Getypt afschrift van een ambtelijk advies/brief.
Origineel
Getypt afschrift van een ambtelijk advies/brief. 15 januari 1942. Vermoedelijk de afdeling Financiën of een adviserend orgaan aan het college. No.99/1/1 M.1942 3/2 AFSCHRIFT.
No.178 A.Z.1942 No.1 L.M. (A.V.D.) 1942.
No.400 L.M.1941.
Amsterdam, 15 Januari 1942.
Aan den heer Burgemeester en den heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak, bad- en zweminrichtingen.
De brief van de N.V. Centrale Markt d.d. 6 Januari jl., welke mij bij kantteekening van den heer Burgemeester en bij kantstempelafdruk d.d. 9 Januari jl. No.400 L.M. om advies werd gezonden, bevat een hernieuwd verzoek door bovengenoemde N.V. gedaan bij brief van 18 September jl. aan den Directeur van het Marktwezen om voor het tweede half jaar van 1941 vrijgesteld te worden van het betalen van het haar verleende monopolierecht op de Centrale Markt.
Op het hier bedoelde reeds eerder gedane verzoek gaf de heer Burgemeester een afwijzende beschikking, waarvan door den Directeur van het Marktwezen bij brief d.d. 9 December jl. aan hier reeds genoemde N.V. mededeeling werd gedaan.
De afwijzende beschikking van den heer Burgemeester berustte in hoofdzaak op een afwijzend advies van de afdeeling Financiën, uitgebracht in den vorm van een Nota van den Gemeente-accountant Jac. Olie Jr.
Na met zorg van alle ter zake dienende stukken kennis te hebben genomen, kon ik tot de slotsom komen U te moeten adviseeren bij Uw eenmaal genomen besluit te blijven.
Ik zou het hierbij kunnen laten, ware het niet, dat in den laatsten brief van de N.V. een uiting voorkomt van een streven, dat blijkbaar tot doel heeft het eenzijdig recht van het Gemeentebestuur, dat het zich in alle gewisselde stukken nadrukkelijk heeft voorbehouden, om de mate, waarin het ten gunste van de verhuurster van de gesloten overeenkomst wil afwijken in een gedeelte bevoegdheid met de genoemde N.V. te veranderen.
Op bladzijde 3 van den hier in behandeling zijnden brief leest men namelijk.
Het is namelijk niet zoo, dat door ons, wanneer een halfjaarlijksch verlies wordt geleden, als een gunst ontheffing van monopolierechten moet worden aangevraagd en dat de Gemeente geheel naar eigen inzichten daarop al of niet goedgunstig kan beslissen. Integendeel zijn beide partijen hier volkomen gelijkwaardig en rust op beiden de plicht, in onderling overleg en met inachtneming van een redelijk loonende exploitatie, het monopolierecht te bepalen. Aan deze essentieele voorwaarde heeft de Gemeente, in tegenstelling met vorige halfjaren, nu niet voldaan.
Het staat naar mijn oordeel boven allen twijfel, dat het Gemeentebestuur ter zake van het onderhavige punt niet in de verhouding tot deze N.V. staat als deze thans in het hier bovenovergenomen gedeelte uit haar brief wil doen voorkomen, en dat het, wel voorzien, destijds een standpunt heeft ingenomen, dat deze verhouding zou uitsluiten.
In haar brief van 2 October 1939 had de N.V. gevraagd om het bedrag van het z.g. monopolierecht, met het oog op de zeer verminderde exploitatie-mogelijkheden, inplaats van op ƒ 1.000,- te stellen op ƒ 400,- per jaar, eveneens te betalen in drie-maandelijksche termijnen, waarbij dan halfjaarlijksex, op grond van de verkregen bedrijfsresultaten en met inachtneming van een redelijk loonende exploitatie, door beide partijen, in onderling overleg, zal worden bepaald of dit bedrag kan worden verhoogd (ten hoogste tot ƒ 1.000,-) of moet worden verlaagd.
Burgemeester en Wethouders hebben echter in afwijking van het hier door de N.V. gevraagde en in overeenstemming met het advies van den Directeur van het Marktwezen d.d. 17 November 1939, No.37/14/28 M. aan de N.V. bij brief van 21 November 1939, No.705 L.M.1938 het volgende bericht.
"Ten slotte vestigen wij er nog in het bijzonder Uw aandacht op, dat bij eventueel verschil van meening optredende bij het overleg omtrent de bepaling van het door U verschuldigde monopolierecht, de uiteindelijke beslissing ter zake uitsluitend bij ons berust."
De redactie van deze zinsnede is weloverwogen zóó gekozen, dat zij zgn. misverstand bij voorbaat uitsluit en twist over de vraag omtrent de uitsluitende bevoegdheid van het Gemeentebestuur in deze vruchteloos doet zijn.
Ik moge U mitsdien adviseeren overeenkomst het hier reeds aangehaalde advies van de afdeeling Financiën, waarvan U een afschrift hierbij gelieve aan te treffen, de N.V. Centrale Markt Service te doen weten, dat er voor U geen aanleiding is om op Uw besluit, waarvan bij brief d.d. 9 Decem- * Kern van het geschil: De N.V. Centrale Markt verkeert in financiële moeilijkheden door verminderde exploitatiemogelijkheden en claimt het recht op een verlaging of kwijtschelding van de pacht (het monopolierecht). Zij stellen dat zij een gelijkwaardige partner zijn in het bepalen van dit bedrag.
* Juridisch/Bestuurlijk standpunt: De adviseur verwerpt de claim van gelijkwaardigheid resoluut. Hij baseert zich op een besluit uit 1939 waarin expliciet is vastgelegd dat de gemeente het laatste woord heeft ("de uiteindelijke beslissing [...] uitsluitend bij ons berust").
* Toon: De toon is formeel, autoritair en standvastig. Er wordt geen ruimte gelaten voor onderhandeling; het eerdere besluit van de burgemeester moet worden gehandhaafd.
* Taalgebruik: Typisch ambtelijk Nederlands uit de eerste helft van de 20e eeuw (bijv. "jl.", "ter zake dienende", "mitsdien"). * Tijdsperk: De brief dateert van januari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de bezetting niet expliciet wordt genoemd, weerspiegelt de schaarste en de "zeer verminderde exploitatie-mogelijkheden" de economische druk van die tijd.
* Bestuur: Amsterdam stond op dat moment onder toezicht van de bezetter, maar de gemeentelijke bureaucratie bleef grotendeels functioneren volgens bestaande structuren. De nadruk op "eenzijdig recht" en "uitsluitende bevoegdheid" past in een klimaat waarin de overheid de teugels strak hield.
* De Centrale Markt: De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was en is de cruciale schakel in de voedselvoorziening van de stad. Financiële geschillen over exploitatie waren in oorlogstijd, met distributie en schaarste, van groot belang voor de gemeentekas.