Administratief financieel overzicht / grootboekblad.
Origineel
Administratief financieel overzicht / grootboekblad. 20 oktober 1942 tot en met 17 november 1942. [Koptekst]
Afdracht voor de Joodsche bevolking [gevolgd door:] IV
periode: 20 October - 17 Novemb. 1942
[Tabelkoppen]
Dat. | Totaal aanvoer | Verplichte afdracht. | Werkelijke afdracht.
[Data-regels]
20 | 468200 | 46820 | 48317
22 | 472300 | 47230 | 49630
24 | 631300 | 63130 | 61713
--- | --------- | -------- | --------
| 1571800 | 157180 | 159660
27 | 551400 | 55140 | 53240
29 | 550200 | 55020 | 56187
31 | 454600 | 45460 | 46314
--- | --------- | -------- | --------
| 1556200 | 155620 | 155741
Nov.
3 | 462900 | 46290 | 47738
5 | 411000 | 41100 | 40760
7 | 497000 | 49700 | 51321
--- | --------- | -------- | --------
| 1370900 | 137090 | 139819
10 | 526000 | 52600 | 54741
12 | 737900 | 73790 | 72386
14 | 520900 | 52090 | 53243
--- | --------- | -------- | --------
| 1784800 | 178480 | 180370
[Onderaan links]
Gv [paraaf]
[Onderaan rechts]
[Handtekening, mogelijk:] F. Snieders(?) Het document is een nauwgezet bijgehouden boekhoudkundig overzicht. De structuur van de cijfers laat een direct wiskundig verband zien: de "Verplichte afdracht" is exact 10% van de "Totaal aanvoer". De "Werkelijke afdracht" fluctueert licht rondom die 10%, wat duidt op een dagelijkse verrekening of een fysieke overdracht van goederen of valuta waarbij kleine verschillen ontstonden.
De bedragen zijn aanzienlijk (in de honderdduizenden), wat suggereert dat dit ofwel over guldens gaat, ofwel over een specifieke eenheid van goederen/rantsoenen. Het handschrift is zakelijk en administratief van aard, passend bij een ambtelijke of distributie-instelling uit die tijd. Dit document stamt uit het najaar van 1942, een kritieke fase in de Holocaust in Nederland. In deze periode waren de grootschalige deportaties vanuit Kamp Westerbork naar de vernietigingskampen in volle gang.
De term "Afdracht voor de Joodsche bevolking" is een wrang voorbeeld van de bureaucratische taal van de bezetter en de Joodse Raad. In de praktijk moesten Joodse burgers via instanties als de roofbank Lippmann, Rosenthal & Co. (LiRo) hun eigen vervolging, de kosten van de kampen (zoals Westerbork en Vught) en hun eigen "verzorging" financieren. De 10% heffing die hier zichtbaar is, kan duiden op een belasting of een verplichte inhouding op rantsoenen of gelden die bestemd waren voor de Joodse gemeenschap, maar die door de bezetter werden afgeroomd. Documenten als deze vormen het administratieve bewijs van de systematische financiële uitbuiting die hand in hand ging met de fysieke vernietiging. F. Snieders Liro