Archief 745
Inventaris 745-393
Pagina 353
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypt afschrift van een brief.

22 april 1942. Van: De Secretaris van het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen (onderdeel van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart), Mr. W. Huijnen. Aan: De Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Getypt afschrift van een brief. 22 april 1942. De Secretaris van het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen (onderdeel van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart), Mr. W. Huijnen. De Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. No.101/4/1 M.1942 22/4 AFSCHRIFT.
DEPARTEMENT VAN HANDEL, NIJVERHEID EN SCHEEPVAART RIJKSBUREAU VOOR OUDE MATERIALEN EN AFVALSTOFFEN.

Ro/N No.25522 's-Gravenhage, 22 April 1942.
Organisatie: Afd.
Betref. Is.Walvis. Den Heer Directeur van het Marktwezen
A m s t e r d a m .

    Een kleinhandelaar van ons Bureau, de Heer Is.Walvis, Krugerstraat

38 I, Amsterdam, deelt ons mede, dat hij op 11 April jl. uit het Rijks-
Werkverruimingskamp te Sellingerbeetse werd ontslagen en verzoekt onzen
invloed aan te wenden teneinde wederom in het bezit gesteld te worden
van een door U af te geven ventvergunning.
Naar aanleiding hiervan deelen wij U mede, dat onzerzijds aan per-
sonen, die uit de werkkampen ontslagen zijn wederom een vergunning van
ons Bureau wordt verstrekt.
In verband met een doeltreffende inzameling van oude materialen en
afvalstoffen zou het ons welkom zijn, indien ook Uwerzijds het noodige
gedaan zou worden om deze personen wederom ten spoedigste in staat te
stellen hun beroep uit te oefenen.
De Secretaris van het Rijksbureau
voor Oude Materialen en Afvalstoffen,
w.g.Mr.W.Huijnen. Dit document is een officiële correspondentie uit de bezettingstijd waarbij een rijksinstantie (het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen) bemiddelt voor een individuele handelaar. De kern van de brief is het verzoek om de heer Is. Walvis, een oud-ijzerhandelaar of "voddenboer", weer zijn ventvergunning terug te geven zodat hij zijn werk in Amsterdam kan hervatten.

Opmerkelijk is de zakelijke, bijna bureaucratische toon waarmee gesproken wordt over het ontslag uit een "Rijkswerkverruimingskamp". Het Rijksbureau beargumenteert het verzoek vanuit hun eigen belang: een "doeltreffende inzameling van oude materialen", wat in oorlogstijd cruciaal was voor de economie en de oorlogsindustrie. De brief toont de interactie tussen landelijke overheidsinstellingen en de lokale Amsterdamse marktmeester. De historische context van deze brief is diep tragisch. Hoewel de brief op het eerste gezicht een routineus administratief verzoek lijkt, schuilt er een duistere realiteit achter.

  1. De Jodenvervolging: De heer Is. Walvis (Isaac Walvis) was een Joodse Amsterdammer. Zijn woonadres, de Krugerstraat, lag in de Transvaalbuurt, een wijk die tijdens de bezetting grotendeels Joods was.
  2. De Werkkampen: De genoemde "Rijkswerkverruimingskampen", zoals Sellingerbeetse in Groningen, werden vanaf begin 1942 door de Duitse bezetter ingezet om Joodse mannen te isoleren en dwangarbeid te laten verrichten. Veel van deze mannen werden later in 1942 rechtstreeks vanuit deze kampen via Westerbork gedeporteerd naar vernietigingskampen.
  3. Het Rijksbureau: Het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen hield toezicht op de recyclingsector. Voor veel arme Joodse Amsterdammers was de handel in oud ijzer en textiel (vodden) een traditioneel beroep.
  4. Lot van Isaac Walvis: Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Isaac Walvis dit tijdelijke "ontslag" uit het kamp niet heeft overleefd. Hij werd later opnieuw opgepakt en is uiteindelijk in 1942 of 1943 vermoord in Auschwitz. Deze brief representeert een kortstondig moment waarin hij probeerde zijn normale leven en broodwinning te hervatten te midden van de escalerende vervolging.

Samenvatting

Dit document is een officiële correspondentie uit de bezettingstijd waarbij een rijksinstantie (het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen) bemiddelt voor een individuele handelaar. De kern van de brief is het verzoek om de heer Is. Walvis, een oud-ijzerhandelaar of "voddenboer", weer zijn ventvergunning terug te geven zodat hij zijn werk in Amsterdam kan hervatten.

Opmerkelijk is de zakelijke, bijna bureaucratische toon waarmee gesproken wordt over het ontslag uit een "Rijkswerkverruimingskamp". Het Rijksbureau beargumenteert het verzoek vanuit hun eigen belang: een "doeltreffende inzameling van oude materialen", wat in oorlogstijd cruciaal was voor de economie en de oorlogsindustrie. De brief toont de interactie tussen landelijke overheidsinstellingen en de lokale Amsterdamse marktmeester.

Historische Context

De historische context van deze brief is diep tragisch. Hoewel de brief op het eerste gezicht een routineus administratief verzoek lijkt, schuilt er een duistere realiteit achter.

  1. De Jodenvervolging: De heer Is. Walvis (Isaac Walvis) was een Joodse Amsterdammer. Zijn woonadres, de Krugerstraat, lag in de Transvaalbuurt, een wijk die tijdens de bezetting grotendeels Joods was.
  2. De Werkkampen: De genoemde "Rijkswerkverruimingskampen", zoals Sellingerbeetse in Groningen, werden vanaf begin 1942 door de Duitse bezetter ingezet om Joodse mannen te isoleren en dwangarbeid te laten verrichten. Veel van deze mannen werden later in 1942 rechtstreeks vanuit deze kampen via Westerbork gedeporteerd naar vernietigingskampen.
  3. Het Rijksbureau: Het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen hield toezicht op de recyclingsector. Voor veel arme Joodse Amsterdammers was de handel in oud ijzer en textiel (vodden) een traditioneel beroep.
  4. Lot van Isaac Walvis: Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Isaac Walvis dit tijdelijke "ontslag" uit het kamp niet heeft overleefd. Hij werd later opnieuw opgepakt en is uiteindelijk in 1942 of 1943 vermoord in Auschwitz. Deze brief representeert een kortstondig moment waarin hij probeerde zijn normale leven en broodwinning te hervatten te midden van de escalerende vervolging.

Kooplieden in dit dossier 4

Gerelateerde Documenten 6