Nota (factuur)
Origineel
Nota (factuur) 28 november 1942 Amsterdam 28 November 1942
Nota voor de Joodse Commissie
o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-
Zuurkool 1.vt. 22.25 Fl. 22.25
STATIE " 25.--
Bruto Fl. 47.25
4 % " -.89.
TOTAAL Fl. 48.14
---------------------- Dit document is een beknopte, getypte factuur voor een levering van zuurkool. De belangrijkste elementen zijn:
- Product: "1.vt. Zuurkool". De afkorting "vt." staat hoogstwaarschijnlijk voor "vat". De prijs voor de zuurkool zelf bedraagt 22,25 gulden.
- Statiegeld: Onder "STATIE" (statiegeld) wordt een bedrag van 25,00 gulden gerekend. Het feit dat het statiegeld hoger is dan de waarde van de inhoud, suggereert dat vaten schaars of waardevol waren in oorlogstijd.
- Bijkomende kosten: Er wordt een toeslag van 4% berekend (0,89 gulden), wat mogelijk een omzetbelasting of een commissie betreft.
- Totaalbedrag: Het eindbedrag van de nota is 48,14 gulden. De datum op het document, 28 november 1942, plaatst de nota midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De "Joodse Commissie" verwijst naar een afdeling of een werkgroep van de Joodse Raad voor Amsterdam.
De Joodse Raad was door de bezetter ingesteld om toezicht te houden op de Joodse gemeenschap, maar hield zich ook noodgedwongen bezig met sociale zorg, zoals voedselvoorziening voor hulpbehoevenden en de gaarkeukens. In deze context is de aanschaf van een vat zuurkool – een houdbaar en voedzaam product – een logische uitgave voor de civiele ondersteuning die de Raad probeerde te bieden in een tijd van toenemende schaarste en deportaties. Het document vormt een klein maar veelzeggend bewijs van de dagelijkse administratieve en logistieke realiteit waarbinnen Joodse organisaties onder extreme druk moesten functioneren.
Samenvatting
Dit document is een beknopte, getypte factuur voor een levering van zuurkool. De belangrijkste elementen zijn:
- Product: "1.vt. Zuurkool". De afkorting "vt." staat hoogstwaarschijnlijk voor "vat". De prijs voor de zuurkool zelf bedraagt 22,25 gulden.
- Statiegeld: Onder "STATIE" (statiegeld) wordt een bedrag van 25,00 gulden gerekend. Het feit dat het statiegeld hoger is dan de waarde van de inhoud, suggereert dat vaten schaars of waardevol waren in oorlogstijd.
- Bijkomende kosten: Er wordt een toeslag van 4% berekend (0,89 gulden), wat mogelijk een omzetbelasting of een commissie betreft.
- Totaalbedrag: Het eindbedrag van de nota is 48,14 gulden.
Historische Context
De datum op het document, 28 november 1942, plaatst de nota midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De "Joodse Commissie" verwijst naar een afdeling of een werkgroep van de Joodse Raad voor Amsterdam.
De Joodse Raad was door de bezetter ingesteld om toezicht te houden op de Joodse gemeenschap, maar hield zich ook noodgedwongen bezig met sociale zorg, zoals voedselvoorziening voor hulpbehoevenden en de gaarkeukens. In deze context is de aanschaf van een vat zuurkool – een houdbaar en voedzaam product – een logische uitgave voor de civiele ondersteuning die de Raad probeerde te bieden in een tijd van toenemende schaarste en deportaties. Het document vormt een klein maar veelzeggend bewijs van de dagelijkse administratieve en logistieke realiteit waarbinnen Joodse organisaties onder extreme druk moesten functioneren.