Archief 745
Inventaris 745-389
Pagina 416
Dossier 68
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtelijke brief/memorandum.

15 mei 1942. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een aanverwante gemeentelijke dienst). Aan: De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier").

Origineel

Ambtelijke brief/memorandum. 15 mei 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een aanverwante gemeentelijke dienst). De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier"). [Handgeschreven: extra]

VB/B.

66/11/2M.

15 Mei 1942.

kwijtschelding
marktgeld Centrale Markt
t/n v.Presser.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de grossier van de Centrale Markt, M.Presser, Marnixstraat 202, die voor het kalenderjaar 1942 een plaats in de hal op de Centrale Markt ad. f500,-- heeft gehuurd, mij heeft medegedeeld, dat hij in verband met zijn financieele omstandigheden en wegens gezondheidsredenen zijn zaken op de Centrale Markt niet langer kan voortzetten en verzoekt hem thans kwijtschelding van marktgeld te verleenen.
Mijns inziens ware aan het verzoek van Presser te voldoen en hem kwijtschelding te verleenen vanaf 1 Mei j.l. tot een bedrag van f 300.-- ( 8/12 . f 500.-- = f.333,33. - verschil maand/jaartarief: 4.f8.33 = f.33.33, blijft f.300.--).
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken, wel te willen bevorderen, dat bij besluit van den Burgemeester op gronden van billijkheid, krachtens de bepalingen van artikel 10 van de verordening op de heffing van markt-standplaats- en ventgelden aan M.Presser voornoemd kwijtschelding van marktgeld wordt verleend tot een bedrag van f.300.--

De Directeur, Dit document is een formele aanbeveling van een directeur aan een wethouder om een marktkoopman (grossier) financieel tegemoet te komen. De taal is uiterst hoffelijk en ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten", "wel te willen bevorderen").

Kernpunten:
1. De betrokkene: M. Presser, woonachtig aan de Marnixstraat 202, huurde een vaste plek in de hal van de Centrale Markt voor 500 gulden per jaar.
2. Het verzoek: Vanwege financiële problemen en gezondheidsklachten stopt Presser met zijn handel en vraagt om kwijtschelding van het resterende marktgeld.
3. De berekening: De directeur stelt voor om Presser vanaf 1 mei (hij heeft dan 4 maanden van het jaar volgemaakt) vrij te stellen van betaling. Er wordt een verrekening gemaakt tussen het voordeligere jaartarief en het maandtarief voor de reeds verstreken periode, wat resulteert in een voorgestelde kwijtschelding van exact 300 gulden.
4. Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar "billijkheid" (redelijkheid) en specifiek naar Artikel 10 van de toen geldende gemeentelijke verordening. De uiteindelijke beslissing ligt bij de Burgemeester. De datum van het document, 15 mei 1942, is van cruciaal belang. Nederland bevindt zich midden in de Duitse bezetting.

  1. Anti-Joodse maatregelen: De naam "M. Presser" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in het Amsterdam van die tijd. In mei 1942 was de vervolging van de Joodse bevolking in een stroomversnelling geraakt. Sinds 29 april 1942 was het dragen van de Jodenster verplicht. Joodse ondernemers werden stelselmatig uit het economische leven geweerd door middel van "Arisering" van bedrijven of simpelweg door verboden op het uitoefenen van beroepen.
  2. Economische druk: De genoemde "financieele omstandigheden" en wellicht zelfs de "gezondheidsredenen" kunnen een direct gevolg zijn van de extreme stress en de beperkingen die de bezetter de Joodse burgers oplegde. Veel Joodse handelaren op de Centrale Markt raakten in deze periode hun nering kwijt.
  3. Bestuur onder bezetting: Het document toont de bureaucratische continuïteit; ondanks de oorlog gaan de procedures voor marktgeld en gemeentelijke verordeningen gewoon door via de hiërarchie van directeur, wethouder en burgemeester (hoewel de burgemeester in 1942 een door de Duitsers aangestelde NSB'er was, Edward Voûte).

