Archief 745
Inventaris 745-393
Pagina 254
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.

Donderdag, 23 April 1942.

Origineel

Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. Donderdag, 23 April 1942. No. 49/45 H. 1942.
"Warmte-commissie".

123 L.M. 1942 (stempel/handgeschreven)

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Donderdag, 23 April 1942.

De Burgemeester van Amsterdam;
Overwegende, dat het, met het oog op de bevoorrading van de gemeentegebouwen met huisbrand, de voorziening van de burgerij met huisbrand, het contact met het Rijkskolenbureau, den Districtsadviseur voor Amsterdam van dat Bureau en de "Brandstoffen Commissie Amsterdam", de contrôle op het stoken in gemeente-gebouwen en het toezicht op de centrale verwarmingsinstallaties in gemeente-gebouwen, gewenscht is, een commissie, welke een en ander zal hebben te behartigen, c.q. de ter zake reeds werkzame gemeentelijke instanties van advies te dienen, in te stellen,

B e s l u i t :

I over te gaan tot het instellen van een "warmte-commissie", aan welke wordt opgedragen:
1o. het dienen van advies bij den aankoop van brandstof voor verwarming van gemeente-gebouwen en bij den aankoop van brandstof voor de gemeentediensten en -bedrijven, met uitzondering van het Gemeente-Energiebedrijf en de Gemeentewaterleidingen;
2o. het doen keuren van de onder 1o. bedoelde brandstof;
3o. de contrôle op alle gemeentelijke verwarmingsinstallaties en kachels, het zuinig stoken daaronder begrepen;
4o. het onderhouden van contact met het Rijkskolenbureau, den Districts-adviseur voor Amsterdam van dat Bureau en de "Brandstoffen Commissie Amsterdam", o.m. ten einde te bevorderen, dat de burgerij voldoende en tijdig van brandstof wordt voorzien;
5o. zoo noodig in overleg te treden met de daarvoor in aanmerking komende instanties, ten einde te bevorderen, dat de huisbrand, bestemd zoowel voor de gemeentediensten en -bedrijven als voor de burgerij, op doeltreffende wijze wordt gedistribueerd;
6o. het doen van voorstellen aan hem (Burgemeester) omtrent de tijdstippen, waarop met het stoken zal worden begonnen, resp. het stoken zal worden gestaakt en omtrent het tijdelijk sluiten van gemeente-gebouwen, ten einde een besparing op het gebruik van brandstoffen te verkrijgen;

II in verband met het onder I, 1o. bepaalde aan den Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening op te dragen, het advies van de "warmte-commissie" in te winnen, alvorens tot aankoop van brandstof wordt overgegaan;

III in verband met het onder I, 3o. bepaalde aan de Hoofden van Diensten en Bedrijven op te dragen, aan de adviezen van de "warmte-commissie" gevolg te geven;

IV te bepalen, dat, indien een diensthoofd zich niet met het advies van de "warmte-commissie" kan vereenigen, het geschil aan hem (Burgemeester) ter beslissing zal worden voorgelegd;

V de onder I bedoelde commissie als volgt samen te stellen:
Voorzitter: de Stadsingenieur;
Leden: het Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau,
de Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening,
de Voorzitter van de "Brandstoffen Commissie Amsterdam", Ir. M. v.d. Horst,
de Hoofdingenieur bij het Gemeente-Energiebedrijf, Dr. R.A. Lengg,
de gemeentelijke adviseur voor voedings- en distributieaangelegenheden,
de adjunct-ingenieur bij den Dienst der Publieke Werken, Secretaris van de "Kleine Benzine-Commissie", Ir. G.F. Janssonius;

VI te bepalen, dat het secretariaat van de genoemde commissie zal worden vervuld door het stook-technisch bureau;

VII in te trekken de punten I, II en IV van zijn besluit van 9 Januari 1942, No. 49/41b H.1941;

VIII het stook-technisch bureau te stellen onder de leiding van den Stadsingenieur;

IX het personeel van de afdeeling Werktuigen van den Dienst der Publieke Werken, dat belast is met het onderhoud van de bestaande verwarmingsinrichtingen en kachels, alsmede de opslag- tevens werkplaats aan de Stadstimmertuin No. 5, komt onder beheer van het stook-technisch bureau;

