Archief 745
Inventaris 745-393
Pagina 165
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag/minuut) met handgeschreven kanttekeningen.

4 maart 1942. Van: Waarschijnlijk een ambtelijk adviseur of afdelingshoofd (geparafeerd VD/HG).

Origineel

Getypte brief (doorslag/minuut) met handgeschreven kanttekeningen. 4 maart 1942. Waarschijnlijk een ambtelijk adviseur of afdelingshoofd (geparafeerd VD/HG). [Handgeschreven rechtsboven:]
Un. Sieburth
C. Müller

[Handgeschreven middenboven:]
Verzonden 5/3

[Getypte tekst:]

VD/HG.

99/1/2 M.
n diverse

4 Maart 1942.

Monopolierechten
N.V. Service Centrale Markt.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 2 Februari jl. om spoedig advies ontvangen stukken No.400 L.M. 1941 heb ik de eer U te berichten, dat de Burgemeester formeel volkomen het recht heeft te beslissen, zooals in het onderhavige geval is geschied, waar er blijkbaar verschil van meening bestond over de vraag, wat als redelijk loonende exploitatie moet worden beschouwd.

De betreffende beslissing is echter gegrond op gegevens, vervat in een Nota, uitgebracht door den accountant Olie van de Afdeeling Financiën. Dit rapport baseert zich uitsluitend op de boekcijfers. Ik moge hierbij opmerken, dat de uitgaven, waartegen de accountant bezwaar maakt, tot nu toe voor dit bedrijf als normaal zijn beschouwd. Een exploitatie met een verlies van ƒ 200,- kan dan niet als "redelijk loonend" worden aangemerkt.

De uitgaven betreffen onder andere de afschrijvingen; gezien de onzekere tijden voor dit bedrijf rijst de vraag of niet zal blijken, dat deze te laag zijn gesteld.

Voorts zijn daar nog de uitgaven aan Commissarissen en administratieloon, tezamen ƒ 480,-. Indien deze zouden vervallen zou na aftrek van ƒ 200,- verlies, een winst resteeren groot ƒ 280,-. Ook dan nog mag men dit niet als een redelijk loonende exploitatie beschouwen.

Ik acht verder een salaris van ƒ 35,- per week voor den leider van dit bedrijf niet te hoog; deze is namelijk geregeld aanwezig, omdat, ongeacht den geringen omzet, het bedrijf dit nu eenmaal noodzakelijk maakt.

Overigens is, tijdens een bespreking over het onderhavige onderwerp met de N.V. Service in September jl. mijnerzijds reeds op de betreffende posten gewezen; vanwege genoemde N.V. is daarbij verklaard, dat het honorarium door de Commissarissen niet zou worden getoucheerd, omdat men van meening was, dat, gelet op de onzekere tijden, zooveel mogelijk zorggedragen moet worden, dat de zaak zoolang mogelijk drijvende kan worden gehouden. In deze brief adviseert een ambtenaar de Wethouder voor de Levensmiddelen over een geschil betreffende de N.V. Service Centrale Markt. Centraal staat de definitie van een "redelijk loonende exploitatie". De Burgemeester heeft, gesteund door een rapport van accountant Olie, een besluit genomen waar de N.V. het mogelijk niet mee eens is.

De schrijver van de brief nuanceert de bevindingen van de accountant. Hoewel de accountant bepaalde kostenposten (zoals commissarissen en administratie) aanvecht, beargumenteert de schrijver dat zelfs als deze kosten geschrapt zouden worden, de resulterende winst van 280 gulden te mager is om van een gezonde ("loonende") bedrijfsvoering te spreken. Er wordt expliciet verwezen naar de noodzaak om het bedrijf "drijvende" te houden ondanks de geringe omzet. Het document dateert uit maart 1942, de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" (in Amsterdam was dit destijds de pro-Duitse wethouder die toezag op de distributie) beheerde een cruciale portefeuille in een tijd van schaarste en rantsoenering. De Centrale Markt was het hart van de voedseldistributie.

De "onzekere tijden" waarover gesproken wordt, verwijzen direct naar de oorlogsomstandigheden, die de normale bedrijfsvoering en financiële planning bemoeilijkten. Het debat over "monopolierechten" wijst erop dat de overheid in deze periode strikte controle uitoefende op welke private ondernemingen mochten opereren in de essentiële voedselketen. De genoemde bedragen (ƒ 35,- salaris per week) geven een goed beeld van de toenmalige loonstandaarden.

Samenvatting

In deze brief adviseert een ambtenaar de Wethouder voor de Levensmiddelen over een geschil betreffende de N.V. Service Centrale Markt. Centraal staat de definitie van een "redelijk loonende exploitatie". De Burgemeester heeft, gesteund door een rapport van accountant Olie, een besluit genomen waar de N.V. het mogelijk niet mee eens is.

De schrijver van de brief nuanceert de bevindingen van de accountant. Hoewel de accountant bepaalde kostenposten (zoals commissarissen en administratie) aanvecht, beargumenteert de schrijver dat zelfs als deze kosten geschrapt zouden worden, de resulterende winst van 280 gulden te mager is om van een gezonde ("loonende") bedrijfsvoering te spreken. Er wordt expliciet verwezen naar de noodzaak om het bedrijf "drijvende" te houden ondanks de geringe omzet.

Historische Context

Het document dateert uit maart 1942, de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" (in Amsterdam was dit destijds de pro-Duitse wethouder die toezag op de distributie) beheerde een cruciale portefeuille in een tijd van schaarste en rantsoenering. De Centrale Markt was het hart van de voedseldistributie.

De "onzekere tijden" waarover gesproken wordt, verwijzen direct naar de oorlogsomstandigheden, die de normale bedrijfsvoering en financiële planning bemoeilijkten. Het debat over "monopolierechten" wijst erop dat de overheid in deze periode strikte controle uitoefende op welke private ondernemingen mochten opereren in de essentiële voedselketen. De genoemde bedragen (ƒ 35,- salaris per week) geven een goed beeld van de toenmalige loonstandaarden.

Kooplieden in dit dossier 4

Gerelateerde Documenten 6