Ambtelijke voordracht / Memorie van toelichting.
Origineel
Ambtelijke voordracht / Memorie van toelichting. 1942 (vermoedelijk mei/juni). [Linkerbovenhoek:]
Onderwerp:
kwijtschelding marktgeld C.M.
M. Presser.
[Middenboven:]
66/11/217 VB/
[Inhoud:]
Hiermede heb ik de eer U te berichten,
dat de grossier op de Centrale Markt, M. Presser, Nieuwe Kerkstraat
202 die voor het kalenderjaar 1942 een plaats in de
hal op de C.M. heeft gehuurd, mij heeft medegedeeld,
dat hij in verband met zijn financiëele omstandigheden
en wegens gezondheidsredenen, zijn zaken op de C.M. niet
langer kon voortzetten. ~~Daarom heeft hij het verzoek ingediend~~
en verzocht hem thans kwijtschelding van markt-
geld te verleenen. Mijns inziens wordt aan het verzoek van
Presser te voldoen en hem kwijtschelding te verleenen vanaf 1
mei j.l. tot een bedrag van f 300.- ( 8/12 x f 500 = f 333.33 -
verschil maand [?] : 4 x 8.33 = f 33.33 , blijft fl 300.- )
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken, [tussenvoeging: dat bij besluit]
van den Burgemeester op grond van billijkheid, krachtens [tussenvoeging: de bepalingen van] artikel 10
van de Verordening op de heffing van markt- standplaats- en weggelden aan
M. Presser voornoemde kwijtschelding van marktgeld wordt
verleend tot een bedrag van f 300.- . * Kern van de zaak: Het document is een formeel advies aan de burgemeester om een deel van het jaarlijkse marktgeld van een handelaar kwijt te schelden. De handelaar, M. Presser, kan zijn nering op de Centrale Markt niet voortzetten vanwege een combinatie van financiële problemen en een slechte gezondheid.
* Juridische basis: Er wordt expliciet verwezen naar "artikel 10 van de Verordening op de heffing van markt- standplaats- en weggelden". De beslissing wordt gevraagd op grond van "billijkheid" (redelijkheid), wat duidt op een discretionaire bevoegdheid van het stadsbestuur om in schrijnende gevallen af te wijken van de regels.
* Berekening: De handelaar had een jaarcontract van 500 gulden. Omdat hij per 1 mei stopt, wordt de kwijtschelding berekend over de resterende 8 maanden van het jaar. Na een rekenkundige correctie ("verschil maand") komt men uit op een rond bedrag van 300 gulden aan restitutie of kwijtschelding.
* Taalgebruik: Het document hanteert de typische ambtelijke stijl van de vroege 20e eeuw, met eerbiedige formules zoals "heb ik de eer U te berichten/verzoeken". * Historische periode: De brief dateert uit 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland.
* Sociale context: De naam M. Presser en het adres Nieuwe Kerkstraat 202 wijzen nagenoeg zeker op Meijer Presser (geboren 1891), een Joodse fruithandelaar. De Nieuwe Kerkstraat lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. In 1942 werden Joodse ondernemers door de bezetter stelselmatig uit het economische leven verdrongen via "Arisering" of simpelweg door verboden.
* Betekenis: Hoewel de brief spreekt over "financiële omstandigheden" en "gezondheid", is de kans groot dat de werkelijke reden voor het staken van de bedrijfsvoering te maken had met de anti-Joodse maatregelen van de nazi-bezetter. Het is wrang om te zien hoe de gemeentelijke bureaucratie op uiterst formele wijze de kwijtschelding van een paar honderd gulden afhandelt, terwijl de betrokken ondernemer en zijn familie op dat moment in levensgevaar verkeerden. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Meijer Presser en zijn gezin in 1943 in Sobibor zijn vermoord. Dit document is daarmee een tastbaar spoor van de administratieve afwikkeling van een leven dat door de oorlog werd verwoest.