Dit document is daarmee waarschijnlijk een stille getuige van de tragische beëindiging van een Joodse handelsonderneming in Amsterdam als gevolg van de Holocaust. M. Presser NSB

Samenvatting

Dit document is een formele aanbeveling van een directeur aan een wethouder om een marktkoopman (grossier) financieel tegemoet te komen. De taal is uiterst hoffelijk en ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten", "wel te willen bevorderen").

Kernpunten:
1. De betrokkene: M. Presser, woonachtig aan de Marnixstraat 202, huurde een vaste plek in de hal van de Centrale Markt voor 500 gulden per jaar.
2. Het verzoek: Vanwege financiële problemen en gezondheidsklachten stopt Presser met zijn handel en vraagt om kwijtschelding van het resterende marktgeld.
3. De berekening: De directeur stelt voor om Presser vanaf 1 mei (hij heeft dan 4 maanden van het jaar volgemaakt) vrij te stellen van betaling. Er wordt een verrekening gemaakt tussen het voordeligere jaartarief en het maandtarief voor de reeds verstreken periode, wat resulteert in een voorgestelde kwijtschelding van exact 300 gulden.
4. Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar "billijkheid" (redelijkheid) en specifiek naar Artikel 10 van de toen geldende gemeentelijke verordening. De uiteindelijke beslissing ligt bij de Burgemeester.

Historische Context

De datum van het document, 15 mei 1942, is van cruciaal belang. Nederland bevindt zich midden in de Duitse bezetting.

  1. Anti-Joodse maatregelen: De naam "M. Presser" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in het Amsterdam van die tijd. In mei 1942 was de vervolging van de Joodse bevolking in een stroomversnelling geraakt. Sinds 29 april 1942 was het dragen van de Jodenster verplicht. Joodse ondernemers werden stelselmatig uit het economische leven geweerd door middel van "Arisering" van bedrijven of simpelweg door verboden op het uitoefenen van beroepen.
  2. Economische druk: De genoemde "financieele omstandigheden" en wellicht zelfs de "gezondheidsredenen" kunnen een direct gevolg zijn van de extreme stress en de beperkingen die de bezetter de Joodse burgers oplegde. Veel Joodse handelaren op de Centrale Markt raakten in deze periode hun nering kwijt.
  3. Bestuur onder bezetting: Het document toont de bureaucratische continuïteit; ondanks de oorlog gaan de procedures voor marktgeld en gemeentelijke verordeningen gewoon door via de hiërarchie van directeur, wethouder en burgemeester (hoewel de burgemeester in 1942 een door de Duitsers aangestelde NSB'er was, Edward Voûte).

Dit document is daarmee waarschijnlijk een stille getuige van de tragische beëindiging van een Joodse handelsonderneming in Amsterdam als gevolg van de Holocaust.

Genoemde Personen 1

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Paling Vis & Zee: Vis Zuivel & Eieren: Eieren Zuivel & Eieren: Room Zuivel & Eieren: Zuivel

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

NSB

Kooplieden in dit dossier 100

Afw Andijvie 10.76
Afw. Andijvie f. 9.60
Afw. Andijvie 56.96
Afw. Andijvie " 3.78
Afw. Andijvie " 15.36
Afw.Andijvie " 9.80
Afw.Andijvie 11 " 48.60
B.L.W. Toestaan " 12.80
Afw Bloemkool 10.95
Boonen " 39.16
Boonen " 37.83
Boonen " 61.78
Boonen " 76.26
Boonen " 36.50
Boonen 20.50
Afw. Bospeen " 17.86
Afw.Bospeen " 22.04
Afw. Chinakool 28.47
Afw. Chinakool " 7.92
T.H. Roelofs " 15.57
C. Peen 20.64
Afw. Peterselie " 23.94
Afw. Peterselie " 42.30
Afw.Peterselie " 23.94
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3