Officiële verordening / Instructieblad (pagina 2 en 3).
Origineel
Officiële verordening / Instructieblad (pagina 2 en 3). (Pagina 2)
2. Door Gebruikers.
Gebruikers, bij wie op 1 September 1942 niet meer in gebruik zijnde machines aanwezig zijn, waarvan niet met zekerheid vaststaat, dat zij vóór 1 December 1942 weer in regelmatig gebruik zullen worden genomen, zijn verplicht deze vóór 15 September 1942 aan het Bureau voor de Metalen-Verwerkende Industrie op te geven.
Hiervan zijn uitgezonderd alle landbouwers, tuinders en veehouders.
3. Wijze van opgeven.
Voor elke machine afzonderlijk moet een enquêteformulier EM in drievoud worden ingevuld en onderteekend. Deze enquêteformulieren moeten met een volledig ingevulden en onderteekenden geleidebrief GB worden ingezonden. De enquêteformulieren EM zijn tegen betaling van f 0,10 per stel en de geleidebrieven GB tegen betaling van f 0,05 per stuk verkrijgbaar bij de Kamers van Koophandel.
Indien geen machines aanwezig zijn, welke opgegeven moeten worden, moet men toch een geleidebrief GB indienen, voorzien van de aanduiding „nihil”.
De omschrijving van de machine op het enquêteformulier moet zoodanig geschieden, dat hieruit een duidelijk beeld van de betrokken machine wordt verkregen.
De machines worden door het Bureau voor de Metalen-Verwerkende Industrie ingedeeld naar de Rijksbureaus, waaronder de machines naar hun aard behooren. Daartoe wordt aan elke machine een stamnummer gegeven, bestaande uit een combinatie van cijfers en letters, waarvan de eerste twee cijfers steeds aangeven het Rijksbureau, waaronder de machine ressorteert. Deze cijfers komen overeen met die, welke voorkomen op bijgaande lijst van Rijksbureaus.
Van de ingezonden enquêteformulieren wordt één exemplaar aan den afzender teruggezonden, waarop door het Bureau voor de Metalen-Verwerkende Industrie dit stamnummer is vermeld. Dit exemplaar moet door den betrokkene worden bewaard.
Tegelijk met het triplicaat-enquêteformulier ontvangt men een transfer, voorzien van het cijfergedeelte van het stamnummer. Dit transfer moet op de gebruikelijke wijze op de machine worden aangebracht.
4. Opgaveplicht van machines, welke buiten gebruik worden gesteld.
Alle machinegebruikers zijn na 1 September 1942 verplicht uiterlijk binnen 8 dagen na het einde van iedere kalendermaand op de enquêteformulieren EM aan het Bureau voor de Meta-len Verwerkende Industrie mededeeling te doen van de machines, welke in die kalendermaand buiten gebruik zijn gesteld, indien niet met zekerheid vaststaat, dat deze machines binnen een tijdperk van 3 maanden weder in regelmatig gebruik gesteld zullen worden.
Deze formulieren dienen telkens vergezeld te gaan van een geleidebrief GB, vermeldende het aantal dezer machines.
Deze opgave dient voor de eerste maal te geschieden over de maand September 1942, dus vóór 8 October 1942.
5. Opgaveplicht van alle gebruikte machines, welke in het bezit van een handelaar in gebruikte machines komen.
Handelaren in gebruikte machines, die na 7 Augustus 1942 in het bezit komen van gebruikte machines, zijn verplicht voor deze machines een enquêteformulier EM bij Rijksmetallum in te zenden.
Dit moet ook geschieden, indien de machine bij den vorigen eigenaar reeds buiten gebruik was en derhalve reeds een stamnummer bezat.
Deze opgave moet geschieden uiterlijk binnen 8 dagen, nadat de betreffende machine in zijn bezit is gekomen.
Deze formulieren dienen telkens vergezeld te gaan van een geleidebrief GB, vermeldende het aantal dezer machines.
