Administratief rapport betreffende voedseldistributie/afdracht.
Origineel
Administratief rapport betreffende voedseldistributie/afdracht. 21 september t/m 26 september 1942 (met een latere aantekening van 21 oktober 1942). Rapport over afdracht voor de Joodsche bevolking
in de week van 21 - 26 Septr. 1942. I
| Septr. | Totaal aanvoer in K.G. | Verplichte afdracht in K.G. | Werkelijke afdracht in K.G. |
|---|---|---|---|
| 22 | 255100 | 25510 | 19567 |
| 24 | 250000 | 25000 | 28366 |
| 26 | 381100 | 38110 | 25362 |
| Totaal | 886200 | 88620 | 73295 |
[Handtekening: Tj. Kleineberink]
N.B. Door de leveranciers aan de weermacht worden belangrijke partijen goed van buiten af ontvangen, welke wel voor de statistiek worden opgegeven, maar waarvan voor de Joden niets wordt afgedragen.
Het verschil zal hierdoor dus belangrijk verkleinen.
[Paraaf links: Stb]
Heer Steenbeek
na deze week heeft Dir. geen opstelling meer ontvangen. Hij vraagt hiernaar thans.
[Handtekening: Onleesbaar]
21/10 42 * Kwantitatieve data: Het document toont aan dat er een vast percentage (exact 10%) als "verplichte afdracht" werd gehanteerd op de totale aanvoer. In de bewuste week werd er echter ruim 15.000 kg minder afgedragen dan verplicht (73.295 kg i.p.v. 88.620 kg).
* Administratieve verklaring: De "N.B."-sectie bevat een cruciale nuancering. De opsteller merkt op dat leveringen die direct voor de Duitse Wehrmacht bestemd zijn, wel meetellen voor de algemene aanvoerstatistieken, maar dat daarover geen afdracht voor de Joodse bevolking verschuldigd is. Dit diende als verklaring waarom de werkelijke afdracht lager uitviel dan de theoretische 10%.
* Procesgang: De handgeschreven notitie onderaan (gedateerd 21 oktober 1942) wijst op een stokkende informatievoorziening. De directeur had na september geen rapportages meer ontvangen, wat suggereert dat de administratieve vastlegging van deze afdrachten in het najaar van 1942 onregelmatiger werd of gestaakt werd. Dit document stamt uit een gitzwarte periode van de Nederlandse geschiedenis. In september 1942 waren de grootschalige deportaties van Joden uit Nederland naar de vernietigingskampen in volle gang. Terwijl de Joodse bevolking stelselmatig werd geïsoleerd en weggevoerd, bleef de bureaucratische machine van de voedselvoorziening en distributie de "afdracht" (rantsoenering) nauwgezet bijhouden.
De term "Joodsche bevolking" in ambtelijke documenten uit deze tijd duidt op de aparte behandeling en de steeds verdergaande beperking van levensmiddelen voor deze groep. Dat de Duitse Wehrmacht prioriteit kreeg en leveringen aan hen werden vrijgesteld van afdrachten voor Joden, illustreert de hiërarchie in de voedselvoorziening onder het bezettingsregime. De "Heer Steenbeek" waarnaar verwezen wordt, was waarschijnlijk werkzaam bij een rijksdienst die toezag op de voedseldistributie.