Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 26 mei 1942. A. Lievens Fernadesh, adres genoteerd als "9 H Oost". No 85 / 16 / I M. 1942 20/5
[onleesbare krabbel in blauw]
A.dam 26 Mei 1942.
Weledele Heer.
Mijnheer naar aanleiding dit schrijven
verzoek ik u beleefd, mij het toe te staan
met mijn ijskar toe te laten op het marktterrein
Waterlooplein (jodenmarkt) waar ik van
u een voorkeurskaart heb gekregen om een
plaats in te nemen een een stal mij te duur
wordt, zoodoende zou ik gaarne mijn kar
daar willen laten staan
Bij voorbaat mijne hartelijke dank
Zoo teeken ik mij U. Edele Dienaar
A. Lievens Fernadesh 9 H
Oost. * Inhoud: De brief is een formeel verzoek van een ijsverkoper aan een onbekende instantie (waarschijnlijk de beheerder van de Amsterdamse markten). De schrijver vraagt toestemming om zijn ijskar 's nachts op het marktterrein van het Waterlooplein te laten staan, omdat de kosten voor een externe stalling ("stal") te hoog zijn voor zijn budget.
* Taal en Stijl: De tekst bevat enkele grammaticale slordigheden die typerend zijn voor een briefschrijver met een beperkte formele opleiding (bijv. "naar aanleiding dit schrijven", "een een stal"). Desondanks hanteert de schrijver de destijds gebruikelijke beleefdheidsvormen zoals "Weledele Heer" en de afsluiting "U. Edele Dienaar".
* Schrijver: De naam "Fernadesh" (mogelijk een verbastering van Fernandes of Fernandez) is een Sefardisch-Joodse achternaam, wat direct aansluit bij de locatie die hij noemt. * Historisch kader: De brief is gedateerd op 26 mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* De "Jodenmarkt": De schrijver noemt expliciet het Waterlooplein met de toevoeging "(jodenmarkt)". Vanaf 1941 voerden de nazi's segregatiemaatregelen in waarbij Joden in Amsterdam alleen nog mochten handelen en kopen op specifiek aangewezen markten. Het Waterlooplein was een van de belangrijkste van deze markten.
* Economische situatie: De brief getuigt van de precaire economische situatie van Joodse Amsterdammers in die tijd. De "voorkeurskaart" waar de schrijver over rept, was een noodzakelijk bureaucratisch document om überhaupt te mogen werken. De opmerking dat een stalling "te duur" wordt, wijst op de financiële uitputting waaronder velen gebukt gingen door de vele beperkende maatregelen.
* Betekenis: Dit ogenschijnlijk triviale verzoek over een ijskar is een tragisch tijdsdocument. Het laat de dagelijkse strijd zien van een individu om in een vijandige, gesegregeerde samenleving het hoofd boven water te houden, kort voordat de grootschalige deportaties uit Amsterdam naar de vernietigingskampen zouden beginnen (juli 1942). A. Lievens U. Edele Marktwezen