Ambtsbrief (waarschijnlijk een circulair, pagina 2).
Origineel
Ambtsbrief (waarschijnlijk een circulair, pagina 2). - 2 -
een aantal adressen, welke zijn vermeld op hun vergunningsbewijs. Aan de vergunningen van deze kleinhandelaren is n.l. op dezelfde wijze als hierboven vermeld de beperking verbonden, dat hun vergunningen alleen geldig zijn ten aanzien van oud papier en dat de houders dier vergunningen oud papier alleen mogen inzamelen of opkoopen bij de bewoners van de op het vergunningsbewijs vermelde perceelen.
Ik meen, dat door het invoeren van deze kenteekenen tegemoet is gekomen aan de van politie-zijde geuite bezwaren omtrent de door hen ondervonden moeilijkheden bij het controleeren van "leurders" en bij het constateeren van overtredingen der Oude materialen- en afvalstoffenbeschikking no. 2/40.
De kleinhandel in oude materialen en afvalstoffen mag thans n.l. niet meer uitgeoefend worden, zonder dat een der bovengenoemde kenteekenen bij het uitoefenen van dien handel op straat gedragen wordt. Naast dit kenteeken dient de betrokken kleinhandelaar natuurlijk in het bezit te zijn van een geldige schriftelijke vergunning als kleinhandelaar van mijn bureau.
De contrôle op hen, die zonder vergunning van mijn bureau het beroep van "leurder" in oude materialen en afvalstoffen uitoefenen, (hetgeen op grond van artikel 5 der Oude materialen- en afvalstoffenbeschikking no. 2/40 verboden is) is dus mede hierdoor vereenvoudigd.
Ik zal het derhalve op prijs stellen, indien U de politie in Uw gemeente van den inhoud van dit schrijven in kennis zoudt willen stellen en haar wilt verzoeken voortaan op de naleving der Oude materialen- en afvalstoffenbeschikking no. 2/40 te doen toezien.
Volledigheidshalve deel ik U nog mede, dat in diverse grootere gemeenten door mij een ambtenaar van mijn bureau als controleur voor de ophaaldiensten is aangesteld, welke speciaal tot taak heeft de gedragingen der wijkvergunninghouders na te gaan. Deze controleurs zijn aangesteld tot opsporingsambtenaar. De opsporingsbevoegdheid is hun verleend krachtens artikel 8, lid 1, van het Economisch Sanctiebesluit 1941 (Distributiewet 1939) en artikel 17, lid 3, van het Bedrijfsvergunningenbesluit 1941.
Een lijst (lijst I) van de gemeenten waar deze controleurs momenteel hun taak uitoefenen, benevens de namen en adressen dezer controleurs, doe ik U hierbij ingesloten toekomen. Bovendien zullen in de op de tevens hierbijgevoegde lijst (lijst II) vermelde gemeenten controleurs aangesteld worden, zoodra aldaar een wijkophaaldienst door mijn bureau wordt ingesteld.
Ik vertrouw, dat in voorkomende gevallen door de politie in Uw gemeente aan gemelde controleurs de noodige medewerking verleend zal worden.
Zooals U bekend zal zijn, is in Uw gemeente reeds een (nog geen) ophaaldienst voor oude materialen en afvalstoffen ingesteld.
De Directeur van het Rijksbureau
vóór Oude Materialen en Afvalstoffen,
[Handtekening]
Bijlagen: 1 afdruk kenteeken "Ophaaldienst",
1 " " "Kleinhandelaar",
1 lijst I,
1 lijst II.
Brieven UITSLUITEND te richten aan het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen, Paleisstraat 7, 's-Gravenhage en NIET aan personen.
Spreekuren dagelijks van 10-12 uur en van 2-4 uur; Zaterdags van 10-12 uur.
Telefoon : 183810; Telegramadres: Rijksafval; Giro: 98213.
K.6610. * Juridisch kader: De tekst verwijst naar de "Oude materialen- en afvalstoffenbeschikking no. 2/40". Dit wijst op een strakke regulering van de afvalmarkt direct na het begin van de bezetting.
* Handhaving: Er wordt melding gemaakt van de aanstelling van speciale controleurs met de status van opsporingsambtenaar. Hun bevoegdheid is gestoeld op het Economisch Sanctiebesluit 1941, wat aangeeft dat overtredingen als economische delicten werden beschouwd.
* Kenteekens: Om de politie te helpen bij het onderscheid tussen legale ophaaldiensten en illegale "leurders", moesten vergunninghouders fysieke kenteekens (badges of bordjes) dragen tijdens hun werkzaamheden op straat.
* Territorialiteit: De vergunningen waren zeer specifiek; kleinhandelaren mochten vaak alleen in specifieke wijken of bij aangewezen percelen inzamelen. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Door de blokkades en de oorlogsvoering ontstond er een enorm tekort aan grondstoffen. Het hergebruik van materialen zoals oud papier, metaal en textiel was cruciaal voor de oorlogseconomie.
Het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen was een van de vele rijksbureaus die door de bezetter waren ingesteld (onder de paraplu van het Departement van Economische Zaken) om de distributie en inzameling van schaarse goederen te controleren. De term "leurder" heeft hier een negatieve connotatie: het betrof mensen die buiten het officiële distributie- en inzamelsysteem om probeerden te handelen in schaarse materialen, wat de bezetter wilde voorkomen om de totale controle over de grondstoffenstroom te behouden.