Ambtenarencorrespondentie / Strafbeschikking.
Origineel
Ambtenarencorrespondentie / Strafbeschikking. 5 januari 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer J.v.Delft, 1e Jan Steenstraat 122 I, Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven, rechtsboven:] Be [onleesbare paraaf]
[Getypt, rechtsboven:] HG.
[Handgeschreven diagonaal door de kop:] verzonden 5/1
[Geadresseerde:]
den Heer J.v.Delft,
1e Jan Steenstraat 122 I,
Amsterdam-Zuid.
wijk 17.
[Kenmerk links:] 103/1/2 M.
[Datum rechts:] 5 Januari 1942.
Mij is gerapporteerd, dat U op 2 Januari jl. op de markt aan de Gaaspstraat de orde heeft verstoord. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten, heb ik U gestraft met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats te bezetten voor den tijd van veertien dagen, namelijk van Dinsdag 6 tot en met Maandag 19 Januari a.s., terwijl ik aan den Burgemeester de vraag ter beoordeeling heb voorgelegd of U voor langeren tijd het bedoelde recht behoort te worden ontnomen.
De Directeur, Dit document is een officiële aanzegging van een strafmaatregel tegen een marktkopman of -koopvrouw, de heer J.v. Delft. De aanleiding is een ordeverstoring op de markt aan de Gaaspstraat (Amsterdam-Oost) op 2 januari 1942.
Op basis van het toenmalige 'Reglement op de Markten' wordt de betrokkene voor twee weken (van 6 t/m 19 januari) uitgesloten van alle Amsterdamse markten. De brief is formeel en direct van toon. De directeur van het marktwezen laat bovendien weten dat hij de zaak heeft geëscaleerd naar de Burgemeester voor een eventuele verlenging van deze uitsluiting, wat duidt op de ernst waarmee de verstoring werd opgevat of de wens van de autoriteiten om een streng voorbeeld te stellen. Het document dateert van januari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de handhaving van de openbare orde in Amsterdam uiterst streng. Markten waren essentieel voor de voedselvoorziening, maar ook plekken waar spanningen tussen de bevolking en de autoriteiten (of tussen burgers onderling) snel konden oplopen door schaarste en distributiemaatregelen.
De Gaaspstraatmarkt bevond zich in een buurt (de Transvaalbuurt/Indische buurt) met een grote Joodse populatie, die in deze periode al zwaar getroffen werd door anti-Joodse maatregelen. Hoewel de brief niet expliciet de aard van de "ordeverstoring" vermeldt, vonden dergelijke incidenten vaak plaats in de context van de precaire politieke en economische situatie van die tijd. De betrokkenheid van de Burgemeester (op dat moment de door de bezetter aangestelde Edward Voûte) onderstreept de administratieve controle op het openbare leven. Marktwezen