Brief/Ambtelijk schrijven.
Origineel
Brief/Ambtelijk schrijven. 7 januari 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Markthallen of de Dienst voor het Marktwezen). De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. HG.
103/1/3 M.
1.
7 Januari 1942.
Straf marktkoopman
J.v.Delft.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U over te leggen een afschrift van een rapport van den controleur-marktopsichter M.Reygwart van mijn dienst, waaruit blijkt, dat de marktkoopman J.v.Delft, wonende te Jan Steenstraat 122 I, zich op Vrijdag 2 Januari jl. heeft schuldig gemaakt aan het verstoren van de orde op de markt Gaaspstraat. Van Delft voornoemd is door mij, ingevolge het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten, gestraft met ontneming van het recht een plaats op een der markten hier ter stede in te nemen voor den tijd van 14 dagen, namelijk van 6 tot en met 19 Januari a.s.
In verband met de meer dan ergerlijke wijze van optreden van Van Delft geef ik U beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat Van Delft voornoemd bij besluit van den Burgemeester, in aansluiting op mijn straf, ingevolge het bepaalde in artikel 39 lid 3 van het Reglement op de Markten, wordt gestraft met ontneming van het recht een plaats op een der markten hier ter stede in te nemen voor onbepaalden tijd, zulks met ingang van 20 Januari a.s.
De Directeur, De brief betreft een tuchtmaatregel tegen een Amsterdamse marktkoopman, J. v. Delft. De aanleiding is een incident op de markt in de Gaaspstraat op 2 januari 1942, waarbij de orde werd verstoord. De directeur van de betreffende dienst heeft reeds een tijdelijke schorsing van 14 dagen opgelegd (op basis van artikel 39 lid 1 van het Markteglement). Vanwege de ernst van de misdraging ("meer dan ergerlijke wijze van optreden") verzoekt de directeur de wethouder echter om bij de burgemeester aan te dringen op een zwaardere straf: een ontneming van het marktrecht voor onbepaalde tijd (op basis van artikel 39 lid 3). Het document dateert uit januari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en de controle op markten strikt gereguleerd via een distributiesysteem. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde een cruciale rol in het beheer van schaarse goederen. Handhaving van de orde op markten was voor de autoriteiten van groot belang om de rust onder de bevolking te bewaren en de legale handel te controleren. De Gaaspstraatmarkt bevond zich in de Amsterdamse Rivierenbuurt, een wijk die in die jaren zwaar getroffen werd door de anti-Joodse maatregelen, hoewel dit document specifiek over een tuchtrechtelijke kwestie van een koopman gaat. De harde toon en de roep om een levenslang verbod passen in het strengere handhavingsklimaat van de bezettingstijd.