vijftig gulden, te storten op onze rekening bij de Gemeente Giro van Amsterdam, no. M. 5700.
Inmiddels verblijven wij,
Hoogachtend,
N.V. MARCANTI
MIJ. TOT EXPLOITATIE VAN HET CAFÉ-,
RESTAURANT- EN CANTINEBEDRIJF
Bijl.: Copie schrijven aan
Recter & v.d. Veere, A'dam. Deze brief vormt een formele ingebrekestelling en claim tot schadevergoeding. De kern van het geschil is een logistieke fout: een telefooncel van N.V. Marcanti, die tijdelijk was opgeslagen bij de Zuidvruchtenveiling in Amsterdam, is door een transportbedrijf per ongeluk naar de A.V.I.M. in Rotterdam gestuurd. Ondanks pogingen om de cel terug te krijgen, heeft de A.V.I.M. het object verkocht.
Marcanti stelt dat zij hierdoor direct benadeeld zijn, aangezien zij een andere cel moesten aanschaffen voor hun nieuwe koffiehuis op de Veemarkt (bij het Gemeentelijk Abattoir). Zij eisen het aankoopbedrag van 350 gulden terug.
De rode kanttekening is interessant omdat deze dateert van na de oorlog (12 juli 1946). Hieruit blijkt dat de zaak jaren later nog speelde of werd geëvalueerd. Er wordt gesproken over een opbrengst van slechts 25 gulden bij de verkoop en een "onderzoek" dat is ingesteld. Dit suggereert dat er mogelijk sprake was van onrechtmatige verrijking of verduistering van goederen tijdens de oorlogsjaren die na de bevrijding werd uitgezocht. * N.V. Marcanti: Dit bedrijf is onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van de Amsterdamse markten. De Marcanti-hal (nabij de Jan van Galenstraat) was oorspronkelijk een kantinegebouw voor marktkooplui en groeide later uit tot een beroemde uitgaansgelegenheid. Ten tijde van de brief exploiteerden zij horeca op de marktterreinen.
* A.V.I.M.: De Algemeene Vereeniging van Instellingen voor Melkvoorziening hield kantoor op de Walenburgerweg in Rotterdam. Het feit dat een telefooncel bij een melkinstelling belandde, onderstreept de chaos die soms heerste in de distributie en logistiek tijdens de bezettingsjaren.
* Locatie: De brief noemt iconische Amsterdamse locaties zoals de Centrale Markt en het Gemeentelijk Abattoir (Slachthuis) aan de Veemarkt/Cruquiusweg. Deze gebieden vormden het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam.
* Tijdsbeeld: Hoewel de brief uit 1942 stamt, lijkt het een puur zakelijk geschil. De naoorlogse notitie wijst echter op de "rechtsherstel"-sfeer van 1946, waarin veel administratieve fouten en verdwenen goederen uit de oorlogstijd alsnog werden onderzocht.