Archief 745
Inventaris 745-393
Pagina 311
Dossier 7
Jaar 1942
Stadsarchief

Brief/Circulaire op officieel briefpapier van de Gemeente Amsterdam.

7 mei 1942. Van: Ir. E. de Kruijff, Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau.

Origineel

Brief/Circulaire op officieel briefpapier van de Gemeente Amsterdam. 7 mei 1942. Ir. E. de Kruijff, Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau. [Stempel boven midden:] Nº 100/13/2 M. 1942 8/5

[Linksboven: Wapen van Amsterdam]
Telefoon 43321, 43130
Toestellen 568, 569, 576

[Rechtsboven:]
Verzoeke bij beantwoording datum en
nummer van dezen brief te vermelden

No. 20/111 G.M.B.
Amsterdam, 7 Mei 1942.
Bijlagen: ---

Gemeentelijk Materialenbureau
Oudezijds Achterburgwal 213 Amsterdam (Centrum)

Aan: Heeren Hoofden van Diensten en Bedrijven.

[Handgeschreven aantekening in potlood:] with Jonkheer [?] M

Als gevolg van de steeds kleinere contingenten IJzer en Staal, welke ter beschikking komen, is het onvermijdelijk, dat de toewijzingen op de ingediende aanvragen sterk worden gereduceerd.

In verband hiermede is het noodzakelijk, dat zooveel mogelijk van tweedehandsch materiaal wordt gebruik gemaakt. Bruikbaar materiaal is in de meeste gevallen in den vrijen handel nog wel verkrijgbaar. (Zie o.a. de aanbiedingen in de advertentiekolommen van het weekblad voor techniek, nijverheid en bouwvak "Vraag en Aanbod".)

Aanvragen voor toewijzingen worden in den vervolge alleen in behandeling genomen, indien kan worden aangetoond, dat tweedehandsch materiaal niet op redelijke voorwaarden te verkrijgen is.

AC
[Paraaf]

Het Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau, Ir. E. de Kruijff.

C.S. Stadhuis
A'dam, 5-'42.

[Linksonder:]
Stadsdrukkerij Amsterdam
16055-8-41-1500

[Rechtsonder, handgeschreven:] loo

[Rechterkant verticaal watermerk/druk:] BOND NED FABR BOORREGA Deze brief is een formeel bericht van het Gemeentelijk Materialenbureau van Amsterdam aan alle hoofden van gemeentelijke diensten. De kernboodschap is een drastische verscherping van de regels rondom de toewijzing van metalen (ijzer en staal).

Door de afnemende "contingenten" (toegewezen quota) worden nieuwe aanvragen voortaan sterk gereduceerd. Er wordt een harde eis gesteld: gemeentelijke diensten moeten aantonen dat zij geprobeerd hebben tweedehands materiaal te bemachtigen voordat zij een aanvraag voor nieuw materiaal indienen. Er wordt zelfs verwezen naar advertenties in vakbladen zoals "Vraag en Aanbod" als bron voor deze materialen. Dit document typeert de omslag naar een schaarste-economie waarbij hergebruik niet langer een keuze, maar een dwingende noodzaak was voor de voortgang van gemeentelijke werken. De datum, 7 mei 1942, plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode vorderde de Duitse bezetter op grote schaal grondstoffen, met name metalen, voor de eigen oorlogsindustrie (de zogenaamde Rüstung).

Het Gemeentelijk Materialenbureau fungeerde hierbij als een distributie- en controleorgaan dat moest opereren binnen de door de bezetter en de rijksbureaus gestelde beperkingen. De brief illustreert hoe de oorlog voelbaar werd in de dagelijkse bedrijfsvoering van de stad: zelfs voor essentieel onderhoud of bouw was er bijna geen nieuw staal meer beschikbaar. De bureaucratische toon maskeert de bittere realiteit van een uitgeputte economie waarin de stad Amsterdam letterlijk moest zien te overleven met wat er nog voorradig was.

Samenvatting

Deze brief is een formeel bericht van het Gemeentelijk Materialenbureau van Amsterdam aan alle hoofden van gemeentelijke diensten. De kernboodschap is een drastische verscherping van de regels rondom de toewijzing van metalen (ijzer en staal).

Door de afnemende "contingenten" (toegewezen quota) worden nieuwe aanvragen voortaan sterk gereduceerd. Er wordt een harde eis gesteld: gemeentelijke diensten moeten aantonen dat zij geprobeerd hebben tweedehands materiaal te bemachtigen voordat zij een aanvraag voor nieuw materiaal indienen. Er wordt zelfs verwezen naar advertenties in vakbladen zoals "Vraag en Aanbod" als bron voor deze materialen. Dit document typeert de omslag naar een schaarste-economie waarbij hergebruik niet langer een keuze, maar een dwingende noodzaak was voor de voortgang van gemeentelijke werken.

Historische Context

De datum, 7 mei 1942, plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode vorderde de Duitse bezetter op grote schaal grondstoffen, met name metalen, voor de eigen oorlogsindustrie (de zogenaamde Rüstung).

Het Gemeentelijk Materialenbureau fungeerde hierbij als een distributie- en controleorgaan dat moest opereren binnen de door de bezetter en de rijksbureaus gestelde beperkingen. De brief illustreert hoe de oorlog voelbaar werd in de dagelijkse bedrijfsvoering van de stad: zelfs voor essentieel onderhoud of bouw was er bijna geen nieuw staal meer beschikbaar. De bureaucratische toon maskeert de bittere realiteit van een uitgeputte economie waarin de stad Amsterdam letterlijk moest zien te overleven met wat er nog voorradig was.

Kooplieden in dit dossier 4

Gerelateerde Documenten 6