Officieel extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Officieel extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 3 juli 1942. [Linksboven, gestempeld/getypt:]
№ 55/16 Lm. 1942
[Rechtsboven, getypt:]
Kwijtschelding marktgeld
[Rechtsboven, handgeschreven:]
Marktwezen
[Handtekening/Paraaf met rode streep] v.d. Berg
L. v. d. L.
[Midden:]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 3 Juli 1942.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur van het Marktwezen d.d. 20 Juni 1942, No. 66/10/4 M, No. 55/16 L.M.
B e s l u i t :
aan M. Agsteribbe, Pretoriusstraat 6, alhier, op gronden van billijkheid, als bedoeld in artikel 10 van de Verordening op de heffing van markt-standplaats- en ventgelden, kwijtschelding te verleenen van het nog door hem verschuldigde marktgeld, ten bedrage van f. 300.-
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks) en Financiën (2 stuks).
CJ
M
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) [Stempel, ondersteboven:] F. FRANKEN (geb)
[Linksonder, stempel met handgeschreven toevoeging:]
Nº 66/10/5 M. 1942 16/7
[Rechtsonder, handgeschreven:]
Memoriaal
157 en 156
[Paraaf] Dit document is een formeel besluit van de (door de bezetter aangestelde) burgemeester van Amsterdam, Edward Voûte. Het betreft de kwijtschelding van een aanzienlijke schuld van 300 gulden aan marktgeld (staangeld voor een marktkoopman).
De kwijtschelding wordt verleend op basis van "billijkheid". In de administratieve taal van die tijd betekende dit vaak dat de schuldige onmogelijk kon betalen of dat de omstandigheden dusdanig waren veranderd dat handhaving van de vordering onredelijk werd geacht. Gezien de datum (juli 1942) en de locatie (Pretoriusstraat, Transvaalbuurt) is de context van de Jodenvervolging onvermijdbaar. Joodse marktkooplieden werden vanaf 1941 stelselmatig geweerd van reguliere markten en mochten vanaf september 1941 alleen nog op speciale Jodenmarkten staan, waardoor hun inkomsten wegvielen. De persoon in het document is Maurits Agsteribbe (geboren in 1891), een Joodse marktkoopman in manufacturen. Het adres Pretoriusstraat 6-I bevond zich in het hart van de Joodse buurt in Amsterdam-Oost.
De datum van het besluit, 3 juli 1942, is wrang: dit was de maand waarin de grootschalige deportaties vanuit Nederland naar de vernietigingskampen begonnen. Voor de administratie van de gemeente Amsterdam was dit besluit waarschijnlijk een manier om een "oninbare vordering" weg te strepen. Uit archiefonderzoek (Joods Monument) blijkt dat Maurits Agsteribbe op 30 september 1942 is vermoord in Auschwitz. Dit document vormt daarmee een papieren spoor van de economische verstikking die voorafging aan de fysieke vernietiging van de Joodse Amsterdammers. M. Agsteribbe Gemeente Amsterdam Marktwezen