Archief 745
Inventaris 745-393
Pagina 345
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

1941 (exacte dag en maand niet ingevuld; gestempeld met "L.M. 1941"). Van: Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart; Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen.

Origineel

1941 (exacte dag en maand niet ingevuld; gestempeld met "L.M. 1941"). Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart; Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen. [Stempel bovenin: № 1150 L.M. 1941]

DEPARTEMENT VAN HANDEL, NIJVERHEID EN SCHEEPVAART
Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen
Paleisstraat 7

HW/AM
No.295.

Bij beantwoording datum,
letters en nummers vermelden.

's-Gravenhage,

Afd. Organisatie.

Den Heer Burgemeester
der gemeente

Betr. Vergunningen voor kleinhandelaren in oude materialen en afvalstoffen.

Hierbij ingesloten doe ik U toekomen een tweetal afbeeldingen van de kenteekenen, die thans door de kleinhandelaren in oude materialen en afvalstoffen, die een geldige vergunning van mijn bureau bezitten, duidelijk zichtbaar gedragen moeten worden.

De kenteekenen zijn verschillend voor de onderscheidene groepen kleinhandelaren.

Het kenteeken "Ophaaldienst-Rijksbureau Oude Materialen en Afvalstoffen" mag alleen gedragen worden door hen, die zijn aangewezen voor den wijkophaaldienst voor oude materialen en afvalstoffen en aan wie een vergunningsbewijs als kleinhandelaar is uitgereikt waarop tevens staat vermeld "wijkvergunninghouder".

Het kenteeken "Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen-Kleinhandelaar", mag alleen gedragen worden door die kleinhandelaren, aan wie geen wijk bij een ingestelden ophaaldienst is toegewezen.

De eerste categorie kleinhandelaren (de zoogenaamde "wijkvergunninghouders") mag alleen in de hun toegewezen gemeente of gedeelte van een gemeente (wijk) oude materialen en afvalstoffen inzamelen of opkoopen. Aan hun vergunningen is n.l. de beperking verbonden, dat de houders ervan oude materialen en afvalstoffen uitsluitend mogen inzamelen of opkoopen binnen hun "wijk". Hun "wijk" staat omschreven op hun vergunningsbewijs.

De laatste categorie kleinhandelaren bestaat uit drie groepen:

1e. de groep van kleinhandelaren, die in alle gemeenten waar geen ophaaldiensten zijn ingesteld hun beroep mogen uitoefenen. Aan hen is een vergunningsbewijs uitgereikt waarop geen bijzondere vermeldingen voorkomen. Aan de vergunningen van deze kleinhandelaren is echter door mij, bij een desbetreffende mededeeling in "Afvalstoffen" het officieele orgaan van mijn bureau (dat elke 14 dagen verschijnt en aan iederen vergunninghouder wordt toegezonden), ingevolge artikel 5, lid 4 der Oude materialen- en afvalstoffenbeschikking no. 2/40 van 15 November 1940 de beperking verbonden, dat hun vergunningen niet meer geldig zijn voor den handel in oude materialen en afvalstoffen in gemeenten, waar door mijn bureau een ophaaldienst is ingesteld,

2e. de groep van kleinhandelaren, die aangewezen zijn als thuiszittende opkoopers. Aan hen is een vergunningsbewijs uitgereikt waarop staat vermeld "thuiszittend kleinhandelaar". Deze kleinhandelaren mogen slechts oude materialen en afvalstoffen koopen in hun pakhuis en wel van hen, die deze oude materialen en afvalstoffen aldaar te koop komen aanbieden of van hen, die schriftelijk of telefonisch hebben verzocht oude materialen en afvalstoffen te komen afhalen. Aan de vergunningen van deze kleinhandelaren is, op dezelfde wijze als hierboven vermeld, de beperking verbonden, dat de houder van een dergelijke vergunning alleen in zijn pakhuis of op bovengenoemde wijze deze afvalstoffen mag koopen en voorhanden hebben.

