Officiële correspondentie van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële correspondentie van de Gemeente Amsterdam. 26 oktober 1942. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen, Gemeente Amsterdam (gevestigd in het Raadhuis aan de O.Z. Voorburgwal). De heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen. No 101/8/3 M. 1942 20/10 [stempels/handgeschreven]
235 [handgeschreven potlood]
[Wapen van Amsterdam]
Gemeente Amsterdam
Raadhuis, O.Z. Voorburgwal
Telefoon 43130, 43321
Men wordt verzocht, bij het antwoord nauwkeurig den datum, het nummer en de afdeeling van dezen brief te vermelden
Afd. L.M. No. 139 Bijlagen -1942-
Uw brief:
Datum: 26 October 1942.
Aan den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen.
Onderwerp:
Bijgaande voorloopige vergunning tot het opkoopen en/of om niet in ontvangst nemen van alle voorwerpen of stoffen (behalve afvallen van levensmiddelen) kan tegen betaling van f 4.- ventgeld en f 1.- leges aan den in bovengenoemde vergunning genoemden persoon worden uitgereikt.
vM
*M [paraf in marge]
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
[Handtekening]
[Handgeschreven aantekening rechtsonder:]
uitge. Bergen HG
Model G.A. 6
Stadsdrukkerij Amsterdam
15196-7-42-5000 Deze brief is een administratieve mededeling binnen de gemeente Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft de procedure voor het verstrekken van een vergunning voor de handel in of inzameling van diverse goederen en stoffen.
Enkele opvallende details:
* Kosten: Voor de vergunning moet in totaal 5 gulden worden betaald (4 gulden 'ventgeld' en 1 gulden 'leges'). Dit wijst op een vorm van ambulante handel (venten).
* Uitsluiting: Er wordt expliciet vermeld dat de vergunning niet geldt voor "afvallen van levensmiddelen". Dit is cruciaal in de context van 1942, aangezien voedselresten (zoals schillen) tijdens de bezetting streng gereguleerd waren voor de productie van veevoer (varkensslop) om de voedselvoorziening op peil te houden.
* Afkorting L.M.: De afdeling L.M. staat zeer waarschijnlijk voor 'Levensmiddelen', wat overeenkomt met de portefeuille van de ondertekenende wethouder. Het document dateert uit oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste aan grondstoffen en goederen. Alles van waarde werd gereguleerd om de zwarte handel tegen te gaan en de distributie te beheersen.
De inzameling van 'oude materialen' (zoals metalen, textiel of botten) was vaak aan strikte vergunningen gebonden. De uitsluiting van voedselafval in deze vergunning is tekenend voor de "oorlogseconomie", waarbij de overheid elke calorie probeerde te benutten. Hoewel de gemeentelijke bureaucratie in vorm grotendeels hetzelfde bleef als voor de oorlog, stonden de functionarissen in deze periode onder streng toezicht van de bezetter en de door hen aangestelde regeringscommissaris (burgemeester Edward Voûte).