Medische verklaring / Doktersattest (geschreven op een receptenbriefje).
Origineel
Medische verklaring / Doktersattest (geschreven op een receptenbriefje). 25 maart 1942. B. Luza, Arts (Weesperzijde 8, Amsterdam). [Stempel/Handgeschreven bovenin:]
NO 103 / 29 / 1 M. 1942 27/3
[Gedrukte briefkop:]
B. LUZA - Arts
WEESPERZIJDE 8
TELEF. 50105
Fonds spreekuur 8-9
Part. spreekuur 1-2
en 's-avonds 7 uur
[Handgeschreven tekst:]
R. [Handgeschreven:] Ls. [?]
E. Zilverberg kan
tijdens herstel van
een ernstige ziekte
de markt nog niet
bezoeken.
[Onderaan:]
S. [Handtekening: Luza]
Amsterdam, 25/3 1942
[Blauwe stempel:]
25 MAART 1942
[Handgeschreven rechtsonder:]
m.i. Insp.
[Handgeschreven rechtsboven:]
291 Het document is een officiële medische verklaring van een huisarts. De tekst is kort en zakelijk: de patiënt, de heer of mevrouw E. Zilverberg, is herstellende van een ernstige ziekte en is daarom fysiek niet in staat om "de markt" te bezoeken.
De afkortingen aan de linkerzijde (A.Z.A., A.O.Z., etc.) verwijzen naar de verschillende Amsterdamse ziekenfondsen waar de arts bij aangesloten was. De aantekening "m.i. Insp." onderaan staat waarschijnlijk voor "medisch inspecteur", wat suggereert dat deze verklaring is voorgelegd aan een controlerende instantie. Dit document stamt uit maart 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De context is hier van groot belang:
1. De Arts: Dr. Bertus Luza was een Joodse arts in Amsterdam. Hij was actief in het verzet en werd in 1944 door de bezetter geëxecuteerd.
2. De Patiënt: De naam Zilverberg is een veelvoorkomende Joodse achternaam. In 1942 werden de maatregelen tegen Joodse burgers steeds strenger. Het niet kunnen bezoeken van de markt kon betekenen dat iemand vrijstelling zocht voor bepaalde verplichtingen, of een bewijs nodig had waarom men niet op de verplichte marktplaatsen verscheen.
3. De Markt: Voor Joden was het vanaf 1941 verboden om op reguliere markten te komen; zij mochten alleen op specifieke Joodse markten kopen. Een doktersverklaring zoals deze was essentieel om bij controles aan te tonen waarom iemand niet aan de (toen al zeer beperkte) sociale of werkgerelateerde verwachtingen kon voldoen.
Dit document is waarschijnlijk onderdeel van een dossier van de Joodse Raad of een sociale dienst die toezag op de naleving van verordeningen of het verlenen van bijstand. B. Luza E. Zilverberg