3e. de groep van kleinhandelaren, die aangewezen zijn voor het inzamelen en opkoopen van oud papier. Aan hen is een vergunningsbewijs uitgereikt waarop staat vermeld "uitsluitend in oud papier". Deze kleinhandelaren mogen slechts oud papier opkoopen of inzamelen bij

[Stempel linksonder: BIJLAGE № 666 BLIKMAN & SART AMST] Dit document is een officiële circulaire van het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen, gericht aan burgemeesters. Het hoofddoel is het informeren over de nieuwe legitimatieplicht en de strikte categorisering van handelaren in gerecyclede materialen (schroot, oud papier, etc.).

De kernpunten zijn:
1. Identificatie: Handelaren moeten verplicht een kenteeken (insigne/badge) dragen. Er zijn twee verschillende types kenteekens om het onderscheid tussen 'wijkophaaldiensten' en algemene kleinhandelaren direct zichtbaar te maken.
2. Territoriale beperking: 'Wijkvergunninghouders' zijn strikt gebonden aan een specifiek gebied.
3. Specialisatie: Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie types algemene kleinhandelaren: zij die werken in gemeenten zonder ophaaldienst, 'thuiszittende opkopers' (die alleen vanuit een pakhuis mogen handelen), en gespecialiseerde oud-papierhandelaars.
4. Regulering: De instructies zijn gebaseerd op de 'Oude materialen- en afvalstoffenbeschikking no. 2/40', wat duidt op een centrale sturing van de grondstoffenmarkt. Het document dateert uit 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen (RBOM) speelde een cruciale rol in de oorlogseconomie. Omdat de aanvoer van nieuwe grondstoffen door de oorlog en blokkades stokte, werd de inzameling van oud ijzer, non-ferro metalen, textiel en papier van vitaal belang voor zowel de Nederlandse industrie als de Duitse oorlogsindustrie.

De bezetter streefde naar een totale controle over deze afvalstromen. Door handelaren strikt te vergunnen, te categoriseren en te voorzien van zichtbare kenteekens, kon de politie en de bezettingsautoriteit gemakkelijker toezicht houden op de 'zwarte handel' en ervoor zorgen dat alle ingezamelde materialen via de officiële kanalen naar de centrale opslagplaatsen van het Rijksbureau vloeiden. De burgemeesters, als hoofden van de lokale politie, waren verantwoordelijk voor de handhaving van deze regels in hun gemeente.

Samenvatting

Dit document is een officiële circulaire van het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen, gericht aan burgemeesters. Het hoofddoel is het informeren over de nieuwe legitimatieplicht en de strikte categorisering van handelaren in gerecyclede materialen (schroot, oud papier, etc.).

De kernpunten zijn:
1. Identificatie: Handelaren moeten verplicht een kenteeken (insigne/badge) dragen. Er zijn twee verschillende types kenteekens om het onderscheid tussen 'wijkophaaldiensten' en algemene kleinhandelaren direct zichtbaar te maken.
2. Territoriale beperking: 'Wijkvergunninghouders' zijn strikt gebonden aan een specifiek gebied.
3. Specialisatie: Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie types algemene kleinhandelaren: zij die werken in gemeenten zonder ophaaldienst, 'thuiszittende opkopers' (die alleen vanuit een pakhuis mogen handelen), en gespecialiseerde oud-papierhandelaars.
4. Regulering: De instructies zijn gebaseerd op de 'Oude materialen- en afvalstoffenbeschikking no. 2/40', wat duidt op een centrale sturing van de grondstoffenmarkt.

Historische Context

Het document dateert uit 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen (RBOM) speelde een cruciale rol in de oorlogseconomie. Omdat de aanvoer van nieuwe grondstoffen door de oorlog en blokkades stokte, werd de inzameling van oud ijzer, non-ferro metalen, textiel en papier van vitaal belang voor zowel de Nederlandse industrie als de Duitse oorlogsindustrie.

De bezetter streefde naar een totale controle over deze afvalstromen. Door handelaren strikt te vergunnen, te categoriseren en te voorzien van zichtbare kenteekens, kon de politie en de bezettingsautoriteit gemakkelijker toezicht houden op de 'zwarte handel' en ervoor zorgen dat alle ingezamelde materialen via de officiële kanalen naar de centrale opslagplaatsen van het Rijksbureau vloeiden. De burgemeesters, als hoofden van de lokale politie, waren verantwoordelijk voor de handhaving van deze regels in hun gemeente.

Kooplieden in dit dossier 4

Gerelateerde Documenten 6