Ambtsbericht / Rapport.
Origineel
Ambtsbericht / Rapport. Een controleur van de Centrale Markt (ondertekening lijkt op S. Elthin). $N^o = 77/102/1$ $M. 1942 \frac{25}{11}$ N
R A P P O R T
In aansluiting op het rapport van den controleur Fleijsman, d.d 22 November 1942, contra Franciscus Johannes van Buren, betreffende het geval met de driewielige bakfiets en de kist appelen, kan ik thans het volgende melden.
Van Buren volhardt bij zijn verklaring, dat hij de kist met appelen heeft overgenomen van een hem onbekend persoon in wiens opdracht hij deze kist zou brengen naar de Anjelierstraat alhier. Dezen onbekenden persoon hebben wij echter niet meer kunnen ontdekken. Opmerkelijk is, dat niemand bij mij aangifte heeft gedaan van het vermissen van deze kist appelen.
Wat de driewieler betreft, hieromtrent verklaarde van Buren dat hij deze zonder toestemming van den eigenaar heeft weggenomen uit de Hal van de Centrale Markt. De eigenaar bleek te zijn de grossier H. de Widt, die open plaats 1 van de Hal in huur heeft. Deze doet aangifte en zal door mij tegen van Buren proces verbaal worden opgemaakt ter zake diefstal van een driewieler, terwijl hierin ook de geschiedenis met de kist appelen zal worden vermeld. De appelen heb ik ten verkoop doorgezonden naar de Ned: veiling en zal het bedrag hiervan door mij op wettige wijze worden gedeponeerd bij de griffie aan de Arrondissement-Rechtbank te Amsterdam. De driewieler heb ik aan de Widt terug gegeven doch hem hierbij aangezegd dat hij deze ter beschikking moet houden van de Justitie.
Amsterdam 24 November 1942
Controleur,
[Handtekening: S. Elthin]
Den Heer Bedrijfschef
van de Centrale Markt.
[Handgeschreven paraaf: e Jhb] Het rapport beschrijft de afhandeling van een diefstalzaak op de Centrale Markt in Amsterdam. De verdachte, Franciscus Johannes van Buren, wordt beschuldigd van het ontvreemden van een bakfiets (driewieler) en het in bezit hebben van een kist appelen van onduidelijke herkomst.
Kernpunten uit het rapport:
* De appelen: Van Buren claimt dat hij deze in opdracht van een onbekende naar de Anjelierstraat moest brengen. Omdat niemand de kist als vermist heeft opgegeven, is de herkomst dubieus. De appelen zijn geveild en de opbrengst wordt bij de rechtbank gedeponeerd.
* De bakfiets: Van Buren bekent deze zonder toestemming te hebben meegenomen uit de markthal. De eigenaar, grossier H. de Widt, heeft officieel aangifte gedaan.
* Juridische afwikkeling: Er wordt een proces-verbaal opgemaakt voor diefstal. De bakfiets is terug bij de eigenaar, maar geldt nog als bewijsstuk voor justitie. Dit document stamt uit november 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van groeiende schaarste en strenge rantsoenering van voedsel. De controle op de handel en het transport van goederen, zeker op een strategische plek als de Centrale Markt, was zeer streng om de "zwarte handel" in te dammen.
Het verhaal van Van Buren over een 'onbekende opdrachtgever' was een veelgehoord excuus in die tijd om de werkelijke bron van illegale handel te beschermen. De formele afhandeling via de Arrondissement-Rechtbank toont aan dat het reguliere Nederlandse strafrechtsysteem onder de bezetting bleef functioneren voor dit soort civiele en criminele vergrijpen, al stond het geheel onder toezicht van de bezetter. De Centrale Markt was een cruciaal knooppunt in de voedselvoorziening van Amsterdam, waar ordehandhaving door controleurs essentieel was. H. de Widt S. Elthin