Proces-verbaal (ambtelijk verslag van een overtreding).
Origineel
Proces-verbaal (ambtelijk verslag van een overtreding). 22 mei 1942. [Linkerbovenzijde, gedrukt:]
PRO-JUSTITIA
MARKTWEZEN TE AMSTERDAM
№ 77/40/I M 1942
No. Politie
[Linkermarge, verticaal handgeschreven in blauwe inkt:]
Hoe is deze man op de markt gekomen?
22-5-42
[paraaf]
[Rechterbovenzijde, gedrukt:]
Artikel 461 Wetboek van Strafrecht.
[Rechterbovenzijde, handgeschreven in rode inkt:]
22/5 '42.
Is tevens rapport
Reijinga
[Rechterbovenzijde, handgeschreven in zwarte inkt:]
Bevond zich tusschen schafttijd aan aardappelzijde
R
[Midden, gedrukt:]
Proces-verbaal
Ik, ondergetekende, Johannes Jetze Reijinga
Ambtenaar bij het Marktwezen te Amsterdam, tevens onbezoldigd veldwachter, verklaar het navolgende:
Op Vrijdag 22 Mei 1942, des voormiddags te ongeveer 12 uur 37 minuten bevond ik mij, in uniform gekleed [doorgehaald: in burger gekleed] op het terrein van de Centrale Markt, aan de Jan van Galenstraat te Amsterdam (W) en constateerde, dat een persoon aldaar liep, terwijl ik het vermoeden had, dat hij uit geenerlei hoofde daartoe bevoegd was.
Bedoeld terrein is door kanalen en hekwerken geheel van de openbare wegen afgesloten en op verschillende plaatsen bij toegangen in die hekwerken en aan den waterkant zijn borden aangebracht met het duidelijk leesbare opschrift: „Verboden Toegang", „art. 461 Wetb. van Strafrecht".
Ik hield bedoelde persoon staande en verklaarde hij desgevraagd niet uit eenigerlei hoofde bevoegd te zijn, om op den grond van de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat te Amsterdam te loopen. Hij was niet in het bezit van een toegangskaart voor de Centrale Markt, welke toegangskaarten op schriftelijk verzoek aan belanghebbenden worden verstrekt door den Directeur van het Marktwezen.
[Handgeschreven handtekening:] Jan Frederik Winter.
Desgevraagd gaf hij op genaamd te zijn: JAN FREDERIK WINTER
Nederlander
geboren te Amsterdam, den 18 December 1906
wonende Boetzelaerstraat 90 te Amsterdam-West.
van beroep Koperlager.
Ik zegde hem dit Proces-verbaal aan.
Hiervan op mijn ambts-eed [doorgehaald: belofte] opgemaakt dit Proces-verbaal te Amsterdam,
22 Mei 1942 19....
De Ambtenaar voornoemd,
[Handgeschreven handtekening:] J.J. Reijinga
( J.J. Reijinga )
[Linkeronderzijde:]
Gezien:
De Commissaris van Politie
in de 2e Sectie:
[Onderrand:]
Model C.M. 38-250-3-'39-138 / Z. O. Z.
--- * Inhoud: Het document beschrijft de aanhouding van Jan Frederik Winter, een 35-jarige koperlager, die zich zonder geldige toegangskaart bevond op het terrein van de Centrale Markt in Amsterdam. De ambtenaar Reijinga merkt op dat de toegang duidelijk via borden verboden was conform art. 461 WvS.
* Functies: Johannes Jetze Reijinga trad op in een dubbelrol: als ambtenaar van het Marktwezen en als "onbezoldigd veldwachter", wat hem de bevoegdheid gaf om processen-verbaal op te maken.
* Handgeschreven toevoegingen: De informele aantekeningen bovenin geven extra details: de overtreding vond plaats aan de "aardappelzijde" van de markt tijdens de "schafttijd" (lunchpauze). De vraag in de marge ("Hoe is deze man op de markt gekomen?") duidt op een onderzoek naar eventuele lekken in de beveiliging (hekwerken/kanalen) van het terrein.
* Taalgebruik: Formele, juridische taal uit het midden van de 20e eeuw (bijv. "uit geenerlei hoofde", "desgevraagd").
--- * Tijdsbeeld: Het document dateert van 22 mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Voedselvoorziening en Controle: De Centrale Markt was het hart van de Amsterdamse voedseldistributie. Tijdens de bezetting, wanneer schaarste en rantsoenering aan de orde van de dag waren, was de beveiliging van dergelijke terreinen uiterst streng. De aanwezigheid van onbevoegden werd scherp gecontroleerd om diefstal en zwarte handel (met name van aardappelen, zoals de krabbel suggereert) tegen te gaan.
* Administratie: Het gebruik van "Model C.M. 38" (gedateerd uit 1939) toont aan dat men gebruikmaakte van gestandaardiseerde vooroorlogse formulieren voor de handhaving van de orde op de markt.
* Persoonsgegevens: De vermelding "Nederlander" bij de nationaliteit was in 1942 een standaardonderdeel van de administratie, maar kreeg onder het naziregime een extra gewicht in het kader van de uitsluiting van specifieke bevolkingsgroepen (hoewel daar in dit specifieke document verder geen indicatie voor is). Johannes Jetze Reijinga (ambtenaar/veldwachter) Jan Frederik Winter (overtreder). Marktwezen Politie