Doorslag van een officiële brief/betalingsherinnering.
Origineel
Doorslag van een officiële brief/betalingsherinnering. 22 oktober 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). [Handgeschreven, onduidelijk: Kmaullen?]
HG. [Handgeschreven: Verzonden 22/10]
85/20/1 H.
22 October 1942.
Gezonden aan:
~~Stroker Tieman, Linnaeusdwarsstraat 12 f 10,63~~
S.Schelvis, Waterlooplein 56 " 2,48
M.Vos, Bonairestraat 103 II " 2,04
Hiermede breng ik onder Uw aandacht, dat U op 17
October jl. terzake van het plaatsen van kramen e.d. op de
markten een bedrag van f aan mijn dienst verschuldigd
was.
Ik geef U thans alsnog de gelegenheid dit bedrag
binnen vier dagen na dato dezes te betalen bij den kassier
van mijn dienst, bij gebreke waarvan ik het Gemeentebestuur
zal voorstellen de U verleende vergunning in te trekken.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een sommatie tot betaling van marktgeld voor het plaatsen van kramen op 17 oktober 1942. De bedragen zijn klein (f 2,48 en f 2,04). Er wordt gedreigd met het intrekken van de marktvergunning als er niet binnen vier dagen wordt betaald.
* Vorm: Het betreft een doorslag op dun papier, wat gebruikelijk was voor de administratieve vastlegging van verzonden correspondentie. De eerste geadresseerde (Stroker Tieman) is met de typemachine of pen doorgehaald, wat suggereert dat deze vordering verviel of elders werd afgehandeld.
* Toon: De toon is formeel, bureaucratisch en dwingend. Dit document stamt uit oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De historische context is hier van groot belang:
- Locatie en Namen: De adressen (met name Waterlooplein) en de achternamen (Schelvis, Vos) wijzen er sterk op dat de geadresseerden Joodse Amsterdammers waren. Het Waterlooplein was het hart van de Joodse buurt en een centrale marktplaats voor Joodse handelaren.
- Vervolging: In oktober 1942 was de systematiek van de Jodenvervolging in volle gang. Sinds de zomer van 1942 vonden er op grote schaal razzia's en deportaties plaats naar kamp Westerbork en verder naar de vernietigingskampen.
- Bureaucratie van de uitsluiting: Terwijl de Joodse bevolking werd weggevoerd, ging de gemeentelijke bureaucratie (in dit geval de Dienst der Markten) onverstoord door met de inning van kleine bedragen. Het dreigen met het intrekken van een vergunning aan mensen die op dat moment al hun burgerrechten en vaak hun leven verloren, illustreert de kille, administratieve realiteit van de bezettingstijd.
- S. Schelvis: Onderzoek in archieven (zoals het Joods Monument) bevestigt vaak dat personen met deze initialen op deze adressen in deze periode zijn gedeporteerd of vermoord. Het document is daarmee een tastbaar bewijs van de "normale" voortgang van het stadsbestuur te midden van een humanitaire catastrofe. M. Vos S. Schelvis