Archief 745
Inventaris 745-393
Pagina 176
Dossier 113
Jaar 1942
Stadsarchief

Brief (Afschrift)

6 januari 1942 Van: N.V. Centrale Markt Service (Centrale Markt, Jan van Galenstraat, Amsterdam-W) Aan: De Hoogedelachtbare Heer Burgemeester van Amsterdam

Origineel

Brief (Afschrift) 6 januari 1942 N.V. Centrale Markt Service (Centrale Markt, Jan van Galenstraat, Amsterdam-W) De Hoogedelachtbare Heer Burgemeester van Amsterdam No.99/1/1 M.1942 AFSCHRIFT.
No.400 L.M.1941 8/1

N.V. CENTRALE MARKT SERVICE
CENTRALE MARKT
Jan van Galenstraat
A m s t e r d a m – W.

Amsterdam, 6 Januari 1942.

Aan den Hoogedelachtbaren Heer
Burgemeester van
Amsterdam.

Hoogedelachtbare Heer,

Bij schrijven d.d. 9 December jl. deelde de Directeur van het Marktwezen, alhier, ons mede, dat het Gemeentebestuur geen aanleiding kon vinden om ons, op grond van de bedrijfsresultaten over het eerste halfjaar 1941, kwijtschelding van monopolierechten, die krachtens het Besluit van den Regeeringscommissaris d.d. 25 April 1941 voor het jaar 1941 voorloopig op een basis van ƒ 400,- per jaar werden bepaald, te verleenen.
Naar aanleiding daarvan brengen wij het volgende onder Uw aandacht.
In den loop van 1938 deden wij, op verzoek van den Dienst van het Marktwezen, een aanbieding tot het exploiteeren van een "service-station" op het terrein van de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat. Als gevolg van het feit, dat eerst omtrent de vestiging c.a. van een dergelijke inrichting op bedoeld terrein een Raadsbesluit moest worden genomen, duurde het tot eind Augustus 1939 voordat ons het betreffende contract met de Gemeente ter teekening kon worden toegezonden. Inmiddels was echter de mobilisatie hier te lande afgekondigd en deed het zich voorzien, dat, nog afgescheiden van de vraag, of ons land in den oorlog zou worden betrokken, met alle funeste gevolgen voor de benzinevoorziening, op zijn minst genomen de verkoop van benzine aan een strenge beperking zou worden onderworpen en ook het voor particulieren beschikbare aantal vrachtwagens door vordering in sterke mate zou worden ingekrompen.
Aangezien dit onvermijdelijk tot gevolg moest hebben, dat aan ons project de financieele basis door "force majeure" voor een belangrijk deel zou worden ontnomen, deelden wij, na eenige besprekingen met den Dienst van het Marktwezen, bij ons schrijven van 2 October 1939 aan het Gemeentebestuur mede, dat wij bereid waren, het ons toegezonden contract te teekenen, mits de uitvoering daarvan werd uitgesteld, totdat weer normale tijden waren teruggekeerd. Wij verklaarden daarbij, de beslissing omtrent een dergelijk tijdstip gaarne te willen overlaten aan het oordeel van Burgemeester en Wethouders, een handelwijze, die wij vanzelfsprekend tegenover een particuliere partij niet zouden hebben gevolgd.
Teneinde toch aan het door beide partijen nagestreefde plan zooveel mogelijk gevolg te geven, stelden wij in ons reeds genoemd schrijven van 2 October 1939 het Gemeentebestuur voor, aan bedoeld plan een beperkte uitvoering te geven door het plaatsen van eenige benzinepompen op het punt, waar later het service station zou worden gebouwd. Wij verklaarden ons bereid, alhoewel de op deze wijze door ons in gebruik genomen grond in oppervlak aanzienlijk veel geringer was, dan in het contract was vastgelegd, dezelfde huur (ƒ 400,- per jaar) te betalen als in bedoeld contract genoemd. Daarnaast stelden wij voor, het bedrag van het z.g. monopolierecht met het oog op de zeer verminderde exploitatie-mogelijkheden, in plaats van op ƒ 1.000,- te stellen op ƒ 400,- per jaar, eveneens te betalen in driemaandelijksche termijnen, waarbij dan halfjaarlijks, op grond van de verkregen bedrijfsresultaten en met inachtneming van een redelijk loonende exploitatie, door beide partijen, in onderling overleg, zou worden bepaald, of dit bedrag kon worden verhoogd (tot ten hoogste ƒ 1.000,-) of moest worden verlaagd.
Uit de door ons voorgestelde regeling blijkt naar onze meening duidelijk, dat wij met ons voorstel niet in de eerste plaats uit waren op eigen gewin, maar dat wij hebben getracht, voor beide partijen er het beste van te maken, wat onder de abnormale tijdsomstandigheden mogelijk was. Wij meenden dan ook het recht te hebben, te spreken niet van een uitsluitende verplichting onzerzijds tegenover de Gemeente, maar van een accoord tusschen twee partijen, die zich met het oog op de volkomen onzekere toekomst verplichten, over en weer elkaars belangen zoo goed mogelijk te behartigen.
Bij schrijven van 21 November 1941 afd.L.M.No.705 - 1938 verklaarden Burgemeester en Wethouders zich bereid, ons voorloopig een beperkte uitvoering van het contract toe te staan op de voorwaarden in ons meengenoemd schrijven van 2 October 1939 omschreven. Het eenige voorbehoud, dat gemaakt werd, was vervat in de hierna volgende zinsnede:
"Tenslotte vestigen wij er nog in het bijzonder Uw aandacht op, dat bij
"eventueel verschil van meening, optredende bij het overleg omtrent de
"bepaling van het door U verschuldigde monopolierecht, de uiteindelijke
"beslissing ter zake uitsluitend bij ons berust." * Kern van het geschil: De N.V. Centrale Markt Service protesteert tegen de weigering van de gemeente Amsterdam om de monopolierechten voor een benzinepompstation te verlagen of kwijt te schelden.
* Argumentatie: De afzender voert aan dat de oorlogssituatie (mobilisatie, benzineschaarste en vordering van vrachtwagens) de exploitatie nagenoeg onmogelijk maakt. Zij wijzen op hun coulante houding in 1939, waarbij zij akkoord gingen met een contract onder voorwaarde van uitstel, en later een beperkte uitvoering voorstelden.
* Juridisch/Financieel: Er is sprake van een verlaging van het monopolierecht van ƒ 1.000,- naar ƒ 400,-. De crux zit in de clausule dat de gemeente de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid opeist bij meningsverschillen over deze bedragen, wat de N.V. als onredelijk ervaart gezien de "force majeure" (overmacht).
* Toon: Formeel-zakelijk, maar met een ondertoon van morele verontwaardiging over de eenzijdige machtspositie die de gemeente inneemt in een crisistijd. Dit document stamt uit januari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De locatie, de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat, was (en is) een cruciaal logistiek punt voor de voedselvoorziening van Amsterdam. De brief illustreert hoe private ondernemingen probeerden te overleven onder de economische beperkingen van de bezetting (zoals de distributie van brandstof). De referentie naar de "Regeeringscommissaris" duidt op de bestuurlijke herstructurering door de bezetter, waarbij lokale besturen onder direct toezicht kwamen te staan. De schaarste aan brandstof en het vorderen van voertuigen door de Wehrmacht hadden een directe, verlammende invloed op de commerciële exploitatie van service-stations.

