Archief 745
Inventaris 745-389
Pagina 390
Dossier 107
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag op dun papier).

6 mei 1942.

Origineel

Getypte brief (doorslag op dun papier). 6 mei 1942. [Rechtsboven, handgeschreven:]
In Muller

[Middenboven:]
VB/HG.

[Linksboven:]
66/8/3 M.

[Rechts:]
6 Mei 1942.

[Links:]
Kwijtschelding marktgeld
Centrale Markt aan J.Boeken.

[Rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

[Midden:]
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de gros-
sier J.Boeken, Jodenbreestraat 63 II, die voor het kalender-
jaar 1942 een plaats in de hal op de Centrale Markt ad f 500,-
heeft gehuurd, door de Inspectie voor de Prijsbeheersching te
Amsterdam is gestraft onder andere met sluiting van zijn zaak
voor den tijd van 6 maanden, ingaande 23 Februari 1942. Boven-
dien wordt de zaak intusschen geliquideerd, zoodat Boeken mij
het verzoek heeft gedaan hem kwijtschelding van het nog ver-
schuldigde plaatsgeld te verleenen. Mijns inziens ware aan het
verzoek van Boeken te voldoen, door hem kwijtschelding te ver-
leenen over een periode van 10 maanden, zijnde een bedrag van
f 400,- (10/12 x f 500,- = f 416,66 - f 16,66 zijnde het ver-
schil tusschen jaar- en maandtarief).
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen
bevorderen, dat bij besluit van den Burgemeester op gronden
van gemeentebelang aan den grossier J.Boeken voornoemd kwijt-
schelding van marktgeld wordt verleend tot een bedrag van
f 400,- zulks op grond van het bepaalde in artikel 10 van de
Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en vent-
gelden.

De Directeur,

[Linker marge, handgeschreven en deels weggevallen:]
betaling van

[Onderaan, handgeschreven handtekening:]
[Onleesbaar] Deze brief is een formeel ambtelijk verzoek betreffende de kwijtschelding van marktgeld. De Directeur van de Centrale Markt adviseert de Wethouder voor de Levensmiddelen om een verzoek van de grossier J. Boeken te honoreren. Boeken had een jaarplaats gehuurd voor 500 gulden, maar zijn zaak werd door de Inspectie voor de Prijsbeheersching voor zes maanden gesloten en is vervolgens geliquideerd.

De directeur stelt een specifieke berekening voor: een kwijtschelding van 400 gulden voor een periode van 10 maanden. Hierbij wordt een correctie toegepast voor het verschil tussen het voordeligere jaartarief en het relatief duurdere maandtarief voor de periode dat de plaats wel in gebruik was. Het verzoek wordt juridisch onderbouwd met een verwijzing naar artikel 10 van de geldende verordening. De datum van de brief, 6 mei 1942, plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De genoemde locatie, Jodenbreestraat 63 II, bevond zich in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De eigenaar, J. Boeken (waarschijnlijk de Joodse ondernemer Joseph Boeken), kreeg te maken met de Inspectie voor de Prijsbeheersching, een orgaan dat tijdens de bezetting streng optrad, vaak ook als instrument voor de economische uitschakeling van Joodse ondernemers.

De liquidatie van de zaak in deze periode is zeer waarschijnlijk gerelateerd aan de anti-Joodse maatregelen (zoals de benoeming van 'Verwalters' of gedwongen sluiting) die in 1942 in alle hevigheid werden uitgevoerd. Dit document toont de bureaucratische afhandeling van de financiële nasleep van een dergelijke bedrijfsbeëindiging binnen het toenmalige gemeentebestuur van Amsterdam.

Samenvatting

Deze brief is een formeel ambtelijk verzoek betreffende de kwijtschelding van marktgeld. De Directeur van de Centrale Markt adviseert de Wethouder voor de Levensmiddelen om een verzoek van de grossier J. Boeken te honoreren. Boeken had een jaarplaats gehuurd voor 500 gulden, maar zijn zaak werd door de Inspectie voor de Prijsbeheersching voor zes maanden gesloten en is vervolgens geliquideerd.

De directeur stelt een specifieke berekening voor: een kwijtschelding van 400 gulden voor een periode van 10 maanden. Hierbij wordt een correctie toegepast voor het verschil tussen het voordeligere jaartarief en het relatief duurdere maandtarief voor de periode dat de plaats wel in gebruik was. Het verzoek wordt juridisch onderbouwd met een verwijzing naar artikel 10 van de geldende verordening.

Historische Context

De datum van de brief, 6 mei 1942, plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De genoemde locatie, Jodenbreestraat 63 II, bevond zich in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De eigenaar, J. Boeken (waarschijnlijk de Joodse ondernemer Joseph Boeken), kreeg te maken met de Inspectie voor de Prijsbeheersching, een orgaan dat tijdens de bezetting streng optrad, vaak ook als instrument voor de economische uitschakeling van Joodse ondernemers.

De liquidatie van de zaak in deze periode is zeer waarschijnlijk gerelateerd aan de anti-Joodse maatregelen (zoals de benoeming van 'Verwalters' of gedwongen sluiting) die in 1942 in alle hevigheid werden uitgevoerd. Dit document toont de bureaucratische afhandeling van de financiële nasleep van een dergelijke bedrijfsbeëindiging binnen het toenmalige gemeentebestuur van Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 100

Afw Andijvie 10.76
Afw. Andijvie f. 9.60
Afw. Andijvie 56.96
Afw. Andijvie " 3.78
Afw. Andijvie " 15.36
Afw.Andijvie " 9.80
Afw.Andijvie 11 " 48.60
B.L.W. Toestaan " 12.80
Afw Bloemkool 10.95
Boonen " 39.16
Boonen " 37.83
Boonen " 61.78
Boonen " 76.26
Boonen " 36.50
Boonen 20.50
Afw. Bospeen " 17.86
Afw.Bospeen " 22.04
Afw. Chinakool 28.47
Afw. Chinakool " 7.92
T.H. Roelofs " 15.57
C. Peen 20.64
Afw. Peterselie " 23.94
Afw. Peterselie " 42.30
Afw.Peterselie " 23.94
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3