Getypte brief (doorslag of origineel op dun papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag of origineel op dun papier). 31 augustus 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Marktcentrale of een aanverwante gemeentelijke dienst). HB.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
61/10/1 M. 2. 31 Augustus 1942.
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen toekomen: een
contract in duplo ten name van J.Ootjers betreffende huur van
pakhuisafdeeling No.E.2 van pier E op de Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken de onderteekening van dit
contract door den Heer Burgemeester te willen bevorderen. Daarna
gelieve U het mij te doen terugzenden, teneinde voor registratie
te kunnen zorgdragen.
De Directeur, * Onderwerp: De formele afhandeling van een huurcontract voor een bedrijfsruimte (pakhuisafdeling E.2) op de Centrale Markt in Amsterdam.
* Betrokken partijen: De huurder is een zekere J. Ootjers. De brief illustreert de ambtelijke weg: de directeur van de markt stuurt het stuk naar de wethouder, die het op zijn beurt moet voorleggen aan de burgemeester voor de definitieve handtekening.
* Stijl: Het taalgebruik is uiterst hoffelijk en formeel, typerend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd ("heb ik de eer U te doen toekomen", "Ik moge U beleefd verzoeken").
* Administratieve details: Er wordt specifiek gevraagd om het contract in duplo (tweevoud) te laten tekenen en retour te zenden voor registratie, wat wijst op een strakke boekhoudkundige procedure. * Tijdsperk: Het document dateert uit augustus 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
* De Centrale Markt: De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was tijdens de oorlog van vitaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. Vanwege de schaarste en de rantsoenering stond alles wat met levensmiddelen en opslag te maken had onder streng toezicht.
* Bestuur: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een cruciale functie in deze periode. De burgemeester van Amsterdam in 1942 was Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld. Deze brief toont aan dat ondanks de oorlogssituatie de reguliere gemeentelijke administratie en de verhuur van marktfaciliteiten gewoon doorgang vonden.