Samenvatting

  • Kern van het geschil: De N.V. Centrale Markt Service protesteert tegen de weigering van de gemeente Amsterdam om de monopolierechten voor een benzinepompstation te verlagen of kwijt te schelden.
  • Argumentatie: De afzender voert aan dat de oorlogssituatie (mobilisatie, benzineschaarste en vordering van vrachtwagens) de exploitatie nagenoeg onmogelijk maakt. Zij wijzen op hun coulante houding in 1939, waarbij zij akkoord gingen met een contract onder voorwaarde van uitstel, en later een beperkte uitvoering voorstelden.
  • Juridisch/Financieel: Er is sprake van een verlaging van het monopolierecht van ƒ 1.000,- naar ƒ 400,-. De crux zit in de clausule dat de gemeente de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid opeist bij meningsverschillen over deze bedragen, wat de N.V. als onredelijk ervaart gezien de "force majeure" (overmacht).
  • Toon: Formeel-zakelijk, maar met een ondertoon van morele verontwaardiging over de eenzijdige machtspositie die de gemeente inneemt in een crisistijd.

Historische Context

Dit document stamt uit januari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De locatie, de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat, was (en is) een cruciaal logistiek punt voor de voedselvoorziening van Amsterdam. De brief illustreert hoe private ondernemingen probeerden te overleven onder de economische beperkingen van de bezetting (zoals de distributie van brandstof). De referentie naar de "Regeeringscommissaris" duidt op de bestuurlijke herstructurering door de bezetter, waarbij lokale besturen onder direct toezicht kwamen te staan. De schaarste aan brandstof en het vorderen van voertuigen door de Wehrmacht hadden een directe, verlammende invloed op de commerciële exploitatie van service-stations.

Kooplieden in dit dossier 4

Gerelateerde Documenten 6