6. Machines, welke weder in gebruik gesteld worden.
Indien een opgegeven machine weder in gebruik genomen wordt, moet daarvan binnen 3 dagen opgave worden verstrekt aan het Rijksbureau, waaronder de machine blijkens het stamnummer ressorteert. Daartoe moet het aan den gebruiker teruggezonden triplicaat-enquêteformulier EM worden ingezonden aan het betrokken Rijksbureau.
In deze gevallen wordt in de daartoe bestemde ruimte op het enquêteformulier de datum, waarop de machine in gebruik werd genomen, ingevuld. Deze opgave dient door de handteekening van den gebruiker gewaarmerkt te worden.
IV. DISTRIBUTIE VAN GEBRUIKTE MACHINES.
Met ingang van 7 Augustus 1942 is het aan een ieder verboden om zonder een daartoe door of namens den Directeur van het Bureau voor de Metalen-Verwerkende Industrie verleende vergunning gebruikte machines te koopen, te koop te vragen, te koop aan te bieden, te verkoopen of af te leveren.
A. Koopen, verkoopen en afleveren van machines voor Nederlandsche behoefte.
Het koopen van gebruikte machines mag alleen geschieden, indien daartoe door of namens den Directeur van het Bureau voor de Metalen-Verwerkende Industrie aan den kooper een koopvergunning is afgegeven.
— 2 —
(Pagina 3)
Het verkoopen en afleveren mag blijkens de algemeene vergunning tot verkoop en aflevering, welke per perspublicatie gegeven is, alleen geschieden, indien door den kooper een koopvergunning wordt ingeleverd. Iedere verkoop en aflevering van gebruikte machines, anders dan tegen inlevering van een koopvergunning, is derhalve verboden.
Deze koopvergunningen moeten binnen 30 dagen na den datum van afgifte bij den leverancier, wiens naam op de koopvergunning vermeld is, zijn ingeleverd.
Overdracht maakt de koopvergunning ongeldig.
1. Wijze van aanvragen der koopvergunningen.
Aanvragen voor een koopvergunning moeten door den kooper van de gebruikte machine door middel van een volledig ingevuld en onderteekend aanvraagformulier GM worden ingediend; de aanvraagformulieren GM zijn tegen betaling van f 0,05 per stuk verkrijgbaar bij de Kamers van Koophandel.
Deze formulieren moeten als volgt worden ingediend:
a. indien de machine zich bevindt in een bedrijf van landbouw, tuinbouw of veehouderij: bij het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd;
b. indien de machine een stamnummer heeft: bij het Rijksbureau, waaronder de machine blijkens het stamnummer ressorteert;
c. indien de machine nog in bedrijf is of om andere redenen geen stamnummer heeft en niet behoort tot de machines, bedoeld onder sub a.: bij het Bureau voor de Metalen-Verwerkende Industrie.
N.B. Indien de aanvrager is een landbouwer, tuinder of veehouder, dan geldt een afzonderlijke regeling, vervat in een circulaire van het Bureau Grondstoffen van het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd, en aldaar op aanvrage te verkrijgen.
Op deze aanvraagformulieren GM moet de verkoopprijs van de betrokken machine worden vermeld, terwijl partijen met hun handteekening moeten bekrachtigen, dat omtrent prijs- en leveringsvoorwaarden overeenstemming is bereikt en dat de prijs is vastgesteld met inachtneming der geldende prijsvoorschriften. (Hierbij wordt verwezen naar de Beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart d.d. 21 Juni 1942 (Ned. Staatscourant 1942, No. 123), waarbij is bepaald, dat de voor gebruikte roerende goederen berekende prijs in geen geval meer mag bedragen dan 75 % van den op het moment van den verkoop toelaatbaren prijs voor hetzelfde of soortgelijk nieuw goed). Aanvraagformulieren, welke aan deze voorwaarden niet voldoen, worden niet in behandeling genomen.
Na ontvangst en beoordeeling der aanvraagformulieren GM wordt door het betrokken Rijksbureau bij gunstige beslissing een koopvergunning in tweevoud aan den kooper toegezonden. De copie der koopvergunning is vervoerbewijs.
2. Koopvergunningen en vervoerbewijzen.
Het origineel der koopvergunning en het vervoerbewijs worden door den kooper aan den leverancier toegezonden.
