Archief 745
Inventaris 745-393
Pagina 393
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven rapport/ambtelijke rapportage.

2 januari 1942. Dossier: 103/1/1

Origineel

Handgeschreven rapport/ambtelijke rapportage. 2 januari 1942. [Linksboven:]
M. 76 / 1e z. Steenstr. / 122

[Rechtsboven:]
No 103/1/1 M. 1942 5/1
Marktwezen

[Hoofdtekst:]
Den Heer Inspecteur
Marktwezen.

Hedenmorgen omstreeks 12 uur heeft de plaatshouder No 169 v. Delft op de markt Gaaspstraat de voorschriften wat betreft het niet toelaten van niet joden op de markt overtraden en wel op de volgende manier. Er was voor hem een persoon aan de ingang schijnbaar wat naderhand juist bleek te zijn, om eenige kool bij hem weg te halen, doch de Politie agent hield bovenbedoelde persoon tegen. Maar afgezien daarvan zag ik in een onbewaakt oogenblik van de agent, dat van Delft toch de bedoelde man op het marktterrein haalde met de woorden (och kom maar hier hij ziet het toch niet, met dat hij bedoelde de bewuste agent). Met deze handelingen door van Delft gedaan, ging hij de voorschriften van het niet toelaten van niet joden ernstig te buiten. Ik heb meer genoemde plaatshouder medegedeeld dit te zullen rapporteeren aan den Inspecteur, en stel Uw voor, hem voor deze overtreding een ernstige waarschuwing te doen toekomen.

Amsterdam 2 Januari ’42
[Handtekening: Ruijgwaart]

[Linksonder:]
De naam van de bewuste persoon is
Jan Witbraad
geb 14-9-08
Woonpl Rustenburgerstr 424 III

[Rechtsonder in rode inkt:]
103/1/1
5/1/42 HB
14 dagen geen toegang
met voorstel de bon
voor goed in te trekken
m.i.v. 6/1 1942. Dit document is een getuigenverslag van een overtreding van de anti-Joodse maatregelen tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De kern van het incident is dat een marktkoopman (plaatshouder v. Delft) op de markt in de Gaaspstraat (een aangewezen markt voor Joden) een niet-Joodse man (Jan Witbraad) heeft toegelaten om goederen (kool) op te halen.

De rapporteur merkt expliciet op dat v. Delft de instructies van de politieagent negeerde en de man stiekem binnenliet toen de agent niet keek. Hoewel de rapporteur in eerste instantie een "ernstige waarschuwing" voorstelt, tonen de latere aantekeningen in rode inkt aan dat de straf zwaarder uitviel: een verbod van 14 dagen met het voorstel om zijn vergunning ("de bon") definitief in te trekken. In 1941 en 1942 voerden de Duitse bezetters een stringente segregatie door in Amsterdam. Joden mochten alleen nog handelen op speciaal daarvoor aangewezen markten, zoals die aan de Gaaspstraat. Het was voor niet-Joden streng verboden deze markten te betreden.

Dit document illustreert de dagelijkse praktijk van de handhaving van deze rassenwetten en de rol van toezichthouders en 'plaatshouders'. Het laat ook de menselijke interactie zien waarbij burgers probeerden de regels te omzeilen (voor zoiets basaals als het ophalen van groente), maar ook de bereidheid van ambtenaren of collega's om dergelijke overtredingen direct te rapporteren aan de autoriteiten (het Marktwezen). De snelle afhandeling (rapport op 2 januari, sanctie in raming op 5 januari, ingang op 6 januari) getuigt van het rigoureuze handhavingsbeleid in deze periode. Marktwezen (Inspecteur) Marktwezen Politie

Samenvatting

Dit document is een getuigenverslag van een overtreding van de anti-Joodse maatregelen tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De kern van het incident is dat een marktkoopman (plaatshouder v. Delft) op de markt in de Gaaspstraat (een aangewezen markt voor Joden) een niet-Joodse man (Jan Witbraad) heeft toegelaten om goederen (kool) op te halen.

De rapporteur merkt expliciet op dat v. Delft de instructies van de politieagent negeerde en de man stiekem binnenliet toen de agent niet keek. Hoewel de rapporteur in eerste instantie een "ernstige waarschuwing" voorstelt, tonen de latere aantekeningen in rode inkt aan dat de straf zwaarder uitviel: een verbod van 14 dagen met het voorstel om zijn vergunning ("de bon") definitief in te trekken.

Historische Context

In 1941 en 1942 voerden de Duitse bezetters een stringente segregatie door in Amsterdam. Joden mochten alleen nog handelen op speciaal daarvoor aangewezen markten, zoals die aan de Gaaspstraat. Het was voor niet-Joden streng verboden deze markten te betreden.

Dit document illustreert de dagelijkse praktijk van de handhaving van deze rassenwetten en de rol van toezichthouders en 'plaatshouders'. Het laat ook de menselijke interactie zien waarbij burgers probeerden de regels te omzeilen (voor zoiets basaals als het ophalen van groente), maar ook de bereidheid van ambtenaren of collega's om dergelijke overtredingen direct te rapporteren aan de autoriteiten (het Marktwezen). De snelle afhandeling (rapport op 2 januari, sanctie in raming op 5 januari, ingang op 6 januari) getuigt van het rigoureuze handhavingsbeleid in deze periode.

Genoemde Personen 1

Marktwezen (Inspecteur)

Locaties

Gaaspstraat (Joodse Markt)

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Kool A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen Politie

Kooplieden in dit dossier 4

Gerelateerde Documenten 6