Administratief bijblad (interne notitie).
Origineel
Administratief bijblad (interne notitie). 27 augustus 1942 (afgeleid van "27/8" en het gedrukte jaar "194 2"). [Gedrukt kader linksboven:]
B I J B L A D V A N :
M. No. 90/8/1 194 2
DOORGEZONDEN: 27/8
[Handgeschreven tekst in grijs potlood, rechtsboven:]
mr. Dir.
H. Luburgh
Bij mij is nog nooit
over Dykema geklaagd
inzake optreden Mosplein
[paraf/handtekening]
[Handgeschreven tekst in rood potlood, midden rechts:]
Oproepen! Baars & }
Dijkema }
Prins voor maandag 9 uur.
[Handgeschreven tekst in grijs potlood, rechtsonder:]
90/8/2
[Gedrukte tekst linksonder:]
Alg. Zaken-Model No. 14
14333-1000-7-'41-1727 Dit document fungeert als een intern geleidebiljet of memo binnen een Nederlandse overheidsinstantie (waarschijnlijk politie of gemeentebestuur) tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de tekst is een verdediging van een ambtenaar of agent genaamd Dijkema (hier gespeld als Dykema).
Een zekere H. Luburgh rapporteert aan de directeur ("mr. Dir.") dat er bij hem geen klachten bekend zijn over het gedrag of de acties van Dijkema op het Mosplein (Amsterdam-Noord). Desondanks is er in rood potlood — vaak een kleur voor besluitvorming door een hogere functionaris — een instructie bijgeschreven om zowel Baars als Dijkema op te roepen voor een gesprek op een maandagochtend om 9 uur. De naam "Prins" lijkt de verantwoordelijke te zijn voor deze oproep. De wijziging in het dossiernummer van 90/8/1 naar 90/8/2 suggereert dat dit document de overgang vormt naar een nieuwe fase in het dossier. Het document dateert van augustus 1942, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland verhardde. Het Mosplein in Amsterdam-Noord was een belangrijke centrale plek waar tijdens de oorlogsjaren regelmatig politieoptredens, razzia's of incidenten met de bezetter plaatsvonden.
De namen "Baars" en "Dijkema" komen vaker voor in archieven van de Amsterdamse politie uit deze periode. De notitie over het "optreden" op het Mosplein wijst op een specifiek incident dat blijkbaar aanleiding gaf tot een intern onderzoek of ten minste een formele verduidelijking, waarbij getoetst werd of er klachten over hun handelwijze waren ingediend. Het gebruik van "Alg. Zaken-Model" duidt op een standaardisatie van de ambtelijke correspondentie door het Ministerie van Algemene Zaken. H. Luburgh M. No Politie