De leverancier behoudt de koopvergunning en levert de betrokken machine, vergezeld van het vervoerbewijs, aan den kooper af.
Koopvergunningen zoowel als vervoerbewijzen zijn slechts 30 dagen na datum van afgifte geldig.
B. Verkoop en aflevering van gebruikte machines aan de Duitsche Weermacht en overige Duitsche instanties.
1. Wijze van aanvragen der vergunning.
Verkoop en aflevering van gebruikte machines aan de Duitsche Weermacht en overige Duitsche instanties mag alleen geschieden, indien aan den leverancier daartoe een verkoop- en afleveringsvergunning is verstrekt; deze vergunning dient door den leverancier te worden aangevraagd op een aanvraagformulier GMW, hetwelk tegen betaling van f 0,05 per stuk verkrijgbaar is bij de Kamers van Koophandel.
De aanvraag moet in alle gevallen worden ingediend bij het Bureau voor de Metalen-Verwerkende Industrie.
Na ontvangst en beoordeeling der aanvraagformulieren GMW wordt door het Bureau voor de Metalen-Verwerkende Industrie bij gunstige beslissing een vergunning in tweevoud aan den verkooper toegezonden. De copie der vergunning is vervoerbewijs.
2. Verkoopvergunning en Vervoerbewijs.
De leverancier behoudt de vergunning tot verkoop en aflevering en levert de betrokken machine, vergezeld van het vervoerbewijs, af.
Zoowel de verkoop- en afleveringsvergunningen als de vervoerbewijzen zijn slechts dertig dagen na datum van afgifte geldig.
C. Te koop aanbieden en te koop vragen van gebruikte machines.
Het te koop aanbieden en te koop vragen van gebruikte machines door middel van advertenties, aanplakbiljetten en andere openbare aankondigingen is zonder vergunning van het Bureau voor de Metalen-Verwerkende Industrie verboden. Aanvragen daartoe moeten door den steller der aankondiging ingediend worden bij het Bureau voor de Metalen-Verwerkende Industrie, vergezeld van den tekst van de betrokken aankondiging. Deze aanvragen kunnen op normaal briefpapier met firmanaam worden ingediend.
— 3 —
--- Dit document beschrijft een rigoureus controlesysteem voor industriële goederen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De belangrijkste aspecten zijn:
- Centrale Registratie: Iedere machine die niet in gebruik is, moet worden aangemeld en voorzien van een 'stamnummer' en een fysiek transfer. Dit stelde de bezetter in staat om exact te weten welke productiecapaciteit er in Nederland beschikbaar of onbenut was.
- Strikte Handelsbeperkingen: De vrije handel in machines werd volledig afgeschaft. Voor elke transactie was een koopvergunning nodig. Er werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de "Nederlandsche behoefte" en leveranties aan de "Duitsche Weermacht".
- Prijsbeheersing: Om inflatie en zwarte handel tegen te gaan, werd de prijs van gebruikte machines gemaximeerd op 75% van de nieuwwaarde.
- Informatiecontrole: Zelfs het adverteren voor machines werd onderworpen aan censuur en vergunningsplicht door het Bureau voor de Metalen-Verwerkende Industrie.
--- Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) werd de economie 'gelijkgeschakeld' en volledig in dienst gesteld van de Duitse oorlogsmachine (Kriegswirtschaft). Hiervoor werden de zogenaamde Rijksbureaus opgericht. Deze instanties hadden tot taak de schaarse grondstoffen en kapitaalgoederen te distribueren.
Het Bureau voor de Metalen-Verwerkende Industrie was een essentieel orgaan omdat de metaalsector direct bijdroeg aan de bewapening. De verplichte opgave van 'buiten gebruik gestelde machines' (zoals beschreven in sectie 4) was vaak een voorbode van vordering: machines die in Nederland stilstonden, werden dikwijls gedemonteerd en naar Duitsland getransporteerd om daar in de oorlogsindustrie te worden ingezet. Dit document illustreert de bureaucratische precisie waarmee de economische uitbuiting van Nederland werd vormgegeven.