Archief 745
Inventaris 745-393
Pagina 166
Dossier 7
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag op dun papier), bladzijde 2.

4 maart 1942. Van: De Directeur van het Marktwezen (vermoedelijk Amsterdam). Aan: De Heer Wethouder voor de Levensmiddelen.

Origineel

Getypte brief (doorslag op dun papier), bladzijde 2. 4 maart 1942. De Directeur van het Marktwezen (vermoedelijk Amsterdam). De Heer Wethouder voor de Levensmiddelen. Bladzijde 2 van brief No. 99/1/2 M. d.d. 4 Maart 1942 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.

Voor de service der Centrale Markt acht ik het ongetwijfeld van belang, dat de onderhavige installatie zoo lang mogelijk in bedrijf blijft.

Wat tenslotte de kwijtschelding van de vergoeding voor monopolierecht voor het tweede halfjaar 1941 betreft, moge ik erop wijzen, dat wel is waar het verliessaldo over het eerste halfjaar van 1941 mede wordt veroorzaakt door den aard der lasten (zie hierboven en meergenoemde Nota van den Accountant), doch dat daartegenover de tijdsomstandigheden een normale ontwikkeling van dit benzinepompbedrijf wel zeer sterk in den weg staan, waardoor aan de verwachtingen van de N.V. Service, buiten haar schuld, slechts in zeer geringe mate, en vermoedelijk in het geheel niet, is tegemoetgekomen. Voorts mag mijns inziens niet uit het oog worden verloren, dat aan de N.V. over het tweede halfjaar van 1940 destijds eveneens door Burgemeester en Wethouders kwijtschelding van de betaling van monopolierecht is verleend, terwijl toen de omstandigheden zeker niet ongunstiger waren, dan die voor het tweede halfjaar van 1941.

Op grond van het bovenstaande moge ik U beleefd in overweging geven te bevorderen, dat het monopolierecht over het jaar 1941 door den Burgemeester in totaal wordt gesteld op ƒ 200,- (welk bedrag door de N.V. Service reeds is betaald) onder voorwaarde, dat de vergoeding aan Commissarissen niet wordt getoucheerd, dan met toestemming van de Gemeente.

De Directeur, Dit document is de tweede pagina van een ambtelijke brief waarin wordt gepleit voor financiële coulance voor een privaat bedrijf (N.V. Service) dat een vitale functie vervult op de Centrale Markt. Vanwege de oorlogsomstandigheden in 1941 draait het benzinepompbedrijf verlies. De directeur van het Marktwezen adviseert de wethouder om het 'monopolierecht' (een vergoeding voor het alleenrecht op dienstverlening) te verlagen naar een reeds betaald bedrag van 200 gulden.

Opvallend is de voorwaarde die aan de kwijtschelding wordt gesteld: de directie (commissarissen) van het bedrijf mag geen vergoedingen ontvangen zonder toestemming van de gemeente. Dit wijst op een streng toezicht op bedrijfsuitgaven wanneer er publieke middelen of kwijtscheldingen in het spel zijn. De brief dateert uit maart 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De "tijdsomstandigheden" waar de tekst naar verwijst, duiden op de schaarste aan brandstof en de algemene economische malaise die gepaard ging met de oorlog. De Centrale Markt in Amsterdam (de waarschijnlijke locatie) was cruciaal voor de voedselvoorziening, waardoor de "Wethouder voor de Levensmiddelen" een sleutelrol speelde. Het in stand houden van infrastructuur zoals benzinepompen was essentieel voor het transport van goederen, ondanks de exploitatietekorten.

Samenvatting

Dit document is de tweede pagina van een ambtelijke brief waarin wordt gepleit voor financiële coulance voor een privaat bedrijf (N.V. Service) dat een vitale functie vervult op de Centrale Markt. Vanwege de oorlogsomstandigheden in 1941 draait het benzinepompbedrijf verlies. De directeur van het Marktwezen adviseert de wethouder om het 'monopolierecht' (een vergoeding voor het alleenrecht op dienstverlening) te verlagen naar een reeds betaald bedrag van 200 gulden.

Opvallend is de voorwaarde die aan de kwijtschelding wordt gesteld: de directie (commissarissen) van het bedrijf mag geen vergoedingen ontvangen zonder toestemming van de gemeente. Dit wijst op een streng toezicht op bedrijfsuitgaven wanneer er publieke middelen of kwijtscheldingen in het spel zijn.

Historische Context

De brief dateert uit maart 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De "tijdsomstandigheden" waar de tekst naar verwijst, duiden op de schaarste aan brandstof en de algemene economische malaise die gepaard ging met de oorlog. De Centrale Markt in Amsterdam (de waarschijnlijke locatie) was cruciaal voor de voedselvoorziening, waardoor de "Wethouder voor de Levensmiddelen" een sleutelrol speelde. Het in stand houden van infrastructuur zoals benzinepompen was essentieel voor het transport van goederen, ondanks de exploitatietekorten.

Kooplieden in dit dossier 4

Gerelateerde Documenten 6