Handgeschreven ambtelijk rapport/notitie.
Origineel
Handgeschreven ambtelijk rapport/notitie. 29 oktober 1942 (met administratieve aantekeningen tot 5 november 1942). Directeur ("Dir.") van een gemeentelijke dienst in Amsterdam (ondertekend door H. Posthuma). Een inspecteur te Amsterdam. [In de rechterbovenhoek, in rood potlood/krijt:]
H. Posthuma
mededeeling
lok. belang
v / 5/11 '42
[Hoofdtekst:]
Rapport.
1/ Brief waarvan reeds
6 Juli 1942 behandeld
zie bijblad no 90/5/1942.
2/ In de gehele omgeving
van het Mosplein is geen
openbare tapkraan
aanwezig. Alleen staat
thans op het
Hagendoornplein een
openbare drinkbak voor
paarden, maar dit is te ver af.
Aan den Heer Inspecteur.
Amsterdam
29 October 1942
Dir: [Handtekening, vermoedelijk H. Posthuma]
[Linksonder, schuin in rood potlood:]
Gezien
30-10-42
[Initialen] Dit document is een intern administratief rapport van de gemeente Amsterdam. Het dient als antwoord op een eerdere correspondentie (gearchiveerd onder nummer 90/5/1942) betreffende de watervoorziening in de openbare ruimte van Amsterdam-Noord.
De kern van het rapport is de constatering dat er rond het Mosplein een gebrek is aan openbare waterpunten. De enige nabijgelegen faciliteit is een paardendrinkbak op het Hagendoornplein, maar de rapporteur oordeelt dat deze afstand te groot is voor de gebruikers rondom het Mosplein. De notitie getuigt van een zeer zakelijke, ambtelijke afhandeling. De verschillende rode aantekeningen en parafen laten zien hoe het document door de bureaucratische molen ging: van de opmaak (29 okt), naar de inspectie (30 okt), tot de uiteindelijke mededeling en archivering (5 nov). Het document dateert uit oktober 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlog de achtergrond vormt, toont dit stuk de continuïteit van het civiele stadsbestuur. In die tijd was paard-en-wagen nog een cruciaal transportmiddel voor de bevoorrading van de stad, zeker door de schaarste aan brandstof voor gemotoriseerd vervoer. Openbare drinkbakken waren daarom onmisbare infrastructuur.
Het Mosplein en het Hagendoornplein bevinden zich in de Tuindorpen van Amsterdam-Noord, wijken die in die periode volop in ontwikkeling waren of reeds een centrale rol speelden voor de arbeiders van de nabijgelegen ADM- en NDSM-werven. Dergelijke rapporten zijn waardevol voor historisch onderzoek naar de stedelijke inrichting en het dagelijks leven in oorlogstijd, waarbij de focus vaak op de grote gebeurtenissen ligt, maar de kleine infrastructurele zorgen van de burgers gewoon doorgingen. H. Posthuma Gemeente Amsterdam