Handgeschreven ambtelijke brief/begeleidend schrijven.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke brief/begeleidend schrijven. 27 september 1942. (Margenotitie linksboven:)
Monopolie
recht
N.V. Service
Centr. Markt
1942
(Rechtsboven:)
A’dam, 27/9 1942
W. v. M.
99/3/1
(Hoofdtekst:)
In bijlage dezes
heb ik de eer U een
afschrift te doen toekomen
van een op 6 dezer bij
mij ingekomen brief
van de N.V. Centrale Markt
Service, benevens de
Balans c.a. van deze N.V.
per 31 December 1941.
Ik moge U verzoeken
te willen bevorderen, dat
bij besluit van den Comm.
het monopolierecht voor
het jaar 1942 wordt ge-
steld op f. 400.-
(Ondertekening:)
[Initialen, mogelijk DS of DM] * Handschrift: Het betreft een vlot, zakelijk handschrift in cursief, kenmerkend voor de Nederlandse administratieve stijl uit de jaren '40. De tekst is goed leesbaar met uitzondering van de ondertekening.
* Terminologie: Er wordt gebruikgemaakt van formele ambtelijke taal zoals "In bijlage dezes", "benevens" en "ik moge U verzoeken". De afkorting "c.a." staat voor cum annexis (met bijbehorende stukken).
* Inhoud: De schrijver stuurt een kopie van een eerdere brief (van 6 september 1942) en de jaarbalans van 1941 door naar een hogere instantie of functionaris (aangeduid als "W. v. M."). Het doel is om officieel vast te laten leggen dat de vergoeding voor het monopolie-recht van de betreffende N.V. voor het lopende jaar (1942) op 400 gulden wordt gesteld.
* Bestuurlijk: De verwijzing naar "den Comm." duidt waarschijnlijk op een Commissaris of Commissaris-Generaal, een bestuursfunctie die tijdens de bezettingsjaren cruciaal was voor de economische ordening. Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De economie stond in deze periode onder strikt toezicht. De "N.V. Centrale Markt Service" was waarschijnlijk verbonden aan de Centrale Markthal in Amsterdam, het middelpunt van de voedseldistributie.
Het feit dat er over een "monopolierecht" wordt gesproken, wijst op een concessie of exclusief recht om bepaalde diensten op het marktterrein uit te voeren. Dergelijke bedragen en besluiten moesten in die tijd worden goedgekeurd door de bezettingsautoriteiten of door hen aangestelde Nederlandse functionarissen (zoals de Commissaris-Generaal voor Financiën en Economie). De brief illustreert hoe de ambtelijke bureaucratie en de financiële afwikkeling van bedrijfsrechten tijdens de oorlogssituatie gecontinueerd werden.