Handgeschreven concept of model voor een kennisgeving van achterstallige betaling.
Origineel
Handgeschreven concept of model voor een kennisgeving van achterstallige betaling. Aan M. Agsteribbe Pretoriusstraat 6,
16/10/46 Alhier
Berichten, dat door hem naar aftrek van de
door den Burgemeester verleende kwijtschelding
voor het bezetten van een plaats in de hal
op de Centrale Markt over het kalenderjaar 1942
verschuldigd is een bedrag groot f 200.-
Door hem werd betaald " 166.68
Zoodat nog betaald moet worden f 33.32
welk bedrag hij ten spoedigste dient te voldoen
ten kantore J. v. Galenstr 14.
Modelbriefje Het document is een zakelijke sommatie tot betaling van een restschuld voor marktgeld (staangeld). De tekst is geschreven in een formeel-ambtelijke stijl. De berekening laat zien dat er een oorspronkelijk bedrag verschuldigd was waarover de burgemeester een gedeeltelijke kwijtschelding heeft verleend, resulterend in een netto schuld van 200 gulden. Omdat er reeds 166,68 gulden was voldaan, bleef een specifiek bedrag van 33,32 gulden openstaan. Het adres "J. v. Galenstr 14" verwijst naar de kantoren van de Centrale Markthallen in Amsterdam, die in 1934 aan de Jan van Galenstraat werden geopend. Dit document is historisch significant vanwege de datum (1946) en de geadresseerde. De familie Agsteribbe was een bekende Joodse familie in de Amsterdamse markthandel. De bewoner van Pretoriusstraat 6-II, Maurits Agsteribbe (een vruchtenhandelaar), werd in 1943 gedeporteerd en vermoord in Sobibor.
Het feit dat de Amsterdamse bureaucratie in oktober 1946 een "modelbriefje" opstelt om een schuld van 33 gulden uit het oorlogsjaar 1942 te innen bij een slachtoffer van de Holocaust, illustreert de kille en vaak ongevoelige wijze waarop de naoorlogse administratieve afwikkeling plaatsvond. De "kwijtschelding" door de burgemeester was waarschijnlijk een algemene regeling voor marktkooplieden die tijdens de bezetting hun handel niet naar behoren konden uitoefenen, maar hield geen rekening met de persoonlijke tragiek van gedeporteerde burgers. M. Agsteribbe
Samenvatting
Het document is een zakelijke sommatie tot betaling van een restschuld voor marktgeld (staangeld). De tekst is geschreven in een formeel-ambtelijke stijl. De berekening laat zien dat er een oorspronkelijk bedrag verschuldigd was waarover de burgemeester een gedeeltelijke kwijtschelding heeft verleend, resulterend in een netto schuld van 200 gulden. Omdat er reeds 166,68 gulden was voldaan, bleef een specifiek bedrag van 33,32 gulden openstaan. Het adres "J. v. Galenstr 14" verwijst naar de kantoren van de Centrale Markthallen in Amsterdam, die in 1934 aan de Jan van Galenstraat werden geopend.
Historische Context
Dit document is historisch significant vanwege de datum (1946) en de geadresseerde. De familie Agsteribbe was een bekende Joodse familie in de Amsterdamse markthandel. De bewoner van Pretoriusstraat 6-II, Maurits Agsteribbe (een vruchtenhandelaar), werd in 1943 gedeporteerd en vermoord in Sobibor.
Het feit dat de Amsterdamse bureaucratie in oktober 1946 een "modelbriefje" opstelt om een schuld van 33 gulden uit het oorlogsjaar 1942 te innen bij een slachtoffer van de Holocaust, illustreert de kille en vaak ongevoelige wijze waarop de naoorlogse administratieve afwikkeling plaatsvond. De "kwijtschelding" door de burgemeester was waarschijnlijk een algemene regeling voor marktkooplieden die tijdens de bezetting hun handel niet naar behoren konden uitoefenen, maar hield geen rekening met de persoonlijke tragiek van gedeporteerde burgers.