C.S. Stadhuis A'dam 4-'42
No 100/3/16 M. 1052 28/4 (stempel/handgeschreven) * Context van schaarste: Dit document weerspiegelt de groeiende schaarste aan brandstoffen (kolen) tijdens de Tweede Wereldoorlog. De gemeente Amsterdam centraliseert het toezicht om verspilling tegen te gaan en de distributie te stroomlijnen.
* Centralisatie van macht: De burgemeester (destijds Edward Voûte) stelt een commissie in die vergaande bevoegdheden krijgt over andere gemeentediensten. Zelfs het sluiten van gebouwen om brandstof te besparen wordt als optie genoemd (punt I, 6o).
* Technocratisch beheer: De commissie bestaat uit ingenieurs en hoofden van technische diensten. Dit duidt op een poging om de brandstofcrisis op een planmatige, technische wijze op te lossen.
* Interne hiërarchie: Punt IV is interessant: bij conflicten tussen een diensthoofd en de commissie heeft de burgemeester het laatste woord, wat de autoritaire structuur van het oorlogsbestuur benadrukt. In april 1942 was Nederland bijna twee jaar bezet door Nazi-Duitsland. De distributie van primaire levensbehoeften en brandstoffen was strikt gereguleerd. Kolen waren essentieel voor zowel de industrie als de verwarming van woningen en overheidsgebouwen, maar een groot deel van de Nederlandse kolenproductie werd naar Duitsland afgevoerd.

Het instellen van een "warmte-commissie" was een noodgreep om de beperkte voorraden zo efficiënt mogelijk in te zetten voor de stad Amsterdam. De genoemde personen, zoals Ir. Janssonius, waren belangrijke functionarissen binnen de Dienst der Publieke Werken. Janssonius zou later bekend worden als de ontwerper van diverse Amsterdamse bruggen. De "Kleine Benzine-Commissie" waarnaar verwezen wordt, herinnert aan het feit dat ook vloeibare brandstoffen toen al uiterst schaars waren.

Samenvatting

  • Context van schaarste: Dit document weerspiegelt de groeiende schaarste aan brandstoffen (kolen) tijdens de Tweede Wereldoorlog. De gemeente Amsterdam centraliseert het toezicht om verspilling tegen te gaan en de distributie te stroomlijnen.
  • Centralisatie van macht: De burgemeester (destijds Edward Voûte) stelt een commissie in die vergaande bevoegdheden krijgt over andere gemeentediensten. Zelfs het sluiten van gebouwen om brandstof te besparen wordt als optie genoemd (punt I, 6o).
  • Technocratisch beheer: De commissie bestaat uit ingenieurs en hoofden van technische diensten. Dit duidt op een poging om de brandstofcrisis op een planmatige, technische wijze op te lossen.
  • Interne hiërarchie: Punt IV is interessant: bij conflicten tussen een diensthoofd en de commissie heeft de burgemeester het laatste woord, wat de autoritaire structuur van het oorlogsbestuur benadrukt.

Historische Context

In april 1942 was Nederland bijna twee jaar bezet door Nazi-Duitsland. De distributie van primaire levensbehoeften en brandstoffen was strikt gereguleerd. Kolen waren essentieel voor zowel de industrie als de verwarming van woningen en overheidsgebouwen, maar een groot deel van de Nederlandse kolenproductie werd naar Duitsland afgevoerd.

Het instellen van een "warmte-commissie" was een noodgreep om de beperkte voorraden zo efficiënt mogelijk in te zetten voor de stad Amsterdam. De genoemde personen, zoals Ir. Janssonius, waren belangrijke functionarissen binnen de Dienst der Publieke Werken. Janssonius zou later bekend worden als de ontwerper van diverse Amsterdamse bruggen. De "Kleine Benzine-Commissie" waarnaar verwezen wordt, herinnert aan het feit dat ook vloeibare brandstoffen toen al uiterst schaars waren.

Kooplieden in dit dossier 4

Gerelateerde Documenten 6